EzumazijlHet zou vandaag de eerste warme dag van net jaar worden met temperaturen van boven de dertig graden. De vraag was dus of we ons wel aan die Friese terpen moesten wagen. Maar omdat vrijwel alle voorafgaande dagen niet bepaald aangenaam geweest waren, waagden we het er toch maar op. We zouden dan maar niet gaan fietsen, maar van de airco in de auto profiteren.

Vanuit Groningen was Ezumazijl de eerste uitstapplaats. Vanwege het mooie uitzocht op de Lauwersmeerpolder, het monument van Unesco erfgoed en de sluis met bebouwing rondom.

Anjum                                                                                                                                                                         Anjum kerkWe zaten toen nog. 5 km van Anjum , onze eerste bezoeklocatie.
Het ging ons vooral om de kerk en de directe omgeving, want de kerk staat vrijwel altijd midden op de terp en is ook het middelpunt van de bebouwing.


Het viel ons op dat het er uitgestorven was. De enige levendigheid in dit dorp zou er hier hoogstwaarschijnlijk uit bestaan dat deze middag de vuil containers opgehaald zouden worden. Dat zou althans enige bedrijvigheid
geven.

 

 

 

 

 

 

Anjum kerkDie stilte zouden we in de meeste andere te bezoeken dorpjes ook tegenkomen. Het leek wel een dooie dorpen tocht te worden.

Wat we aan dit dorpje wel heel markant vonden was dat de begraafplaats echt midden in de gemeenschap stond. Vrijwel overal heeft men de begraafplaats ergens achteraf op een stil plekje weggemoffeld. Maar hier leek het wel de hotspot van het dorp te zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Anjum begraafplaatsDat had er natuurlijk mee te malen dat er op zo’n terp maar heel weinig ruimte was en de kerk er nu eenmaal centraal stond. En daarmee ook de begraafplaats. Op die begraafplaats zag je ook dat er zich toch nog levende zielen in het dorp moesten bevinden, want er waren enkele verse graven gedolven. Dat kwamen we later  nog vaker tegen.
 










Paesens Moddergat                                                                                                                                                

Paesens ModdergatDe volgende bezoeklocatie was Paesens Moddergat.

Daar wilde ik heen omdat ooit een verschrikkelijke ramp de gemeenschap hier had getroffen. Dat was in 1883 geweest.

Toen was de vrijwel de gehele vissersvloot van het dorp tijdens een zware storm met man en muis vergaan. In een klap waren er die nacht en vroege ochtend 66 vrouwen weduwe geworden en meer dan honderd kinderen vaderloos.

 

 

 

 

 

 

Paesens Moddergat

In een indrukwekkend monument op de dijk waren de namen van alle vergane schepen aangegeven met de namen van de bemanning. Elke schip telde, op een na, lazen wij, vijf bemanningsleden.

In totaal 83 mannen zijn toen verdronken, onder wie ook een jongen van 12 jaar. Misschien was het wel zijn eerste tocht geweest, dat hij met zijn vader, oudere broer en of oom mee had gemogen of gemoeten.

 

 

 

 

 

 

Ik vind het een onweerstaanbaar aangrijpend monument. Ergens vind ik het ook stuitend dat er nergens in de Nederlandse literatuur aandacht voor deze toch ook nationaal gezien grote ramp is geweest. Het was nogal wat, wat daar gebeurd is. De vis is daar die nacht wel heel duur betaald.
Misschien was het wel een verre nazate van een van de omgekomenen die zich bij het monument als bruid liet fotograferen. We zouden deze dag trouwens nog twee bruidsparen tegenkomen.

Paesens ModdergatVanaf deze voormalige onheilsplek had je uitzicht op de Waddenzee en kon je Schiermonnikoog en Ameland zien liggen achter een kalme Waddenzee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paesens ModdergatVerder was van een deel van het tweelingdorp een openlichtmuseumpje gemaakt met allemaal de vissershuisjes van toen met toebehoren, waaronder een wasrek met daaraan een peloton gedroogde scharretjes. Dertien  jaar hingen ze daar al, dus zelfs voor de meeuwen was de smaak er af.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paesens ModdergatPaesens Moddergat is vanwege haar geschiedenis en vanwege dit kleine openluchtmuseum zeker een bezoek waard.

Paesens Moddergat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de foto rechts zien we het wapen van Paesens Moddergat. Hierin stelt de dwarsbalk  het riviertje de Paesens voor, waar de beide dorpskernen elk aan een kant van dit riviertje liggen.

De vis is het symbool van de van oudsher belangrijke visserij. De klaverbladeren slaan op de landbouw. Het anker is enerzijds een verwijzing naar de visserij, anderzijds naar de oude kerkpatroon van Paesens: Sint Anthonius.

