Ten geleide

In deze uitgave is een chronologie van bekende gebeurtenissen en verhalen binnen de familie Lambers en haar aanverwanten beschreven. 

Uitgangspunt is de patroniem van verst bekende voorvader van Jan Hinderikus Lambers, Jan Lambers, geboren te Emlichheim nabij Coevorden. 

Aan dit patroniem, opgemaakt door Paul Lambers, zijn de verhalen en onderzoeken rondom de nakomelingen van Jan Lambers en van andere voorouders van deze nakomelingen,van wie de genealogische lijn nog verder in  het verleden kon worden nagetrokken, opgehangen

De nadruk ligt hierbij meer op de verhalen dan op strikte genealogische schema’s. Verder zijn waar mogelijk foto’s en andere illustraties toegevoegd. Deze zijn in aparte bijdragen op deze website te vinden. Hieronder volgt alleen een beschouwing over het verschil in levenscomfort tussen mijn betoverovergrootvader en mijzelf, een verschil dat ongeveer tweehonderd jaar beslaat.

 

Index

Anekdotes over de ooms en tantes van onze ouders

De geschiedenis van de Veenkoloniën

De geschiedenis van Jan Hinderikus Lambers en Maria Gebina de Boer

De lotgevallen van onze betovergrootvader Jan Lambers

De naam Lambers in vroege annalen

De sabel van onze betovergrootvader

De verste voorzaat van de familie LambersDer Fallschirmjäger

Ds Lambers had avontuurlijke zoons

Een familiebericht en een annonce

Een schamel man, Jan Lamberts, vroeg de bisschop om hulp

Familiegeschiedenis op Annerveenschekanaal

Genealogie en kroniek van de familie Lambers

Herinneringen aan Oma Lambers

Herinneringen aan tante Mien

Herkomst en verspreiding van de familie Lambers

Het ijzerkoekenoproer in Coevorden

Het interview met tante Annie

Hoe met DNA-onderzoek voorouders opsporen

Mijn vader in de meidagen van 1940 rond het vliegveld Valkenburg

Ontsnapping uit Soerabaja

Snuffelen in de oude doos

Spelevaren op het Friezenveen 1

Van een liefde die vriendschap bleef

Verhalen van de jonge Johannes

Een puike waarnemingspost

 

Twee honderd jaar geleden, een wereld van verschil met nu

Vandaag is het 30 december 2011. Het jaar is bijna om en ik probeer mij voor te stellen hoe mijn verste voorvader, waarvan ik ongeveer weet hoe deze geleefd heeft er tijdens zijn levensavond heeft voor gestaan.

Dat was Jan Lambers, chirurgijn-majoor van het garnizoen van Coevorden. Dat was tegen het einde van de 18e eeuw. In 1811 was hij 55 jaar. Hij was in 1754  in Coevorden geboren. In 1811  woonde hij samen met zijn vrouw, Aaltiena Schutstal , op de Friesestraat 12. Dat is een van de hoofdstraten van het vestingstadje, die uitkomt op het centrale plein.  We zijn er deze zomer met onze reunie van neven en nichten geweest. Het pand waar ze gewoond hebben bestaat nog, maar alleen de bovenverdieping is nog authentiek. Eronder is een winkel van Livera gevestigd.

Jan Lambers behoorde tot de gegoede burgerij van de stad. Hij werd door de provincie aangeslagen voor f 200 en daarom werd zijn zoon Jan, mijn betovergrootvader, ”uitgenodigd” om te komen dienen in het Garde d’Honneurs. Maar dat is een ander verhaal.

Hoewel ik zelf ook wel tot de gegoede burgerij behoor, als je dat zo nog steeds mag noemen, ben ik in relatie tot mijn omgeving denk ik minder bemiddeld als hij toen was. Maar wat is er een haast onvoorstelbaar groot verschil in comfort tussen het leven van mijn betoverovergrootvader en dat van mijzelf.

Alleen al de omstandigheden waaronder ik dit schrijf  zijn al voldoende om hier een goed beeld van te krijgen. Het is elf uur ’s-avonds nu. Vaak wordt ik als pensionada dan pas actief. Mijn voorvader zou dan al urenlang op een oor hebben gelegen. Want als de zon onder ging werd het donker en de enige verlichting in huis in die tijd waren een paar kaarsen of een olielamp.

Naar buiten ging je niet, want straatverlichting bestond toen nog niet. Alleen sommige huizen waren voorzien van aan de muur bevestigde kaarslampen of stallantaarns en alleen op belangrijke punten in de stad hingen openbare lampen. Dus als je de straat op moest dan nam je gewoonlijk een kaars- of olielamp mee. De eerste reguliere straatverlichting kwam pas toen ze steenkoolgas konden maken. Maar dat gebeurde pas voor het eerst in 1811 in Freiburg. Dat heeft Jan dus zeker niet meer meegemaakt. Pas in 1847 kreeg Amsterdam straatverlichting op gas.

