Tour de sentiments door Assen

Vroeger, d.w.z. in onze tijd, laten we zeggen de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, kon je op zondag in het centrum van Assen een kanon afschieten zonder iemand te raken.

Voor ons als jeugdigen was Assen zo wat het summum van saaiheid. “Assen was niks, het is niks en het zal nooit wat worden” was het algemene sentiment onder ons. Of zoals een vriend het een aantal jaren geleden nog cruer uitdrukte: “In Assen kon je peerdelullen wassen”. Niet meer en niet minder.

 

Als je je in Assen wilde vermaken dan moest je dat echt zelf organiseren. Wat ik dan ook veelvuldig gedaan heb, onder andere door de “silofeesten” in het bedrijf waar mijn vader directeur was, aan de Havenkade, te organiseren. Dat waren een soort houseparties avant la lettre en na verloop van tijd een begrip in jong Assen.

Oog voor het schoon van Assen hadden wij niet zozeer. Ja, voor het vrouwelijk schoon. Maar dat liet zich zelden zien, want er waren dus gewoon geen gelegenheden.

Nou ja, je had dan Bellevue en de Hertenkamp. De leerlingenvereniging organiseerde daar dan bij aanvang van de Kerstvakantie en de Paasvakantie een bal met de plaatselijke jazzband. Twee keer per jaar dus. Daar moest je het mee doen. En die Hertenkamp was gewoon een aftandse zooi. Die werd gerund door de familie Bandringa. De vader was een kleine man met een kale kruin die nogal gauw rood aanliep als hij kwaad werd. En dat werd ie gauw. Een keer hebben we hem echt geweldig kwaad gekregen. Dat was toen we op zijn vloer gingen taaien in plaats van dansen. Het dansen ging over in “taaien” dat je vaak op ondergelopen en bevroren weilanden deed. Daar kon het geen kwaad. Maar hier wel, want op een gegeven moment, toen er steeds meer enthousiastelingen mee gingen doen, omdat die dansvloer zo lekker meegaf, gingen we er met z’n allen doorheen. Een geweldig gat ontstond. Nou toen was die man met recht rood van kwaadheid.

Dat even over het uitgaansleven van Assen in die tijd.

Als je echter vandaag de dag in het centrum op zondag een kanon zou afschieten zou je niet alleen heel wat mensen raken, maar bijna net zo veel of nog meer monumenten. Want Assen wordt de stad van de paleisjes genoemd. Niet dat elk monument een paleisje is natuurlijk. Maar er is inderdaad heel wat fraais te zien.

 

Mede omdat er nogal wat panden bij zijn waar een of meer van ons een binding mee hebben, organiseerden wij onze bijna jaarlijkse neven-en nichtenreünie dit maal in Assen.

Het actieve gedeelte hiervan bestond uit een bezoek aan de Noorderbegraafplaats en een rit per busje langs voor onze familie gedenkwaardige historische plaatsen. Waaronder ook een aantal monumenten.

We begonnen met de begraafplaats. Ik had die tien jaar geleden ook al eens bezocht, op zoek naar het graf van onze betovergrootvader, die in Assen zou zijn begraven. Het kerkhof was toen nog zwaar verwaarloosd. Maar onder het mos en de herfstbladeren trof ik toen wel de graven van een van zijn zonen en aanhang aan. Ik heb toen contact gezocht met de gemeente en daarbij ook laten weten dat ik het zonde vond dat dit kerkhof er zo bij lag.

 

Nu zijn we tien jaar verder en je herkent het haast niet terug. Als de dekplaten niet nog steeds gebarsten waren zou je denken dat je verre voorouders er vorige maand begraven waren.