 

 

 

 

 

Paesesn Moddergat

 

Paesens Moddergat

Het mooie bronzen beeldje van een vrouw met een kindje op het talud van de zeedijk stelt een vissersvrouw met haar kind voor. Een van de 66 vrouwen die in de vroege ochtend van 6 maart 1883 het doodsbericht van hun man kregen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is op 8 maart 2008 onthuld bij de herdenking van de stormramp van 6 maart 1883, waarbij 83 vissers uit Paesens-Moddergat en Wierum en 9 vissers uit Zoutkamp omkwamen.

In het hele land had deze storm 121 Nederlandse levens geëist. Van de 17 vergane schepen van Paesens Moddergat heeft slechts één man op miraculeuze wijze het vege lijf kunnen redden. Slechts vijf schepen wisten veilige wateren te bereiken.

 

 

 

 

 

Het beeld is een eerbetoon aan de vissersvrouwen die achterbleven en die, naast de verwerking van al hun verdriet er ook nog voor moesten zorgen voor zorgen dat zij en hun  kinderen  de tijd doorkwamen. Het beeld beoogde echter tegelijkertijd een ode te zijn aan de sterke vissersvrouw in het algemeen, met haar nood en haar zorg. Toen de ramp in het land bekend werd is er een grote inzameling gehouden, waaraan ook het koningshuis heeft bijgedragen. F 135 000 is er toen opgehaald. Voor die tijd was het veel, maar toch niet genoeg om alle nood te lenigen.

Aangrijpende verhalen over deze inktzwarte gebeurtenis zijn te lezen op http://www.spanvis.nl/Moddergat/  Zoals dat van ooggetuigen die bij het naderen van het dorp het gejammer en geschrei van de achtergeblevenen al tegemoet kwam. Of van de visser die op een van de volgende dagen  het lijk van zijn broer in zijn visnet aantrof. Want het vissen ging door. De ramp heeft het de Friese dichter Douwe Tamminga (1909-2002) tot het volgende gedicht geïnspireerd:                                                                                                       

As de dea it skip berint
Dan is der gjin ûntkommen.
O wetter, o wif elemint!
De sé hat jown, hat nommen.
In het Nederlands:
Als de dood het schip bedreigt
Dan is er geen ontkomen.
O water, o onzeker element!
De zee heeft gegeven, heeft genomen.


 

 

Ternaard                                                                                                                                                            kerk TernaardPaesens Moddergat was en is geen terpdorp. Dat was het dorpje Ternaard wel. Hier hebben we alleen kort de kerk bekeken en gefotografeerd. Verder bood dit plaatsje weinig interessants.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na Ternaard wilden we wel eens even ergens wat gaan drinken, maar daar kun je in dit deel van Friesland lang naar zoeken. Dit deel van Friesland  is niet bepaald toeristisch ingesteld. We dachten daarom maar naar Holwerd te rijden. Dat was dichtbij en daar bij de veerboot naar Ameland was zeker wat te eten en drinken. Maar daar aangekomen  ging je er niet voor je plezier zitten vonden wij en dus reden we er weer vandaan.

 

Ferwert kerk

Ferwert
In Ferwert zou dan wel iets te vinden zijn. Ferwert vervulde namelijk een belangrijke regionale  functie hadden we gelezen.  Maar ook hier moest de inwendige mens nog maar even wachten.

Wel had Ferwert een erg mooie kerk. Het was de eenbeukige Sint Martinuskerk uit de 15e eeuw, waarvan de noordwand nog grotendeels uit tufsteen bestond. Dat tufsteen werd indertijd aangevoerd vanuit de Duitse Eifel.

 

 

 

 

 

 

Er Ferwertomheen liep een fraai omboomd pad, dat op deze warme, zonnnige dag goed uitkwam. Dit was ook de eerste kerk waar je naar binnen kon.

Die in Anjum en Ternaard waren niet toegankelijk geweest en er was  ook niet vermeld waar of bij wie je de sleutel kon halen.

Dat was in Groningen toch anders. Ook zo’n uiting van niet op bezoek zijn ingesteld. Maar Friesland en Groningen zijn niet het zelfde, dat wisten we al.

 

 

 

 

Ferwert kerk

 

het interieur van de kerk van Ferwert

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ferwert VrijhofVerder had Ferwert een mooi plein, het Vrijhof, waar je Friese vis kon kopen.

Van hier kon je goed zien dat de kerk een zadeldaktoren heeft. De toren zelf heeft drie klokken.  


 











Hegebeintum
Hegebeintum terpNa Ferwert kwamen we in wat als het hoofddoel van onze excursie zagen. Dit was Hegebeintum. De reden hiervan was dat het de hoogste terp van ons land heeft.

Maar liefst 8,5 meter verhief deze terp zich boven het omringende land. Dat leverde mooie plaatjes op. Verder was er hier  wel drukte van mensen, want in het kerkje was net een trouwpartij aan de gang geweest. Daarom konden we er nog even niet in.

