Het Groninger Hoogeland, dit is het gebied ten noorden van het Reitdiep en het Damsterdiep,  telt een keur aan pittoresque dorpjes. Vooral vele van de op een wierde, het Groningse woord voor terp,  gelegen dorpjes zijn een bezoek meer dan waard.  Niet alleen omdat de tijd er lijkt te hebben stilgestaan, maar ook en dat hangt daar misschien wel mee samen, vanwege de daar hangende haast serene rust. Cultuur-landschappelijke juweeltjes zijn het. Maar dank zij de wat moeizame toeristische marketing nog niet overlopen door drommen toeristen. 
Toch zou het geheel van Groninger en Friese wierden en terpen wat ons betreft in aanmerking komen voor een nominatie voor het Unesco Werelderfgoed. Deze dorpen op vluchtheuvels stammen immers voor een groot deel nog van voor onze jaartelling en de kerkjes die er in de middeleeuwen op gebouwd zijn behoren tot de oudste van  Europa. 
Sinds enkele jaren zijn verscheiden van deze dorpen door fietsroutes met elkaar verbonden en daar hebben wij er een paar van  gebruikt. De toepassing van de zogenaamde knooppunten waarop alleen nummers staan was voor ons niet zo handig, want we hadden een toeristische kaart van Groningen waar die knooppunten niet op stonden.  Een kaart heb je dus absoluut nodig, want de bekende paddestoelen met plaatsnaamaanduidingen en afstanden kom je er niet tegen. 
Globaal volgden wij een groot deel van de wierdenroute. Die is ongeveer 30 km. Wij namen er echter een lus over Uithuizermeeden en  Uithuizen bij, omdat wij ook de bekendste borg van de provincie, de Menkemaborg, wilden aandoen. Daarmee kwam onze route op ongeveer 40 km. 
We begonnen onze route in Wirdum. Wirdum ligt een paar kilometer ten noordoosten van Loppersum. De auto konden we kwijt bij het plaatselijke restaurant ’t Regthuys.  Dit witgepleisterde gebouw lag precies tegenover de oude kerk en vormde er een prachtig dorpsgezicht mee.
Kerkje Wirdum
Deze kerk dateert uit de 13e eeuw en zoals de meeste kerken uit die tijd is het een Romaanse kerk.  Omdat het hele gewicht van het kerkgebouw op de muren neerkomt zijn deze erg dik en hebben ze maar kleine ramen. Vandaar dat deze kerken van binnen vrij donker zijn. Later, toen  de architectuur verder gevorderd raakte, deed de gotiek haar intrede. Omdat de kerk van Wirdum uit de laat Romaanse tijd stamt, heeft het ook al enkele gotische elementen. Daarbij moet je denken aan hoge vensters en aan roosvensters. Men spreekt daarom van romanogotiek. 

't Regthuys Wirdum
We konden de kerk niet in, maar spraken een wandelaarster die vertelde dat de volgende drie kerken wel geopend waren. Veel dorpjes liggen namelijk zo dicht bij elkaar dat je er op een dag ook te voet heel wat van kunt aandoen.  
Vervolgens zetten wij koers naar het 2 km noordwestelijk gelegen Eenum. Dit was voor het oog een nog kleiner dorpje als Wirdum. Het telt amper 100 inwoners. Hier kwamen wij vooral onder de bekoring van  het kerkje. Te zien aan het gastenboek kwamen er toch nogal wat bezoekers. Bijna alle teksten die ik gelezen heb kwamen op het zelfde neer. Dat de bezoekers er getroffen werden door de daar heersende  weldadige stilte.
interieur kerkje Eenum
Wil je even weg uit de drukte van je dagelijkse beslommeringen, ga dan eens een tijdje verwijlen in zo’n Groninger wierdekerk. Je hoort er alleen de zangvogels buiten nog doorkomen. Het binnenste van het kerkje van Eenum was van een grote beslotenheid. Alsof de kerkgangers er familiebijeenkomsten hielden. Het kerkje is een van de oudste bakstenen kerken van Groningen en stamt uit de 12e eeuw. De wierde zelf was toen al 1700 jaar bewoond. Al in 500 v Chr zou deze wierde bewoond zijn geweest. 
Kosters "toen" Eenum
Terugkerend van  het kerkpaadje deden we de ontdekking van “Kosters toen”. Er liep een voetpaadje langs. In Pieterburen hebben ze een
“Domies toen”, waar nogal mee gepronkt wordt, maar deze tuin die in de zon lag te stoven, deed ons meer. De kleuren en geuren van de bloeiende struiken en planten gaven deze tuin nog extra intimiteit. Aan de andere kant van  het paadje stond de kosterswoning, laag en half aan het oog onttrokken door de uitbundig bloeiende tuin. 