 

 

 Vijf Lambersen in een graf op de Noorder begraafplaats

 

Na de restauratie is deze begraafplaats voor nazaten dan ook een bezoek zeker waard

 

Een enthousiaste vrijwilliger, er is namelijk een "stichting Noorder Begraafplaats" opgericht, die subsidie krijgt van de gemeente, kon ons nu zelfs een overzicht laten zien van liefst 13 Lambersen die hier begraven lagen. Hij vertelde ons ook dat er op dit kerkhof veel vroegere burgemeesters, gouverneurs, predikanten en vertegenwoordigers van de Drentse landadel lagen. En dus veel Lambersen. Kortom, onze voorouders bevinden zich daar op de Noorderbegraafplaats in goed gezelschap. Een opsteker vond ik.

Er was ook een nog niet heel oud graf waar onder meer een Mr Bernard Jan Lambers lag. Ritmeester der cavalerie van het K.N.I.L. stond er bij. De oude ijzervreter was 96 jaar geworden en woonde laatstelijk aan de Emmastraat. Op nummer 25 meen ik me te herinneren. Dat is een paar huizen van het huis waar Ina gewoond heeft, dat was nr 43. Ik zou hem dus best ontmoet kunnen hebben. Maar ik kende hem alleen van zijn venijnige ingezonden stukjes in de Provinciale Drentsche en Asser Courant. Hij schreef regelmatig van die stukjes. Misschien wel net zo vaak als ik de door mij opgestelde epistels van de JOVD, waar ik toen lid van was, naar het redactielokaal van die krant bracht. Zoals een vlammend protest tegen het vervoer door Groningse reders van wapens naar het in burgeroorlog verkerende Biafra. De redactie krant maakte daar een mooi opgemaakt artikel van weet ik nog. Later werd ik trouwens lange tijd columnist van die krant. Vandaar dat het gebouw van deze krant voor mij ook tot de tour de sentiments behoorde.

 

 

Verder wist hij te vertellen dat hier ook nog een Egbert Lambers en twee van diens nazaten lagen, maar dat daar geen uiterlijke tekenen meer van waren. Die zouden met behulp van de vrijwilligers echter weer aangebracht kunnen worden. Zoals een hekje met daaraan aangebrachte schilden. Hij liet ons daar een voorbeeld van zien. Alleen het aan te brengen schild zou voor rekening van de nazaten zijn en zou ongeveer € 250 moeten kosten. Misschien kunnen we dat eens opnemen met nazaten van deze Egbert, die apotheker in Assen geweest is.

 

Het gerestaureerde toegangshek tot deze begraafplaats is nu zelfs een rijksmonument, met de uil als heraut van de dood

 

Die tour de sentiments voerde natuurlijk ook langs de Vaart, waar wij gewoond hebben. Want zowel de Noordzijde , onze kant, als de Zuidzijde telde tal van eerbiedwaardige panden. Zoals het kantoor waar oom Harm gewerkt heeft.

 

De mooiste panden stonden echter aan de Noordzijde. Vooral aan het stuk tussen de Kolk en de Witter Brug. Wij woonden verder van de stad af. Aan het voeteneind in de woorden van mijn moeder. Daar woonde meer de burgerij. Verderop, om de bocht van het kanaal daalde de sociale status nog iets verder en kwam je dan nog verder dan kwam je bij het Asser Vaartje. Daar lagen woonschepen en daar woonde onder andere Flap, een beetje een vies oud baasje. Eens kwam ik er met mijn vader langs en zagen wij een drol drijven in dat Asservaartje, vlak bij de aftandse schuit van Flap. Nou dat moest dus wel een flapdrol zijn veronderstelde mijn vader. Kortom, de chic woonde vooraan de Vaart en het wat mindere volk achterin, richting Kloosterveen.

 

Omdat ik vanuit het busje natuurlijk niet goed foto’s had kunnen maken, hebben Maja en ik na afloop van de reünie alsnog een wandeling gemaakt langs een aantal van de panden waar sommigen van ons wat mee hadden en daarbij ook enkele van de mooiste monumentale gebouwen meegenomen. Vooral die waarop je vroeger ook al vaak het oog op liet vallen.