 

 

 

 

 

Hegebeintum terp

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hegebeintum

 

Hegebeintum kerkinterieur Het interieur was echter zeker de moeite waard. Vooral vanwege de zogenaamde rouwborden.

Eigenlijk hadden we ons in het bijbehorende informatiecentrum  moeten melden voor een rondleiding, maar dat hadden we over het hoofd gezien. De koster, tevens ceremoniemeester, die op de mooie kansel nog wat aan het rommelen was,vertelde ons echter toch een paar dingen.

 

 

 

 

 

 

Hegebeintum kerkinterieur

 

Daarna liepen we alsnog naar het informatiecentrum. En daar konden we dan ook eindelijk een dorstlesser krijgen, waaronder een Fries gebrouwen biertje. Er zaten verder nog drie mensen. Dus heel druk was het er niet. De inwoners van deze kleine plaatsen lessen hun dorst kennelijk liever thuis, aan de eigen pomp.

Bij het informatiecentrum bevond zich een archeologisch steunpunt waar dingen te zien waren die bij de bijna volledige afgraving van de terp aan het licht waren gekomen.
 

 

 

 


Flieterpen

Na Hegebeintum reden we naar de zogeheten Flieterpen. Dat zouden voorlopers van de latere grote terpen geweest zijn. Het zijn eigenlijk een soort vluchtheuvels met daarop meestal een kerk.

Jammer is dat net als in Hegebeintum het grootste deel van de terp hier begin vorige eeuw is afgegraven.  Alleen de kerk en de bijbehorende begraafplaats zijn gespaard gebleven. Een kerk kun je natuurlijk ook moeilijk afgraven. Zo kostbaar was die terpaarde nu ook weer niet. Maar zonder kerk zou er niets van de meeste terpen zijn overgebleven.

In Groningen was het met de wierden daar al net zo gegaan. Die terpaarde, vol humus en mineralen,  werd onder meer gebruikt om de van hun veendek ontdane en tot ontginning gebrachte gronden elders in de provincie vruchtbaarder te maken. Mogelijk werd terpaarde verder nog aangewend de schrale Drentse heidegronden te verrijken. In  ieder geval werd de terpaarde ook vaak grote afstanden vervoerd.                                                                                                                                                                          

Volgens de informatie die we verzameld hadden kon je vanuit Hegebeintum ook een wandeling langs deze Flieterpen maken. Daarbij kwam je dan onder meer langs de vroegere Harstema State. Omdat het vandaag echter veel te warm leek te worden was voor een wandeling, hadden we die uit onze planning geschrapt. We reden het stukje dus per auto en dat bleek precies de zelfde route als die van de wandeling. Dus die ging gewoon over de weg. Een pittoresque pad was het dus niet.

 

Reitsum                                                                                                                                                                       Het eerste plaatsje was nu Reitsum. Met ruim vijftig huizen en een basisschool is dit het grootste dorp van de Flieterpen. De hervormde kerk hier dateert van 1738 en was dus aanzienlijk jonger dan de kerkjes die we tot dan gezien hadden. Je hoeft geen kenner te zijn om te kunnen raden dat het hier om een gereformeerde kerk ging. Laten we zeggen dat deze zich in het algemeen kenmerken door een minder joyeuze bouwstijl qua steensoort en aankleding. Zodra je er in het oog krijgt raakt het gemoed een beetje bezwaard. Mogelijk is dat ook de bedoeling van de bouwheer.

Reitsum kerDe kerk van Reitsum was in 1886 één van de eerste gemeenten in Nederland die zich afscheidde van de Hervormde Kerk.

Dat was vooral toe te schrijven aan de gedreven dominee Ploos van Amstel, die veel gelovigen uit de wijdere omgeving trok en waardoor de kerk in alle richtingen  moest worden vergroot.

In 1876 ging hij voor de tweede maal naar Reitsum.

 

 

 

 

 

 

 

Toen hij op 10 februari 1886 in een vergadering van de Friese vereniging van Gereformeerde predikanten meedeelde dat zijn gemeente de avond te voren “het verband met de synodale organisatie had verbroken werd hij geschorst.
De synode verklaarde op 13 april 1886 de Hervormde gemeente te Reitsum c.a. vacant en droeg de Classis Dokkum op   ” om te doen wat des kerkeraads is”. De ring van Holwerd moest zorg dragen voor vervulling van de predikbeurten. Ds. Ploos bleef echter gewoon doorpreken in de Hervormde Kerk. Daarom liet het kerkbestuur een slot aanbrengen op de preekstoel, waarvan de officiële vervanger de sleutel kreeg.
Misschien een mooi verhaal, maar de kerk zelf was dat niet vonden wij en daarom reden we al vrij gauw naar het volgende Flieterpendorp: Ginnum.