Binnenshuis  kon je bij het schijnsel van een kaars of olielampje natuurlijk amper schrijven. Je zou gemakkelijk het potje inkt waarin je je ganzenveer doopte om kunnen stoten. 

Terwijl ik dit typ richt ik de halogeenlamp intussen even wat beter op het toetsenbord van mijn laptop. Tussen mijn voorvader en mijzelf lag een heel tijdperk van de typemachine. Hopeloos verouderd. Die was in 1867 uitgevonden. Voor Jan Lambers verre toekomstmuziek waar hij geen blasse Ahnung van gehad zal hebben. En voor mij een bijna even ver verleden. Alleen uit nostalgische overwegingen heb ik nog een klein groen Olivetti-schrijfmachientje, een Lettera, op  zolder staan. Daarop schreef ik vroeger mijn columns voor de Drents Groningse Pers. Met een stuk carbonpapier om een kopie voor mijzelf te kunnen houden.

Om wat meer sfeer om me heen te scheppen had ik op de digitale televisie een zender uitgezocht die klassieke concerten uitzendt. Het ging om een opname van een beroemd orkest met een al even beroemde dirigent dat ik kon aanschouwen en beluisteren alsof ik in de concertzaal zat, zo goed was het geluid. Maar ik kon ook een keuze doen uit de dvd;’s, die ik had van opnamen van andere concerten. 

Was voorvader Jan muzikaal? Dat weten we niet. Maar als hij het was is het de vraag of hij ooit in zijn leven naar een concert is geweest. Waren er in Coevorden in die tijd wel eens concerten te beluisteren? Hij leefde in de tijd van Beethoven, dus toen zullen er wel al symfonieorkesten geweest zijn. Mogelijk heeft hij nog de klarinet meegemaakt, die eind 18e eeuw geïntroduceerd werd. Maar we weten helemaal niet of hij een muziekliefhebber was. In ieder geval zal het bij hem thuis wel erg stil geweest zijn. Alleen de staande – of hangklok zal regelmatig wat van zich hebben laten horen.

In mijn huiskamer hoor ik de piep van mijn vaatwasser ten teken dat hij zijn taak verricht heeft. In mijn huis hoor je op onregelmatige tijden meer piepjes. Of er beginnen lichtjes te knipperen. Bij Jan en Aaltien was de vaat een hele klus. Eerst moest er een grote ketel water op het fornuis heet gemaakt worden. Maar die stond misschien wel gedurig op. Het fornuis werd waarschijnlijk gestookt met turf. Daarnaast hadden ze misschien nog een aparte potkachel in hun woonkamer, die eveneens gestookt werd met turf. 

Tweehonderd jaar later heb ik een houtkachel naast een c.v. Die houtkachel stook ik matig , want anders slaat de thermostaat af en is het straks in de slaapkamer te koud.  Jan en Aaltien moesten in de winter ’s-ochtends ijsbloemen van hun raam krabben , als zij wat op straat wilden zien. Daarna wassen in de lampetkan met water dat hopelijk niet bevroren was.  Een keer in de week verschoonden zij zich in de tobbe met heet water.

Kom, ik schenk mij nog eens een glaasje van die heerlijke Chileense Merlot in. Die heeft nu toch mijn voorkeur en niet dat staartje van die sprankelende  Australische Chardonnay, die is blijven staan. Omdat je bij wijn altijd van die lekkere trek krijgt pak ik een paar toastjes en neem wat van die Franse kaas. Samen met een paar olijven en een handjevol cashewnoten  is dat een lekkere combinatie. In Maleisië zag ik vorig jaar die cashewnoten aan de boom hangen, want daar groeien die dingen.

Wat dronken en snoepten Jan en Aaltiena? 

En zo kunnen we nog wel even door gaan met het aanduiden van de verschillen in onze leefomstandigheden.  Daarbij kunnen we bedenken dat de verschillen die ik in mijn leven heb meegemaakt groter waren dan de verschillen in leefomstandigheden tussen mijn betoverovergrootvader en diens zoon, mijn betovergrootvader Jan Lambers. 

Want de snelle veranderingen begonnen pas zo vanaf het midden van de 19e eeuw. Die 19e eeuw noemden ze achteraf de eeuw van de vooruitgang. Maar in de 20e en dan wel in het bijzonder de tweede helft daarvan veranderde alles nog veel sneller en die versnelling neemt nog steeds toe. Totdat niet alleen de ouderen het niet meer kunnen bijbenen, maar de hele samenleving.