 

Wandelroute door Assen

Voor wie deze route ook eens wil lopen, deze is als volgt.

Start: Noorderbegraafplaats. Vandaar langs de Vaart Zuidzijde naar de Markt. Dan door de Collardslaan naar de Torenstraat aan het eind waarvan zich de Brink bevindt met het voormalige Provinciehuis. Dan door de Brinkstraat naar de hoek van de Nieuwe Huizen en de Gedempte Singel en vandaar langs de Noordersingel, even de Stationsstraat in en weer terug en vervolgens langs de Oostersingel en Zuidersingel naar het Kerkplein. Vandaar de Dr Nassaulaan en na 200 meter linksaf het van der Feltzpark in. Je komt dan uit op de Beilerstraat bij de oude RHBS. Dan even de Beilerstraat in richting centrum tot aan de Oude Pastorie en weer terug de Beilerstraat verder aflopend naar de Boshof, waar

onze Oma haar laatste jaren gewoond heeft. Van hier weer terug en bij de RHBS linksaf naar de Hertenkamp en deze oostelijk ronden, waarbij je weer op de Dr Nassaulaan komt. Hier linksaf en na de Hertenkamp rechtsaf de Kerkhofslaan door tot het startpunt weer bereikt is.

Onderstaande foto’s zijn in die volgorde gemaakt en van een korte toelichting voorzien.

 

Rijksmonument de Hofstede aan de Vaart 116,                                                                                                                                                           Gebouwd in 1882, in eclectische stijl , verwant aan het zogenaamde Asser type. Vroeger kwam ik onderweg van school naar huis er bijna dagelijks langs. Je besefte dat dit een bijzonder gebouw was. Het huis ernaast vond ik echter mooier, want dat leek op een klein paleis.

 

Rustica aan Vaart NZ 114,  gebouwd in 1867 in stijl Neorenaissance

 

Het Huis met de vazen, op Vaart N.Z.76.

Ook een van de 119 rijksmonumenten in Assen. Het is in eclectische stijl opgetrokken. Dit huis heet zo vanwege de twee aan weerszijden van de dakkapel in vazen staande obelisken.


 

Vaart Z.Z.33  Het vroegere kantoor van onze oom Harm, die toen bij de Cultuur Technische Dienst werkzaam was

 

Vaart N.Z. 28, van het z.g Asser type. Dit was de vroegere praktijk van onze huisarts dokter Nienhuis. Dit was nog een ouderwetse “Oom dokter”die in onze jeugd nog visites op zondagochtend reed en dan altijd neuriënd binnen kwam. Ook dit is een rijksmonument.

 

Het “Witte Huis”, aan Vaart N.Z. 36. Een van de mooiste panden van Assen. Gebouwd in 1832-56 in opdracht van burgemeester Hendrik Jan Oosting.

 

Vaart Z.Z. 19  Het vroeg twintigste eeuwse woonhuis annex kantoor is gebouwd tussen 1902 en 1905 voor de graanhandelaar G.J. de Waard op de plaats waar voorheen een boerderij en een graanmaalderij stonden. Het pand is gebouwd in een stijl, waarin nog neo-renaissance elementen terug zijn te vinden, maar de stilistische vernieuwingen van de art nouveau ook evident aanwezig zijn. Achter het huis staan nog de in 1897 voor Van Leusen en de Waard gebouwde graanoverslag annex -pakhuis en het ernaast gelegen pakhuis uit 1901. De bescherming beperkt zich tot het woonhuisgedeelte.

Tijdens mijn lagereschooltijd was ik bevriend met Jan van Leusen, die daar toen woonde. Ik ben daar dus regelmatig geweest. Het was er erg stoffig, vanwege al het meel.