Ginnum
Net als de terp Hegebeintum is die van Ginnum ook bijna geheel , op de kerk en directe omgeving, afgegraven.

Ginnum kerkDank zij de kerk liggen in Ginnum liggen de doden dus nog steeds hoog en droog en worden ze ook regelmatig nog aangevuld.

Zo ligt er daar op die begraafplaatsen een veelvoud van de nog levende bevolking. Dat is een verschil met de terpdorpen in Groningen. Daar liggen om de meeste kerken nog slechts enkele grafzerken en zijn de meeste begraafplaatsen verplaatst.

 

 

 

 

 

 

De kerk dateert uit het begin van de 12e eeuw. Het heeft nog een tufstenen noordmuur. Andere opvallende elementen zijn de klokken uit 1344 en 1490 en het uurwerk uit 1564. In 1973 is het door Stichting Alde Fryske Tsjerken gerestaureerd. Tegenwoordig fungeert het als atelier en museum. Het doopvont uit 1540 wordt in het Fries Museum bewaard.


Jannum
Amper een kilometer verder lag Jannum, dat ook wel als een Flieterpdorp wordt aangeduid.

Flieterp Jannum

Flieterp JannumHet is niet meer dan een kerk met twee of drie huizen er omheen. Hier het zelfde verhaal als bij Ginnum. Het bijzondere aan de kerk van Janum was dat deze echt heel oud is en er zelfs nauwelijks als een kerk uit ziet. De ruimte binnen is in gebruik als klein maar interessant museum .


 

 

 

 

 

 

 

 

Flieterp Jannum

 

Janum of Jannum, beide spellingen worden gebruikt, ontstond al enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling.

De uit 1200 daterende kerk werd in 1947 als kerkmuseum ingericht. Hierin is onder meer het enige Friese Romaanse zandstenen doopvont  te zien alsmede enkele twaalfde eeuwse grafzerken en sarcofagen.

 

 

 

 

 

 

 

Tegenwoordig is het plaatsje een beschermd dorpsgezicht.En terecht.

Flieterp Jannum

 


Birdaard
Intussen hadden we nu toch wel echt dorst gekregen naar iets anders dan het in de hete auto pislauw geworden flesjeswater. Een van de bewoonsters wees ons waar in de omgeving een uitspanning was. Dat was in Birdaard, drie kilometer verderop en gelegen langs de Dokkumer Ee . Hier zou je zelfs aan het water  kunnen zitten.

Birdaard  lag wel niet in onze route, maar drie km is niet te ver. Het bleek een aardig plaatsje. Het leek wel een beetje de “Friese Vecht”. Zo druk als in Muiden was het er natuurlijk bij lange na niet. Maar het zat er evenzo goed. We kwamen terecht in Restaurant  “It Posthus”, vlak naast de brug. Die brug ging regelmatig open, want er voeten regelmatig jachten langs. Onder andere van Duitsers. Die voeren naar of van het Lauwersmeer.

Birdaard aan de Ee

Duitsers waren we al meer tegengekomen deze dag. Er lijken in dit deel van Friesland  meer Duitse toeristen te toeven dan Nederlandse. In het verder uitgestorven Anjum waren we er ook al twee tegengekomen, fietsend.

We hebben op het houten terras boven het water een lekker kop thee genuttigd en er nog even van rust en uitzicht genoten.
 
Daarna reden we het zelfde stukje terug naar Jannum en vandaar reden we richting Dokkum. Onderweg kwamen we langs het laatste terpdorpje van deze dag, Raard.

 

Raard
Raard wass wel iets meer dan een kerk. Toch was ook hier de kerk het middelpunt. Als je buiten over een voetpaadje langs het dorpje liep was zij bijzonder idyllisch gelegen, achter een door schapen bevolkt licht glooiend weitje. Met de al naar de kim neigende zon kon je er sfeervolle plaatjes maken.

Raard
 Raard


Dokkum                                                                                                                                                                  Van Raard was het nog twee kilometer naar Dokkum. Dokkum, ik kende het wel een beetje en ik wist dat het een mooi stadje was. De nieuwe kennismaking overtrof echter de herinnering. Dokkum leek mij nu wel het Brugge van
het Noorden. Veel water met daar langs Middeleeuwse en deels statige huizen. Brugge is weliswaar veel rijker en er staan meer grote gebouwen, maar qua sfeer was er niet veel verschil. Overigens was Brugge nog niet heel lang geleden een zeer arme stad en het is pas rijk geworden na een grootscheepse restauratie van het oude stadshart en een zeer geslaagde campagne om toeristen te trekken. Waarom zou dat niet met Dokkum kunnen gebeuren?