 
Het volgende dorpje was Leermens. Eenmaal in je leven moet je toch in Leermens geweest zijn. Alleen al vanwege de tot de verbeelding sprekende naam.  Anders dan je verwacht blijkt de naam afgeleid te zijn van het Germaanse Linthihrabningja (of Linthihrabhna). Dat zou 'toebehorend aan zachtmoedige raaf' of 'lieden van de zachtmoedige raaf' betekend hebben. Zo oud is het dorpje dus. Het dorpje is ruim twee keer zo groot als Eenum en ligt voor het grootste deel ook op een terp.
Leermens Donatuskerk
Midden op die term ligt de Donatuskerk. Het oudste deel hiervan is het uit de elfde eeuw stammende tufstenen schip. Eind 12e eeuw kwam er nog een dwarsschip bij en in 1240  werd het koor vervangen door een bakstenen koor in vroeg romanogotische stijl.
De Donatuskerk was geopend. Het interessante aan deze wierdenkerkjes is dat ze allemaal verschillend zijn. De Drentse Romaanse kerken lijken veel meer op elkaar dan de Groningse. In Wirdum had je een zogenaamde zaalkerk. Deze kerk in Leermens was dus een kruiskerk. 
Doordat de kerken zo sterk van elkaar verschillen kun  je ze ook gemakkelijk herkennen. Als je bijvoorbeeld op de relatief hoge kerktoren van Eenrum staat kun je tal van kleinere kerken in de wijde omtrek zien. Je ziet dan ook dat de dorpjes allemaal maar een paar kilometer van elkaar af liggen.
Tijdens onze fietstocht door het vlakke en grotendeels open land konden wij ons steeds orienteren op de grote Petrus en Pauluskerk van Loppersum met zijn zware  toren met zadeldak. 
De Stichting Groninger kerken had bij de ingang van de kerk een interessant tableau geplaats met daarop een aantal markante oud-Groninger, dat wil zeggen Saksische  uitdrukkingen.  Een paar daarvan zijn  in de hele provincie gemeengoed geworden. Zoals deze: “Hai is om Leerms kommen”. Leerms is de Groninger naam voor Leermens. Dat is typisch Groningens. Waarom zou je een woord geheel uitspreken als iedereen de verkorte versie ook begrijpt? Zo heet Appingedam in het Gronings slechts “Daam” en ook wel “Apnkedaam”. Het heeft met de Groninger zwijgzaamheid te maken zullen we maar zeggen.  De woorden komen er soms wat moeilijk uit in dit deel van het land.
De uitdrukking “om Leerms gekomen” gaat terug tot de tijd dat in Leermens recht gesproken werd. De bewoners van borgen en edele heerden werden toen bij toerbeurt als rechter aangesteld. Dat ging gepaard met enig ceremonieel. De beëdiging van een “redger” vond plaats bij de “gerichtssteen” die vanouds naast de “dobbe”, de gemeenschappelijke drinkplaats, lag. De aankomende ”redgetr” moest eerst een ommetje rond de wierde lopen en dan eindigen bij de dobbe, waaruit hij een paar slokken moest drinken. Twee andere uitdrukkingen die hier van afgeleid zijn, zijn “Hai het op flint zeeten” en “Hai het oet dob dronken”.  Later werden deze uitdrukkingen spottend gebezigd voor mensen, die het beter wisten dan een ander. 
Ook het kerkhof was een bezoekje waard. Hier troffen we namelijk grafzerken die allemaal door van elkaar verschillende stichtelijke tekst voorzien waren. Op een plek stonden er zes van deze verder identieke zerken naast elkaar. Namen en data stonden er niet op. Mogelijk had een dichter deze teksten bedacht, voor elk familielid een.
We zijn ook nog even achter de kerk langs de rand van de wierde gelopen, van waaruit je een pastoraal uitzicht 
had op de nabije omgeving. Beethoven zal hier nooit geweest zijn, anders zou je denken dat hij zijn inspiratie voor zijn “pastorale” hier in Leermens  had opgedaan.