 

Het Pelinckhuis aan de Markt 7, vroeger het zusterhuis genoemd vanwege de katholieke zusters, die hier een pension dreven

 

Het in het oog vallende “Wapen van Drenthe” aan de Vaart Z.Z. 1 , gebouwd in 1781-82 als logement . Een van de 250 gemeentelijke monumenten van Assen. Het pand heeft verscheidene bestemmingen gehad. Vanaf 1973 was het een verzorgingstehuis van de katholieke Rikkers Lubbers Stichting. Daarna daalde de sociale status gestaag.

 

Het bekende aan de Markt 11-13 staande Hofstedehuis, ook bekend als Bies

 

 

Postkantoor, Zuidersingel 12 (Rijksmonument)                                                                                                                                            Het oude postkantoor daterend van 1895 en gebouwd door architect C.H.Peters, was en is een van de opvallendste gebouwen van Assen. Dat was zowel vanwege de locatie als de bouwstijl, die 'postkantoren-gotiek', genoemd wordt en verwant aan zowel gotiek als renaissance. Sinds 1972 heeft het gebouw een medische functie.

 

 

 v/m Provinciale Drentsche en Asser Courant aan de Torenlaan 18                                                                                                                   Gebouwd in 1898 in neorenaissance stijl en nadien verscheidene keren uitgebreid. In de jaren zestig kwam ik er regelmatig stemverheffingen van de JOVD waar ik toen actief bestuurslid van was ter publicatie brengen, wat meestal ook lukte. Zoals met die stemverheffing waarbij wij protesteerden tegen het vervoer van wapens door Groningse reders naar het in burgeroorlog verkerende Biafra.

 

 

 De Brink met daarachter het voormalige gouvernementsgebouw

 

 

 Vooraanzicht van het voormalige Provinciehuis van Drenthe.                                                                                                             Gebouwd door de rijksbouwmeester J.van Lokhorst in de neogotieke bouwstijl. De kamer van onze oom-gedeputeerde Gezinus bevond zich achter het derde en vierde raam links van de ingang.

 

Ik herinner me eens bij hem audiëntie te hebben aangevraagd. Die ik prompt kreeg natuurlijk. Het ging over mijn stukje in de prov. Drentsche en Asser Courant waar ik een lans had gebroken voor het samengaan van de provincies Groningen en Drenthe, of voornemens was dat te gaan schrijven onder de kop “Droningen of Grenthe?” Wat hij daarvan vond. Het was even stil. En toen zei hij, ik herinner me het nog glashelder: “Jan , het is nog maar goed dertig jaar geleden dat de Groninger en Drentse boeren bij Bareveld met hooivorken tegenover mekaar stonden” Dat antwoord was duidelijk zat. Het is er ook niet van gekomen, die fusie. Maar verder was het heel genoeglijk geweest.

 

 De Kloosterkerk naast het vm. Provinciehuis, daterend uit 1661-64

 

 

 Brink met zicht op de Torenlaan

 

 

Brinkstraat 4, Paleis van Justitie (1838-1840), neoclassicistisch met ionische plasters en fronton .

Arbeidsdomein geweest van mijn dochter Carolien, die er eens een open dag heeft georganiseerd. Zelf heb ik er wel eens geprocedeerd.

 

 

Het fronton van het Paleis van Justitie met het indrukwekkende opschrift : Sine Justitia nulla libertas (Zonder gerechtigheid geen vrijheid)

 

 

De Finse Winkel, hoek Ged. Singel en nieuwe Huizen. In onze tijd was het de inrichtingszaak van Holthinrichs.

 

 

 Ged Singel 1 , pand voormalig café biljard de Passage, tegenwoordig de heren van Hofsteenge genaamd

 

 

 

 Vroegere Café Biljard de Passage, nu Diner Café De Heeren Hofsteenge

 

 

Oostersingel 19, woonhuis Borneo (1915), gebouwd in Jugendstil. Gebouwd voor de weduwe Lamberts

 

 

Stationsstraat 19, neo-classicistische schoonheid

 

 

Landbouwhuis

Dit in eclectische opgetrokken pand was de residentie van het DLG, het Drents Landbouw Genootschap, waarvan onze oom Gezinus voorzitter was en mijn vader directeur van het boekhoudbureau. Later werd er een verzekeringspoot aan verbonden die uitgegroeid is tot het landelijke Univé van nu.

