Woensdag 24 juli hebben Robert Jan en ik een Tour de sentiments naar Kanzelhöhe in Karinthië gemaakt.
De plek dus waar wij vroeger als gezin een aantal keren met wintersportvakantie zijn geweest.
Het was vanuit ons appartement in Sankt Michael im Lungau, waar we een week waren voor een kleine bergwandelvakantie,  ongeveer 80 km rijden. D.w.z. over de autobaan naar Villach een klein uurtje. Ik had op de kaart opgezocht waar het lag, want de TomTom kon het niet vinden.Even boven de Ossiacher See. Daar hadden we, als we boven op die berg skieden, altijd zo’n machtig mooi uitzicht op.
 
OssiacherseeOmdat we vlak bij die Ossiacher See in de buurt kwamen opperde Rob  om er even een kijkje te gaan nemen. Het was per slot van rekening hartstikke mooi weer. Dus wij naar de camping Ossiacher See. Daar parkeerden we de auto ergens buiten de camping en liepen zo over de camping naar de oever van dit grote bergmeer. Daar was werkelijk van alles  te doen. In de eerste plaats natuurlijk zwemmen. Het water lonkte hevig. Rob had echter geen zwembroek mee en ik had hem in de auto. Daarom sprong Rob er met zijn kakiebroek en al in. Het water van de Ossiachersee was een verademing vergeleken bij dat bijna ijskoude water van dat bergmeer van gisteren . Even later ging ik op de zelfde wijze te water. Het zou wel weer opdrogen. In de auto zou ik mijn nog droge zwembroek wel aandoen.

 

 

 

Rob en ik waren het helemaal eens dat deze camping aan de Ossiacher See een ideale vakantiebestemming voor de familie Teisman zou zijn. Je kon er namelijk alles. Bootjevaren, waterskiën, surfen, zeilen voor zover het de waterkant betreft.


entree KanzelhöheMaar wij kwamen voor de berg er vlak bij en daar kon je van Annenheim vlak bij de camping met een Seilbahn heen en dan als je het aandurfde parasailen. Dat deden wij natuurlijk niet, want wij wilden weer over dat steile bergweggetje van 9 kilometer lang met zijn talloze haarspeldbochten, waar we indertijd bij winterdag met sneeuwkettingen over heen gekomen waren. En als het een beetje tegen zat ook nog eens bij donker. Dat was onze tour de sentiments deze vakantie.

 

 

 

 

 

De sneeuwkettingen lieten we indertijd beneden in het dal bij een nabijgelegen garage omleggen. Eén keer lag er echter zo weinig sneeuw dat dit niet nodig leek. Dat scheelde dan ook weer omgerekend f 15. Nou , dat hadden we toen beter toch maar wel kunnen doen. Toen we op ongeveer tweederde van het traject waren verschenen er in het licht van de koplampen toch een paar sneeuwvlakken op de weg. Nou , als je dan op zo’n steile en smalle weg nog sneeuwkettingen moet omleggen , ben je goed gesjocht. Vooral als je daar dan zo handig in bent als ik. Ik had het al een paar jaar niet meer gedaan, want wij lieten die krengen er immers altijd door die garage omleggen.

Het zweet brak mij zowat uit. Maar niet lang, want er kwamen ons een stel wandelaars achterop, die vroegen wat er aan de hand. Tja, ik was bang dat we  er zonder sneeuwkettingen niet doorheen zouden komen. Een van de mannen bleek deskundig. Hij vroeg wat voor een auto ik had en wat voor cylinderinhoud die had. Nou, met een VW-Passat  met een 1.8 l.motor moest het volgens hem ook wel zonder sneeuwkettingen kunnen en hij bood aan om voor mij te rijden. Dat, dat aanbod nam ik graag aan en ik nam naast hem plaats. Mijn  gezin liet ik veiligheidshalve maar liever lopen. Zo’n verschrikkelijk eind was het ook niet meer.   

