Een familie verhaal

Van Marjan Lambers

In de zomer van 2016 had ik een oppasadres voor dieren op een boerderij in de Betuwe, om de drukke stad weer eens te ontvluchten.
Omringd door een groot stuk grond, gelegen aan de rand van een klein dorp, genoot ik van een heerlijke  stilte. Twee kleine hondjes, een bastaardje van 3 jaar en een terriër van 14 jaar lieten zich zelf uit op het terrein en bewaakten de boel.

Meestal veel kabaal om niks, maar s’-avonds laat begon de driejarige soms een dreigend serieus te nemen gegrom, waar ik wel op reageerde en ook de oude terriër opdook. Gedrieën  stonden we dan in slagorde het eventuele onraad af te speuren. Een ontroerend plaatje: together we’re strong.

Dit herinnerde me  aan een vakantie in het plaatsje aan kust van de Provence , waar Ma en ik, samen met Wim en Trijnie in een appartementje hebben  gelogeerd, dat Reina voor ons had geregeld. Haar vriendin Janine verhuurde haar onderverdieping als vakantieverblijf, gelegen aan een grote parkeerplaats in het bewuste plaatsje.

Deze vriendin had een relatie met een crimineel, die al eens vast had gezeten en die ik ooit had ontmoet op een etentje bij Reina, waarbij  ik ook foto’s maakte. Achteraf zag ik op de afdrukken hoe deze figuur zich steeds onzichtbaar wist te maken achter een ladder of boeket bloemen. Merkwaardige plaatjes.

Reina had het appartementje voor ons  schoongemaakt en stuitte daarbij tot haar ontsteltenis op een schuilplaats, waar wapens en maskers  lagen. Net daarvoor had het nieuws melding gemaakt van een overval waarbij een agent was gedood en waarbij de daders maskers hadden gedragen.
De link met de verkeerde vriend  van Janine was snel gelegd. Deze zat inmiddels alweer in voorarrest op verdenking van deze aanslag. Het bewijsmateriaal was echter zoek en nu dus in handen van Reina.

Om haar vriendin te ontlasten besloot ze uiteindelijk het bewijsmateriaal te verdonkeremanen. Haar vriend, J.P. had dat klusje toen op zich genomen.

Dit verhaal werd mij toen door Reina toevertrouwd  samen met een opgelegde zwijgplicht. Ongemakkelijk, want het leek mij niet meer zo’n veilig verblijf. Zowel de politie als de compagnons van de dader waren op zoek naar het bewijsmateriaal. Maar ik vertelde niemand wat over mijn zorgen.

Na een paar dagen verblijf  werd er midden in de nacht hard op de deur gebonkt en riep een man luidkeels om hulp. Au secour, Au secour!
Wij schoten allemaal uit de veren van schrik en Wim startte een conversatie met die man. Wim die van niks wist  was geneigd te helpen, maar ik riep alsmaar : niet opendoen! Dit leek me namelijk een truc van criminelen om binnen te komen. We stonden allemaal in een rij opgesteld in de gang en ma sloot de rij, kalm met de opmerking: Ik heb de spuit. (met pepperspray)

Het zanikte een tijd zo door tot ik uiteindelijk ingreep door het uitspreken  op zeer barse toon van de volgende van Reina  geleerde tekst: Tu me casse les couilles, sortie maintenant!  (Breek me de kloten, donder op!)  Daarna was het stil, de persoon was vertrokken.

Voor het eerst spreek ik hierover. Alle betrokken personen in dit verhaal leven niet meer, alleen J.P. Vandaar anoniem.

De crimineel is na vrijlating uit het gevang gesignaleerd in de haven van les Lecques, waar hij met zwaar weer was uitgevaren met twee kerels in een klein bootje en alleen aangespoeld, dood, terug gevonden.


Einde