Indertijd kwam ik er natuurlijk wel eens. Het ging er in mijn herinnering gemoedelijk aan toe. Mijn vader had een stuk of vijf assistenten en twee typistes die in de serre ondergebracht waren. Achter het pand lag een grote tuin, waar mijn vader een van zijn vier moestuinen hield. In die tijd verdienden managers nog niet zo veel als wat ze tegenwoordig in handen krijgen.

 

Het naast het Landbouwhuis gelegen landgoed Overcingel

 

 

Overcingel is een 18e eeuws landgoed in Assen. Het werd gesticht door Johannes van Lier, ontvanger-generaal van Drenthe, die zelf in het ontvangerhuis woonde. Het werd in 1777gebouwd door architect Abraham Martinus Sorg. Bij het huis behoort een Engelse landschapstuin, die tegen betaling is te bezoeken. Momenteel is het pand in bezit van de familie van Lier Lels. Zowel het huis als de tuin, aangelegd door Roodbaard zijn rijksmonument.

 

De Nederlands Hervormde Jozefkerk, die ik een paar keer met mijn vader bezocht heb en waar ik zondagsschool genoten heb.

 

Voormalig café Cosy Corner Kerkplein 5                                                                                                                                                    Winkel met bovenwoning uit 1902 gebouwd in opdracht van wed. Roelof van Dijk als bakkerij en winkel met bovenwoning. Stijl verwant aan de Jugendstil. Werd in 1922 vergroot met een bedrijfsgedeelte.

In onze tijd heette dit café het café van Tees Smit. Zelfs tijdens mijn diensttijd die ik deels mocht doorbrengen in de historische kazerne van Assen, kwam ik daar niet. Want dat zou onder meer het domein zijn van de enige hoer die Assen rijk was. Naar wij dachten. Maar het precieze wist je er niet van. Daarentegen frequenteerden wij wel vaak de er naastgelegen cafetaria Luken. Die stond wel goed bekend. Na afloop van schoolfeesten ging je daar vaak nog een inwendig versterkertje halen zoals een eierbal, een nassibal of gewoon patat met.

 

Het pand Collardslaan 1, een blikvanger vanaf het Kerkplein

 

 

Gymnasiumstraat 1, ook een bekend monument(aal) pand

 

 

Voormalige Gymnasium                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Vroegere gymnasium, gebouwd in 1824 als Latijnse School, opgericht door Hendrik Jan Nassau, doctor in de letteren die eerder een Franse kostschool was begonnen. Naar hem is de Nassaulaan vernoemd alsmede het Nassaucollege.

 

Nassaulaan 8                                                                                                                                                                                        neorenaissance met invloeden chaletstijl , rijksmonument. Voormalige burgemeesterswoning van de burgemeesters de Dreu en Agter


Nassaulaan 7, woonhuis in chaletstijl, eclectisch met neo-gotische details, gebouwd in 1876

                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

Van der Feltzpark1 , Het Groote Holt

                                                                                                                                                                                           

 

Beilerstraat 24, de voormalige muziekschool

daterend uit ca 1885 en opgetrokken in eclectische stijl en waar verschillende van ons nog les gehad hebben

 

De Oude Pastorie, Beilerstraat 20                                                                                                                         opgetrokken in in eclectische stijl. Hier woonde vroeger ds. van Aalst van de Jozefkerk. Een zoon van hem, Hans van Aalst, zat bij mij in de klas. Ik ben er wel eens thuis geweest.

 

RHBS aan Beilerstraat 30

Hier hebben vier van ons neven en nichten op school gezeten. Het gebouw dateert van 1867 en is opgetrokken in eclectische stijl met neoklassiek fronton. Een fronton is de bekroning van een gevel , venster of ingang. In de klassieke bouwkunst werd het gebruikt om de entree te benadrukken. Tegenwoordig domicilie van RTV Drenthe.