Onderweg heb ik nog een paar keer de zelfde beleving gehad als een jaar eerder eerder in de bergen rond Sarajevo, waar mijn collega en ik, die daar midden in de winter voor een klus voor Gasunie waren, een excursie kregen aangeboden  naar de locatie waar de Olympische Winterspelen van 1984 gehouden zouden worden. Dat moet in de in winter van 1982 geweest zijn. Die tocht had toen een onvergetelijke indruk gemaakt. Niet omdat we daar zulke fantastische uitzichten te zien kregen, want het was er nogal mistig, maar vanwege de doodsangsten die we moesten uitstaan als onze begeleider, die zich reeds een weinig ervaren rijder had getoond, in zijn oude auto weer eens rakelings over de gedeeltelijk besneeuwde wegen langs een afgrond scheerde, zonder dat daar een soliede balustrade tussen ons en die afgrond zat. Zo erg was het hier toen niet. Maar het was hier en daar wel even raggen geweest. 

noot: Volgens Carolien was het iets anders. Zij waren wel in onze auto blijven zitten en zij waren het dus ook vooral die de doodsangsten hadden uitgestaan. Ik was naast de bestuurder van de andere auto gaan zitten.


 
PollingerliftMaar nu was het hartje zomer. Boven gekomen herkenden wij de parkeerplaats. Nieuw was dat daarnaast een soort skelterbaan voor de jeugd was aangelegd. Het oude liftstation voor de Pollingerlift stond er echter nog net zo als toen. Er was zelfs niets aan de stoeltjes veranderd, nog steeds houten plankjes als zitting.

De lift was nu niet in bedrijf en om naar de Pollingerhütte te komen moesten we dus de skiweide beklimmen, waar we dertig jaar geleden in iets minder dan een minuut schat ik naar beneden rutschten . Rob met zijn rode mutsje deed het toen nog sneller want hij skiede in een rechte lijn naar beneden. Tegen dat Ina en ik twee keer op en neer geweest waren , kwam hij er voor de derde of vierde keer aan suizen.

 

 

 

Een onbesuisd kereltje was het toen. Gelukkig kon je hem aan zijn rode puntmutsje al van ver herkennen. Dus ook toen hij daar op dat weitje ten val kwam. Hij bleef even liggen en kwam toen overeind met het leek wel of hij onder het bloed zat. Het bleek niet meer dan een bloedneus te zijn, maar het toonde behoorlijk ernstig.

Rob en Stefan in de lift

 

Toen had hij even wat minder praats. Maar daarvoor had hij nog met Stefan, het zoontje van vrienden van ons, die een keer met ons mee geweest zijn naar Kanzelhöhe, hoog in de stoeltjeslift gezeten, Jantientje, het wat minder snelle kind van Nederlanders die we daar ontmoet hadden, die over het weitje beneden hen langzaam naar beneden deinde, toegeroepen van “Hé Jantientje, je kunt er niets van.” Jantientje was de enige dochter van Hans van der Meer en zijn vrouw, waar we mee kennis gemaakt hadden en die in Sonnenhotel Zaubeck logeerden. Later hebben ze twee Hapimag-aandelen van mij overgenomen. Daarvoor kwamen ze een keer naar Eelde met f 8000 in contanten bij zich.

 

 

zomerpiste lopen

 

Daar moest ik aan denken toen ik mijzelf moeizaam naar boven zeulde. Een klein half uur waren we bezig om bij die Pollingerhütte te komen. Maar toen we daar waren aangekomen bleek die er ook nog krek als bijna dertig jaar geleden bij te liggen. Dit was de plek waar we onze eerste nu legendarische Apfelstrudel kregen. Met vanillesaus en slagroom. Het jaar daarop toen we er de vakantie mee hebben afgesloten was hij niet helemaal zoals die eerste keer en nadien hebben we geen van beiden ooit meer zo’n Apfelstrudel gehad zoals toen.

 

 

 

 

 

in de Pollingerhütte

 

Dat deden we dan aan het einde van de laatste skiedag. Tussen de middag namen we er nogal eens een goulashsoep of een wat toen heette een Serbische Gerstensuppe. Vandaag was het een goulashsoep en een leberknodelsoep. Dit keer vanzelfsprekend met een paar goede glazen bier, omdat het nu zomer was. Jammer dat ze die Serbische Gerstensuppe niet hadden, want die Leberknödelsuppe was geen delicatesse. Dat het geen haute cuisine was wist ik, maar het viel me toch nog zwaar tegen. Dus nu nooit weer zo’n meelbal met lever.

