column Jan Lambers

Klimaatakkoord Parijs top! Maar nu de uitvoering

Het is prachtig dat in Parijs 195 landen het eens zijn geworden over de noodzaak om door een beperking van de CO2 uitstoot de opwarming van de aarde tot minder dan twee graden Celsius te beperken.
Alle landen zullen  daaraan hun steentje moeten bijdragen. Dat zal niet gemakkelijk worden.

In de eerste plaats al niet omdat door de enorme daling van de olieprijs dit jaar de verleiding onder de consumenten juist zal toenemen om meer energie te gaan gebruiken. Zo zal het autogebruik door de lage benzineprijs zeker gestimuleerd worden.  En omdat de aardgasprijs nog steeds indirect aan die van olie gekoppeld is en dus ook nog zal gaan dalen zal de stimulans om de portemonnee te trekken voor het beter isoleren van de woning er ook niet groter op worden. Bij dalende energieprijzen duurt het immers langer voor je het geld van dubbele beglazing enz. er weer uit hebt.
Het is ook niet te verwachten dat aan de prijsdaling snel een eind zal komen. Want de landen die over veel fossiele energiereserves beschikken zullen proberen die nog snel te slijten voor ze er mee blijven zitten. De OPEC is feitelijk uiteen gevallen.

Hier ligt dus een schone taak voor de overheid. Want alleen die kan door middel van belasting-en subsidiepolitiek proberen de markt te sturen.


Slimmer gebruik van het energielabel
Een van de instrumenten daartoe is een slimmer  gebruik van het bestaande energielabel.

Dit is bedoeld om woningen energiezuiniger te maken. Huiseigenaren zouden er meer actie door ondernemen om energie te besparen. Er is echter geen financiële prikkel ingevoerd om dat ook daadwerkelijk te doen.

Nu Nederland zich verplicht heeft aan het in Parijs gesloten klimaatakkoord  ontkomt de overheid er mijns inziens niet aan om die financiële prikkel alsnog in te voeren.

Zo zou je de eigenaren van het beste label moeten belonen ten opzichte van degenen die niets doen. Dat is ook redelijk omdat huiseigenaren die in categorie A zitten daarvoor vaak veel hebben moeten investeren in minder rendabele maatregelen. Kortom we moeten  de energiebelasting gaan differentiëren naar de uitkomst van het energielabel. Vergelijkbaar dus met de beperking in fiscale bijtelling voor energiezuinige auto’s.

Een huiseigenaar met energielabelpredicaat A betaalt daarbij geen energiebelasting, terwijl de eigenaren met het laagste predicaat meer gaan betalen, zodanig dat de totale opbrengst voor de overheid gelijk blijft.
Nog beter zou zijn dat de overheid de energiebelasting gaat gebruiken  om de energieprijzen met die belasting te gaan egaliseren. In tijden van lage energieprijzen zoals nu wat meer  belasting en als de energieprijzen over een paar jaar weer de pan zouden uitrijzen wat minder.

Voor de bewoners van huurwoningen, die zelf geen invloed op de energiewaarde van hun huis kunnen uitoefenen zou de toegestane huurverhoging mede afhankelijk  moeten worden van het toegekende energielabel.