Nadat RTV Drenth er in getrokken was heb ik er nog eens een persoonlijke rondleiding gehad. Het gebouw was van binnen bijzonder mooi geworden vond ik en tijdens de rondleiding kwamen natuurlijk allerlei herinneringen boven.

Zoals die van de bijnamen die sommige docenten met zich meedroegen. Terwijl dat toch niet de eersten de besten waren. Vaak waren ze gepromoveerd. Zoals onze docent Nederlands, dr Jan Naarding, een grootheid van de Drentse cultuur. Maar ons was hij gewoon “Jan Zwam”. Van Jan Zwam kreeg je een nul als je iet deed in de klas wat hem niet aanstond. Dat schreef hij dan op in een apart notitieboekje, wat je moeizaam bijeen gesprokkelde cijfer behoorlijk naar beneden kon halen.

Een jaar later kregen we een ander docent Nederlands. Dat was van dr Jansonius, ook geen onbekende in de wereld van de Neerlandistiek. Dat was dus "Jut", om mij onbekende reden. Maar goed eenmaal een bijnaam, altijd een bijnaam.

Dan had je nog "Naatje", of “Naadje”. Dat was dan mej . van Lessen , de ongetrouwde docente Frans.

En dan zou ik "Dove Jan" nog bijna vergeten, onze docent staatsinrichting. Hij was nog een oude kameraad van de sociaal democratische partij, nog echt lekker ouderwets vuurrood. Hij leerde ons geen strijdliederen, maar gaf af en toe wel commentaar, ook op Bijbelse uitspraken. Zoals op het “Gaat henen en vermenigvuldigt U” Maar volgens hem hadden de Canadezen dat in 1945 niet goed gelezen want zij pasten het omgekeerde toe. Zij vermenigvuldigden zich namelijk en gingen vervolgens heen. Elk schooljaar vergastte hij ons opnieuw op die vondst.

In de pauzetijd vermaakten wij ons nog wel eens in het belendende Asser Bos. Daar liep een klein waterloopje tussen het geboomte door en dat had een diepe sloot uitgesleten. In die tijd hadden we in Assen nog een gasfabriek, ook aan de rand van het Asser Bos. Blijkbaar loosde die op dat loopje, want alle sloten in de omgeving waren vergeven van de zwarte stinkende drab die er door heen liep. Het hele bos daar rook er naar.

Maar deze sloot was een ideale sloot voor de jonge helden onder ons om er over heen te sprongen. Je moest dan wel een flinke aanloop nemen want hij was zeker een meter of twee breed. Kwam je dan goed aan de overkant dan kon je op goedkeurend gemompel of zelfs applaus rekenen, vooral van de vrouwelijke toeschouwers.

Nu ging dat natuurlijk bijna altijd goed. Bijna, want een keer mocht ik het toch meemaken dat zo'n jonge held de aanloop niet goed nam – wellicht vanwege een te laat opgemerkte boomwortel- en midden in de sloot terecht kwam. Een verschrikt oh, oh. steeg op. Maar toen hij weer aan de kant was geklauterd, ongedeerd, veranderde dat in een homerisch gelach. Hij zag er namelijk uit als een ouderwetse Zwarte Piet, zoals we die tegenwoordig bij de intocht van Sinterklaas in het multi-culturele Amsterdam niet meer mogen mee maken, alleen nog in de provincie. Hier was een wederopstanding geschied. Hij viel er wit in en kwam er zwart weer uit. De stank was zo adembenemend dat wij op weg naar school minstens twintig meter bij hem uit de buurt bleven. Maar we bleven lachen. Leedvermaak was het.