 

 

 

 

 

 

We zijn er in totaal vier keer geweest, daar in dat af-en hooggelegen Kanzelhöhe. De eerste keer was in de krokusvakantie van 1983. Toen waren we met een heel gezelschap geweest. Okko Oosterhoff met zijn tweede vrouw Ria Siegerts, het zoontje van Ria, Stefan, die ongeveer even oud was als Rob en nog een neef van Okko, een enigszins slungelig jongmens, van wie ons niet duidelijk was waarom hij eigenlijk mee was en die wij onder elkaar met "neef" aanduidden. Dat was toen een gezellige weeek, want de Hapimagbeheerder, Herr Profer, kon goed een carnavalsfeest organiseren. Onze krokusvakantie toen viel in de carnavalsperiode. We gingen er zelfs verkleed naar toe.

Kanzelhöhe

 

Het jaar daarop gingen we echter alleen met ons eigen gezin. Robje was toen al iets driester en kwam op een gegeven moment melden dat hij een "steigerbultje" had ontdekt. Dat zou het begin van een carriere als skischansspringer kunnen worden. Het was weinig meer dan een flinke molshoop, maar met een flinke aanzet vloog je best een paar meter door de lucht. Met hem durfde ik dus wel al iets meer. Zo kwamen we toen ook eens bij een van de pistes naar de Pascheinerhütte. Die bleek echter afgesloten.

Hoezo afgesloten , dacht ik, want er lag fantastische sneeuw achter het lint. Dus als een rechtgeaarde Nederlander negeerde ik dat lint en skiede lekker over de maagdelijke sneeuw. Robje een eindje achter mij aan. Het ging werkelijk geweldig lekker.

 

 

 

Tot wij bijna beneden waren en daar ineens een totaal verbrokkeld ijsveld op ons pad zagen. Ik kon nog net zo remmen dat ik er niet middenin terecht kwam. Maar het kostte heel wat geklauter en geglij voor we veilig aan de rand waren. Vermoedelijk heb ik daar mijn ene been wat bezeerd, getuige een foto die daarna genomen is. Rob had blijkbaar nog tijdig van de piste af kunnen komen.

Rob in de sleeplift

Bij een andere gelegenheid was hij het echter die wat minder fortuinlijk te pas kwam. Dat was in de sleeplift van Neugarten 1 of Neugarten 2. Dat was een lange lift.

Sleepliften zijn een beetje lullige dingen. In de eerste plaats moet je ze op het goede moment vastpakken en onder je kruis duwen. Daarna moet je zorgen dat je skis in het spoor blijven. Dat wil nog wel eens misgaan en dat gebeurde dus bij Robje. Hij hield zijn rechterski niet goed in het spoor en die ging dus zijn eigen weg. Zodoende kwam hij met zijn punt in een sneeuwhol, waar hij door de voortgaande beweging dus in vast kwam te zitten. Dan ga je natuurlijk onherroepelijk horizontaal. Dat gebeurde dus ook. Het akelige was dat hij die ski niet een twee drie uit dat hol had.

Maar nog akeliger was het geluid dat toen uit het manneke opsteeg. Ik weet niet meer waar ik toen was. Ik was misschien al te ver boven hem, maar waarschijnlijk kwam ik een aantal sleepjes achter hem aan. Want een volwassene en een kind samen in zo'n sleeplift glijdt niet zo lekker. Bovendien ging hij toch veel sneller dan ik. Dus ik kwam achter hem aan zullen we maar zeggen.

Bij het instappen in de lift had ik in de verte al iets roods aan de kant zien bewegen. Verrek, dan zou toch niet Robert Jan zijn? Dichter bij komende was het echter niet alleen te zien wie het was, maar ook te horen.Het deed me denken aan die keer op Sylt, dat hij zijn vlieger in de duinen had laten neerkomen en daar niet bij kon. Toen had ik mij als vader danig opgelaten gevoeld, in het zicht en gehoor van talloze verbaasde Duitse badgasten, dat dat vloekende en tierende mormel mijn zoon was. Nu was hij een paar jaar ouder en kon nog heviger te keer gaan als toen.