DokkumVanwege het mooie weer zaten de bewoners deels buiten op de straat die over de vroegere wallen liep.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DokkumIk heb er heel wat foto's geschoten, onder andere van het oude stadhuis en van het olieslagersbrugje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dokkum

Dokkum

Dokkum

Dokkum

En ook van de Diepswal waar we gegeten hebben bij Hotel de Posthoorn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DokkumHeel vroeger kwam ik daar ook wel eens vanwege zaken.Toen gold het als een uitstekende eetgelegenheid tent in Dokkum. Of dat nu ook nog zo is weet ik niet, maar we konden er in ieder geval buiten eten en dat was met zulk weer als vandaag een absolute pré.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dokkum de Posthoorn

 

 

Dat terras was dan ook helemaal gevuld. Vlak bij zee zittend kun je hier natuurlijk altijd een goede keuze uit vis maken. En zo nam Maja weer eens haar voorkeurvis, tarbot, en ik de zeebaars, beide met toebehoren en beide met een royaal gevuld glas Sauvignon Blanc.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat vormde een goede afsluiting van een interessante dag door het Noordoostelijke deel van de provincie Friesland.

einde

 

 

Tocht langs Friese terpen
 
Het zou vandaag de eerste warme dag van net jaar worden met temperaturen van boven de dertig graden. De
vraag was dus of we ons wel aan die Friese terpen moesten wagen. Maar om
 dat ao war alle voorafgaande dagen niet bepaald aangenaam geweest waren
 waagden we het er toch maar op. We zouden dan maar niet gaan fietsen,
maar van de airco in de auto profiteren.
Vanuit Groningen was
Ezumazijl de eerste uitstapplaats. Vanwege het mooie uitzocht op de
Lauwersmeerpolder, het monument van Unesco erfgoed en de sluis met
bebouwing rondom.
 
We zaten toen nog. 5 km van Anjum , onze eerste bezoeklocatie.
Het ging ons vooral om de kerk en de directe omgeving, want de kerk staat  
vrijwel altijd midden op de terp en is ook het middelpunt van de bebouwing.
Het viel ons op dat het er uitgestorven was. De enige levendigheid in dit
dorp zou er hier hoogstwaarschijnlijk uit bestaan dat deze middag de vuil
containers opgehaald zouden worden. Dat zou althans enige bedrijvigheid
geven.
Die stilte zouden we in de meeste andere te bezoeken dorpjes ok tegenkomen. Het leek wel een dooie dorpen tocht te worden.

Wat we aan dit dorpje wel heel markant vonden was dat de begraafplaats
echt midden in de gemeenschap stond. Vrijwel overal heeft men de
begraafplaats ergens achteraf op een stil plekje weggemoffeld. Maar hier
leek het wel de hotspot van het dorp te zijn. Dat had er natuurlijk mee
 te malen dat er op zo’n terp maar heel weinig ruimte was en de kerk er
nu eenmaal centraal stond. En daarmee ook de begraafplaats. Op die
begraafplaats zag je ook dat er zich toch nog levende zielen in het dorp
moesten bevinden, want er waren enkele verse graven gedolven. Dat kwamen we later  nog vaker tegen.
 
De volgende bezoeklocatie was Paesens Moddergat. Daar wilde ik heen omdat
ooit een verschrikkelijke ramp de gemeenschap hier had getroffen. Dat was
in 1883 geweest. Toen was de ganse vissersvloot van het dorp tijdens een
zware storm met man en muis vergaan. In een klap was het grootste deel van
de getrouwde vrouwen weduwe geworden en de kinderen halfwees. In een indruk wekkend monument op de dijk waren de namen van alle vergane schepen aangegeven met de namen van de bemanning. Elke schip telde lazen wij vijf bemanningsleden. In totaal 83 mannen zijn toen verdronken, onder wie ook een jongen van 12 jaar. Misschien was het wel zijn eerste tocht geweest, dat hij met zijn vader, oudere broer en of oom mee had gemoogd. Ik vind het een aangrijpend monument. Ergens vind ik het ook stuitend dat er nergens in  de Nederlandse literatuur aandacht voor is geweest. Het was nogal wat, wat daar gebeurd is.
Misschien was het wel een verre nazate van een van de omgekomene die zich bij het monument als bruid liet fotograferen. We zouden deze dag trouwens nog twee bruidsparen tegenkomen.

Vanaf deze voormalige onheilsplek had je uitzicht op de Waddenzee en kon je Schiermonnikoog en Ameland zien liggen achter een kalme Waddenzee.

Verder was van een deel van het tweelingdorp een openlichtmuseumpje gemaakt met allemaal de vissershuisjes van toen met toebehoren, waaronder een wasrek met daaraan een peloton gedroogde scharretjes. Dertien  jaar hingen ze daar al, dus zelfs voor de meeuwen was de smaak er af.  
Paesens Moddergat is vanwege haar geschiedenis en vanwege dit openluchtmuseumpje zeker een bezoek waard.