Leermens
Als je de mensen hier zo op hun rustige akkertje bezig ziet dan valt een gevoel van nostalgie niet te onderdrukken. Zo moet het vroeger overal geweest zijn. De mensen hier, in Leermens, Eenum en Wirdum mogen financieel dan wat minder te besteden hebben dan in bijvoorbeeld Woerden, dat  midden in de Randstad ligt, maar voor veel dingen  hoeven ze ook niet te betalen. Zoals rust, schone lucht en ruimte en nabuurschap. En die tellen wel mee in hun welzijnsbeleving. Wat ook zeker meetelt is dat iedereen hier in zijn of haar eigen karakteristieke huis of huisje woont. Er is hier geen huis gelijk aan en heel veel zijn vrijstaand. Veel ervan hebben muren van die typische rode Groninger baksteen.   
Na Leermens kozen we voor de route langs “t Zandt en Zijldijk naar Uithuizermeeden. Even voor ’t Zandt  passeerden wij de Alberdaheerd. Een heerd is een oud-Groninger benaming voor boerderij met de bijbehorende gebouwen. Deze heerd was omgeven door een romantisch wilde tuin met gedeeltelijke slotgracht. Aan de achterzijde bleek een sierviskwekerij gevestigd.  
Oosternieland kerkje
Na ’t Zand,  kwamen we langs Oosternieland. Een piepklein streekdorpje van 155 inwoners. De Nicolaaskerk hier is zeker een bezoekje waard. Het is een bakstenen zaalkerkje uit de 13e eeuw en het ligt op de kleine dorpswierde. Het monument is in 1981 aangekocht door de Stichting Oude Groninger Kerken.  
Om naar de in een rijke tuin gehulde  pastorie te komen, moest je over een bruggetje. We zagen net de dominee zijn huis binnengaan. Het was echt een dominee die je daar zou verwachten. Een lange lijzige en wat streng lijkende man in een zwart grijs pak. Of hij ook nog een horlogeketting droeg konden wij op die afstand niet zien.
Uithuizermeeden Mariakerk
In Uithuizermeeden ging het ons vooral om de haast onnatuurlijk grote kerk die deze plaats rijk is. Dit is de Mariakerk, waarvan vooral de toren de wijde omgeving imponeert. Van oorsprong dateert zij uit het midden van de 13e eeuw, maar in de loop van de eeuwen is er veel toegevoegd en heeft de kerk een neo-classiscistisch uiterlijk gekregen. De bijna 50 meter hoge toren is uit het begin van de 18e eeuw en van de zelfde bouwmeester als van de Aa-kerk in de stad Groningen. Dank zij de mooie blauwe kleur oogt deze kerk echter schoner dan de Aa-kerk.  Helaas konden wij er niet in. Het was al te laat.
Wel konden we zo wat aan de ingang van de kerk enkele fraaie ijzeren beelden op de stoep van de galerie en creatief centrum “De Koppelpaarden” van Jaap van Meeuwen bewonderen.
UithuizermeedenMariakerk
UithuizermeedenMariakerk
Menkemaborg
Luttele kilometers na Uithuizermeeden kregen we Uithuizen. Deze plaats heeft ontegenzeggelijk meer allure dan Uithuizermeeden. Er is behoorlijk wat te zien in deze plaats. Het is dan ook de hoofdplaats van de gemeente Eemsmond. Er staan grotere huizen en niet in het minst natuurlijk, het herbergt de meest bekende van de Groninger borgen: De Menkemaborg.
We waren al te laat voor een bezichtiging, dus Uithuizen en de Menkemaborg hebben ons nog tegoed.
Doodstil
Doodstil
Via het dorpje “Doodstil”  fietsten wij weer terug naar ons uitgangspunt Wirdum.
Zandeweer
Daarbij kwamen wij het eerst door Zandeweer. Dit lieftallige plaatsje van nog geen 500 inwoners telt verrassend veel monumenten. De twee meest in het oog vallende zijn de industrie- en poldermolen “Windlust”en de Hervormde kerkEen bezoek dus meer dan waard.
Wirdum 't Regtyhuys
Na Zandeweer hadden we het mooiste van deze rit wel gehad. Westeremden bewaarden we graag voor een volgende tocht. Zo waren we  na een half uurtje terug in Wirdum.
Daar hebben wij gegeten in ’t Regthuys. Het interieur en het terras hiervan waren geheel in overeenstemming met de rest van dit mooie wierdedorp. Geen moderne fratsen, nostalgisch en een familaire bediening. De kwaliteit van het gebodene was van Groninger kwaliteit: smakelijk en degelijk. Het leek ook heel geschikt voor gezelschappen. http://www.regthuyswirdum.nl/
Einde
referenties: Fietsen in het Hoogeland