Nu bijna zestig jaar later heeft de stinksloot al lang weer plaats gemaakt voor een lieflijk beekje met glashelder water, waar doorheen je de zandige bodem kunt zien. De gasfabriek is verdwenen en het bos ruikt weer naar bos.

de Bosbeek.                                                                                                                                                                                                              Ontspringt bij de Hertenkamp en gaat later over in het "Nijlandse loopje".

 

Het zelfde beekje in de omgeving van de oude RHBS

Een mooi voorbeeld van hoe we er met zijn allen de afgelopen decennia enorm op vooruit zijn gegaan.

We hadden ook eens leedvermaak toen het in winter op de straat voor de ingang naar de fietsenstalling glad was. De conciërge van de school, de heer Camferman, had blijkbaar geen zout gestrooid. Toen ik op mijn fiets vanaf de Hertenkamp de ingang naderde had ik gelukkig in de gaten dat er iets loos kon zijn, want op het trottoir stond een hele schare mede-scholieren ogenschijnlijk ergens op te wachten. Daardoor was ik op mijn qui vive toen ik de bocht moest nemen naar de fietsenstalling.

Maar na mij kwamen er nog vele anderen waarvan minstens de helft grandioos onderuit ging. Ook hier leedvermaak, maar niet zo veel als bij die zwarte Piet.

 

 Beilerstraat 59, 61 en volgende

Van de in Jugendstil en neorenaissance gebouwde woningen aan de Beilerstraat, in een waarvan onze oma gewoond heeft . Zij woonde naar ik dacht op nummer 59 en huurde daar een kamer van de familie Witting. Jantje Witting was een bridgekennis van mijn moeder.

 

Villa Boschlust aan Beilerstraat 173.                                                                                                                     Voormalig landgoed uit 1885, uitgevoerd in eclectische stijl van het Asser type.

 

De Boshof, Beilerstraat

De Boshof , aan de rand van het Asser Bos, was volgens mij het eerste moderne verzorgingstehuis in Assen. Indertijd gold het als zeer goed. Evengoed mat het vertrek van onze Oma amper 15 m2 dat in beslag werd genomen door een slaapnis met een bedbank, een kastje met laden en tenslotte een tafel met drie stoelen. Ze had een mooi uitzicht. En dank zij de draadomroep van toen kon ze veel naar de door haar geliefde klassieke muziek van Bach en Telemann luisteren. De kleinkinderen , voor zover in Assen wonend , kwamen er graag op bezoek. Bij vertrek kreeg je er steevast een chocoladereep van “de Beukelear”.

De Boshof, thans nog een centrum voor revalidatie en herstelzorg, staat op de nominatie voor sloop ten behoeve van nieuwbouw en een herstel van het Asser bos ter plekke, in het bijzonder van het Nijlandsloopje. Dit is de voortzetting van de Bosbeek, die bij de Hertenkamp ontspringt en die hiervoor al is beschreven. De gemeente Assen stelt daar € 3,5 mln. voor ter beschikking.

 

Het Boshuis, Beilerstraat 82

Dit naast de Boshof staande “boshuisje” met dakruiter is een ware blikvanger in een weitje voor het Asser Bos. Gebouwd in 1886 resp .1907 voor de eigenaar van het landgoed Dennenoord, H.J.Oosting.

 

De “Oude Vijver” in het Asser Bos, achter de Boshof

 

Villa Aschwing , aan Nassaulaan 9                                                                                                                                                            

De villa dateert uit 1877 en heeft een eclectische bouwstijl, dw.z. elementen van verschilende stijlen bevattend. (1877). Na de oorlog bewoond door jonkheer Alting von Geusau (advocaat procureur) Een dochter van hem , Rosemarijn , zat in de zelfde klas van de HBS als ik.

 

 

 De Hertenkamp van Assen, die mede door mijn kinderen en hun oma die aan de Emmastraat woonde in stand zijn gehouden

 

Nassaulaan 20 , cottagestijl. Was o.m. ambtswoning van de Commissaris der Koningin in Drenthe.

 

 

 

Einde