Op de foto zien we het wapen van Paesens Moddergat.
Hierin stelt de dwarsbalk  het riviertje de Paesens voor, waar de beide dorpskernen elk aan een kant van dit riviertje liggen. De vis is het symbool voor de van oudsher belangrijke visserij. De klaverbladeren slaan op de landbouw. Het anker is enerzijds een verwijzing naar de visserij, anderzijds naar de oude kerkpatroon van Paesens: Sint Anthonius.
Het mooie bronzen beeldje van een vrouw met een kindje op het talud van de zeedijk stelt een vissersvrouw met haar kind voor. Een van de 66 vrouwen die in de vroege ochtend van 6 maart 1883 het doodsbericht van hun man kregen. Het is op 8 maart 2008 onthuld bij de herdenking van de stormramp van 6 maart 1883, waarbij 83 vissers uit Paesens-Moddergat en Wierum en 9 vissers uit Zoutkamp omkwamen.In het hele land had deze storm 121 Nederlandse levens geëist. Van de 17 vergane schepen van Paesens Moddergat heeft slechts één man op miraculeuze wijze het vege lijf kunnen redden. Slechts vijf schepen wisten veilige wateren te bereiken.
Het beeld is een eerbetoon aan de vissersvrouwen die achterbleven en die, naast de verwerking van al hun verdriet er ook nog voor moesten zorgen voor zorgen dat zij en hun  kinderen  de tijd doorkwamen. Het beeld beoogde echter tegelijkertijd een ode te zijn aan de sterke vissersvrouw in het algemeen, met haar nood en haar zorg.
Toen de ramp in het land bekend werd is er een grote inzameling gehouden, waaraan ook het koningshuis heeft bijgedragen. F 135 000 is er toen opgehaald. Voor die tijd was het veel, maar toch niet genoeg om alle nood te lenigen.
Aangrijpende verhalen over deze inktzwarte gebeurtenis zijn te lezen op http://www.spanvis.nl/Moddergat/  Zoals dat van ooggetuigen die bij het naderen van  het dorp het gejammer van de achtergeblevenen al tegemoet kwam. Of van de visser die op een van de volgende dagen  het lijk van zijn broer in zijn visnet aantrof. Want het vissen ging door.
De ramp heeft het de Friese dichter Douwe Tamminga (1909-2002) tot het volgende gedicht geïnspireerd:                                                                                                          As de dea it skip berint
Dan is der gjin ûntkommen.
O wetter, o wif elemint!
De sé hat jown, hat nommen.
In het Nederlands:
Als de dood het schip bedreigt
Dan is er geen ontkomen.
O water, o onzeker element!
De zee heeft gegeven, heeft genomen.
Paesens Moddergat was en is geen terpdorp. Dat was het dorpje Ternaard wel. Hier hebben we alleen kort de kerk bekeken en gefotografeerd. Verder bood dit plaatsje weinig interessants.
.
Na Ternaard wilden we wel eens even ergens wat gaan drinken, maar dat kun je in dit deel van Friesland wel vergeten. Dit deel van Friesland  is niet bepaald toeristisch ingesteld. We dachten daarom maar naar Holwerd te rijden. Dat was dichtbij en daar bij de veerboot naar Ameland was zeker wat te eten en drinken. Maar daar aangekomen  ging je er niet voor je plezier zitten vonden wij en dus reden we er weer vandaan.
In Ferwert zou dan wel iets te vinden zijn. Ferwert vervulde namelijk een belangrijke regionale  functie hadden we gelezen.  Maar ook hier moest de inwendige mens nog maar even wachten.

Wel had Ferwert een erg mooie kerk. Het was de eenbeukige Sint Martinuskerk uit de 15e eeuw, waarvan de noordwand nog grotendeels uit tufsteen bestond. Dat tufsteen werd indertijd aangevoerd vanuit de Duitse Eifel.

Eromheen liep een fraai omboomd pad, dat op deze warme, zonnnige dag goed uitkwam. Dit was ook de eerste kerk waar je naar binnen kon. Die in Anjum en Ternaard waren niet toegankelijk geweest en er was  ook niet vermeld waar of bij wie je de sleutel kon halen. Dat was in Groningen toch anders. Ook zo’n uiting van niet op bezoek zijn ingesteld. Maar Friesland en Groningen zijn niet het zelfde, dat wisten we al.

Verder had Ferwert een mooi plein, het Vrijhof, waar je Friese vis kon kopen. Van hier kon je goed zien dat de kerk een zadeldaktoren heeft. De toren zelf heeft drie klokken.  
 
Hegebeintum
Na Ferwert kwamen we in wat als het hoofddoel van onze excursie gepland
was. Dit was Hegebeintum. De reden hiervan was dat het de hoogste terp
van ons land heeft. Maar liefst 8,5 meter verhief deze terp zich boven het omringende land. Dat leverde mooie plaatjes op. Verder was er hier  wel drukte van mensen, want in het kerkje was net een trouwpartij aan de gang geweest. Daarom konden we er nog even niet in.