 

Ik vroeg me af of het wel veilig was om dichtbij hem te komen, zo kwaad was ie. Een ander jonk was waarschijnlijk gaan huilen, maar hij niet. Hij mankeerde niets,  was alleen maar kwaad, rood aangelopen kwaad. En waarop of op wie eigenlijk? Ik heb het toch aangedurfd daar uit de lift te stappen en hem te helpen zijn skis weer aan te krijgen. Een half uur later vloog hij al weer van zijn steigerbultje. 

Dat moet in 1984 gebeurd zijn. Toen hebben de kinderen ook skiles gehad. Het leuke daaraan was dat ze dan aan het einde van de skiweek mee mochten doen aan de "Gästerennen". 

Gästerennen Kanzelhöhe

Car en Jantine

Gästerennen Kanzelhöhe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1985 zijn we ook nog naar Kanzelhöhe geweest. Die vakantie hadden we echter een onaangename ervaring met de Hapimag-beheerster, Frau Profer. De kinderen hadden namelijk de pech een paar dagen ziek te worden en lagen in een van de kamers van het appartement, toen met een knal een van de ruiten van de balcondeur sprong. Dat gebeurde spontaan, mogeelijk als gevolg van het temperatuurverschil tussen binnen en buiten. In ieder geval hadden mijn kinderen daar niet de hand in gehad. Carolien zei later dat ze geschrokken was van de knal. Toen ik dat meldde aan de Hapimagbeheerster kwam deze direct met een Schadenformular aanzetten, waarin ik moest aangeven "Schuld zu erkennen". Dat was ik uiteraard niet van plan. Nou, ik weet niet waar zij mij toen mee bedreigde, maar omdat ik misschien nog wel een beroep op hen zou moeten doen, als Carolien niet op tijd beter zou zijn, heb ik dat formulier onder protest getekend.  Thuis gekomen heb ik een klacht ingediend bij het hoofdkantoor. Die konden of wilden daar echter niets mee doen.

Dat was de reden dat wij daarna  niet meer naar Hapimag-Kanzelhöhe geweest zijn, maar de volgende twee jaar naar Hapimag in Sörenberg geweest zijn. Wel zijn wij in 1988 nog weer naar Kanzelhöhe geweest, maar toen hadden we een appartement van een particulier in het Enzian-complex gehuurd. Intussen had ik wel begrepen dat de beheerder van Kanzelhöhe daar toen niet meer in  dienst was. Ik vermoed dat Hapimag hun ontslagen heeft, want deze organisatie is erg strict in haar personeelsbeleid, hebben we later gemerkt. Tot zo ver de herinneringen van toen.

Na de Pollingerhütte zijn we weer afgedaald en hebben toen het fraaie panoramische pad naar de hapimagresidentie gevolgd. Je moest dat gedeeltelijk langlaufend afleggen. Vanaf dit pad had en heb je een majestueus uitzicht op het dal met daarin de Ossiachersee en daarachter de stad Villach.
Op weg naar de Hapimagresidentie kwam je langs hotel Zaubeck. Dat was nog precies het zelfde als toen.

Hapotel Diana was niet meer, er voor in de plaats was een kolos van een appartementen complex gekomen dat de naam Hapimag niet meer droeg. Blijkbaar had Hapi zich verkeken op dit megalomane project en heeft het dit op tijd van de hand kunnen doen. Kanzelhöhe is lang niet meer het gebied was het was. Of juist wel. Niet meegegroeid in de trend van alsmaar grotere en weidser skigebieden. Nee de mensen gaan niet meer naar dit gebiedje van zo’n 25 pistes. Ze willen groter en meer. Toch blijft het een charmant skigebiedje waar we allemaal mooie herinneringen aan hebben. Het was een goed besluit hier een dagje aan te besteden.

 

Ina Skiheil

Ina op Kanzelhöhe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ina, Rob en Carolien op Kanzelhöhe

 

Carolien op Kanzelhöhe

 

Robert Jan op Kanzelhöhe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Ina en San op de piste

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

San op Kanzelhöhe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kanzelhöhe naar de piste

 Einde