Het interieur was echter zeker de moeite waard. Vooral vanwege de zogenaamde rouwborden. Eigenlijk hadden we ons in het bijbehorende informatiecentrum  moeten melden voor een rondleiding, maar dat hadden we over het hoofd gezien. De koster, tevens ceremoniemeester, die op de mooie kansel nog wat aan het rommelen was vertelde ons echter toch een paar dingen. Daarna liepen we alsnog naar het informatiecentrum. En daar konden we dan ook eindelijk een dorstlesser krijgen, waaronder een Fries gebrouwen biertje. Er zaten verder nog drie mensen. Dus heel druk was het er niet. Friezen lessen hun  dorst kennelijk thuis, aan de eigen pomp.

Bij het informatiecentrum bevond zich een archeologisch steunpunt waar dingen te zien waren die bij de bijna volledige afgraving van de terp aan het licht waren gekomen.
 
Na Hegebeintum reden we naar de zogeheten Flieterpen. Dat zouden voorlopers
van de latere grote terpen geweest zijn. Het zijn eigenlijk een soort vluchtheuvels
met daarop meestal een kerk..

Jammer is dat net als in Hegebeintum het grootste deel van de terp hier begin vorige eeuw is afgegraven.  Alleen de kerk en de bijbehorende begraafplaats zijn gespaard gebleven. Een kerk kun je natuurlijk ook moeilijk afgraven. Zo kostbaar was die terpaarde nu ook weer niet. Maar zonder kerk zou er niets van de meeste terpen zijn overgebleven. In Groningen was het met de wierden daar al net zo. Die terpaarde, zo vol humus en mineralen,  werd onder meer gebruikt op de van  hun veendek ontdane en tot ontginning gebrachte gronden elders in de provincie vruchtbaarder te maken. Mogelijk werd terpaarde verder nog aangewend de schrale Drentse heidegronden r te verrijken. In  ieder geval werd de terpaarde ook vaak grote afstanden vervoerd.

Dank zijn  de kerk liggen in Ginnum liggen de doden echter nog steeds hoog en droog en worden ze ook regelmatig nog aangevuld. Zo ligt er daar op die begraafplaatsen een veelvoud van de nog levende bevolking. Dat is verschil met de terpdorpen in Groningen. Daar liggen om de meeste kerken nog slechts enkele grafzerken en zijn de begraafplaatsen verplaatst.

Volgens de informatie die we verzameld hadden kon je vanuit Hegebeintum ook een wandeling langs deze Flieterpen maken. Daarbij kwam je dan onder meer langs de vroegere Harstema State. Omdat het vandaag echter veel te warm leek te worden was voor een wandeling, hadden we die uit onze planning geschrapt. We reden het stukje dus per auto en dat bleek precies de zelfde route als die van de wandeling. Dus die ging gewoon over de weg. Een pittoresque pad was het dus niet.

Het eerste plaatsje was nu Reitsum. Met ruim vijftig huizen en een basisschool is dit het grootste dorp van de Flieterpen. De hervormde kerk hier dateert van 1738 en dus aanzienlijk   jonger dan de kerkjes die we tot dan gezien hadden. Je hoeft geen kenner te zijn om te kunnen raden dat het hier om een gereformeerde kerk ging. Laten we zeggen dat deze zich in het algemeen kenmerken door een minder joyeuze bouwstijl qua steensoort en aankleding. Zodra je er in het oog krijgt raakt het gemoed een beetje bezwaard. Mogelijk is dat ook de bedoeling van de bouwheer.

De kerk van Reitsum was in 1886 één van de eerste gemeenten in Nederland die zich afscheidde van de Hervormde Kerk. Dat was vooral toe te schrijven aan de gedreven dominee Ploos van Amstel, die veel gelovigen uit de wijdere omgeving trok en waardoor de kerk in alle richtingen  moest worden vergroot.
In 1876 ging hij voor de tweede maal naar Reitsum. Toen hij op 10 februari 1886 in een vergadering van de Friese vereniging van Gereformeerde predikanten(predikanten in de Hervormde Kerk, die opkwamen voor handhaving van de oude, gereformeerde belijdenisgeschriften) meedeelde dat zijn gemeente de avond te voren “het verband met de synodale organisatie had verbroken werd hij geschorst.
De synode verklaarde op 13 april 1886 de Hervormde gemeente te Reitsum c.a. vacant en droeg de Classis Dokkum op” om te doen wat des kerkeraads is”. De ring van Holwerd moest zorg dragen voor vervulling van de predikbeurten. Ds. Ploos bleef echter gewoon doorpreken in de Hervormde Kerk. Daarom liet het kerkbestuur een slot aanbrengen op de preekstoel, waarvan de officiële vervanger de sleutel kreeg.
Misschien een mooi verhaal, maar de kerk zelf was dat niet vonden wij en daarom reden we al vrij gauw naar het volgende Flieterpendorp: Ginnum.


Ginnum
Net als de terp Hegebeintum is die van Ginnum ook op weinig meer dan de kerk afgegraven.

Deze dateert  uit het begin van de 12e eeuw. Het heeft nog een tufstenen noordmuur. Andere opvallende elementen zijn de klokken uit 1344 en 1490 en het uurwerk uit 1564. In 1973 is het door Stichting Alde Fryske Tsjerken gerestaureerd. Tegenwoordig fungeert het als atelier en museum. Het doopvont uit 1540 wordt in het Fries Museum bewaard.


Jannum
Amper een kilometer verder lag Jannum, dat ook wel als een Flieterpdorp wordt aangeduid.

Het is niet meer dan een kerk met twee of drie huizen er omheen. Hier het zelfde verhaal als bij Ginnum. Het bijzondere aan de kerk hier was dat deze echt heel oud is en er zelfs nauwelijks als een kerk uit ziet. De ruimte binnen is in gebruik als klein maar interessant museum .
 
Janum of Janum, beide spellingen worden gebruikt ontstond al enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling. Tegenwoordig is het plaatsje een beschermd dorpsgezicht. De uit 1200 daterende kerk werd in 1947 als kerkmuseum ingericht. Hierin is onder meer het enige Friese Romaanse zandstenen doopvont  te zien alsmede enkele twaalfde eeuwse grafzerken en sarcofagen.


Birdaard
Intussen hadden we nu toch wel echt dorst gekregen naar iets anders dan het in de hete auto pislauw geworden flesjeswater. Een van de bewoonsters wees ons waar in de omgeving een uitspanning was. Dat was in Birdaard, drie kilometer verderop en gelegen langs de Dokkumer Ee . Hier zou je zelfs aan het water  kunnen zitten. Birdaard  lag wel niet in onze route, maar drie km is niet te ver. Het bleek een
aardig plaatsje. Het leek wel een beetje de “Friese Vecht”. Zo druk als in Muiden was het er natuurlijk bij lange na niet. Maar het zat er evenzo goed. We kwamen terecht in Restaurant  “It Posthus”, vlak naast de brug. Die brug ging regelmatig open, want er voeten regelmatig jachten langs.
Onder andere van Duitsers. Die voeren naar of van het Lauwersmeer. Duitsers waren we al meer tegengekomen deze dag. Er lijken in dit deel van Friesland  meer Duitse toeristen te toeven dan Nederlandse. In het verder uitgestorven Anjum waren we er ook al twee .tegengekomen, fietsend.

We hebben op het houten terras boven het water een lekker kop thee genuttigd en er nog even van rust en uitzicht genoten.
 
Daarna reden we het zelfde stukje terug naar Jannum en vandaar reden we
richting Dokkum. Onderweg kwamen we langs het laatste terpdorpje. Raard
heette het. De kerk lag er bijzonder idyllisch achter een door schapen bevolkt licht glooiend weitje. Met de al naar de kim neigende zon kon je er sfeervolle plaatjes maken.
 
Van  hier was het nog twee kilometer naar Dokkum. Dokkum, ik kende het wel een
beetje en ik wist dat het een mooi stadje was. De nieuwe kennismaking
overtrof echter de herinnering. Dokkum  leek nu wel het Brugge van
het Noorden. Veel water met daarlangs Middeleeuwse en deels statige
huizen. Brugge is veel rijker en er staan meer grote gebouwen, maar qua
sfeer was er niet veel verschil. Overigens was Brugge nog niet heel lang geleden een zeer arme stad en het is pas rijk geworden na een grootscheepse restauratie van het oude stadshart en een zeer geslaagde campagne om toeristen te trekken. Waarom zou dat niet met Dokkum kunnen gebeuren?

Vanwege het mooie weer zaten de bewoners deels buiten op de straat die over de vroegere wallen liep. Ik heb er heel wat foto's geschoten, onder andere van het oude stadhuis en van het olieslagersbrugje. En ook van de Diepswal waar we gegeten hebben bij Hotel de Posthoorn. Heel vroeger kwam ik daar ook wel eens vanwege zaken. Toen was het de beste tent van Dokkum. Of dat nu ook nog zo is
Weet ik niet, maar we konden in ieder geval buiten eten en dat is met
zulk weer een absolute pré. Dat terras was dan ook helemaal gevuld. Vlak
bij zee zittend kun je hier natuurlijk altijd een goede keuze uit vis
maken. En zo nam Maja maar weer eens de tarbot en ik de zeebaars, beide
 met toebehoren en beide met een royaal gevuld glas Sauvignon Blanc.