Hieronder beschrijf ik in grote lijnen het leven van onze zus Reina, die op veel te vroege leeftijd in haar geliefde Zuid-Frankrijk is overleden. Ze heeft het zichzelf in haar leven niet gemakkelijk gemaakt, maar daar kon ze zelf vanwege haar psychische aandoening die wij pas achteraf onderkend hebben, niet zo veel aan doen. Aan het einde van deze herdenking ga ik daar nog op in.

Aan de andere kant heeft ze zeker geen saai leven gehad. Dat heeft zich voor het grootste deel in Zuid-Frankrijk afgespeeld. Want in Nederland wilde zij niet blijven. Daarom past haar leven goed bij het gedicht van  Slauerhoff dat aan het eind is opgenomen. Haar " l'Histoire de vie" verdient dan ook zeker daar kennis van  te nemen.

Reina is op 14 maart 1948 te Assen geboren als de eerste uit het tweede huwelijk van onze ouders. Mijn ouders zijn namelijk een keer gescheiden geweest.  

Uit de Kroniek van Oma 90 noteer ik dat:
“Reina eens thuiskwam  met een nogal stichtelijk sintmaartensliedje:  Dat ging zo:
”Lampionnetje, lampionnetje, schijn toch in de donk’re nacht
Als een sterretje, als een sterretje, god houdt over ons de wacht”.

Het heeft haar en haar zussen toen veel snoep opgeleverd. Maar ze werden tegelijk door de juf op school verplicht om het aan alle klassen voor te zingen. En tot op de dag van vandaag wordt dat nog steeds in deze streken gezongen.” Het missieresultaat van Reina zullen we maar zeggen.

Oma Lambers

Reina leek niet erg verrukt van  het pianospel van haar Oma

Dat missieresultaat heeft ze later echter voor een belangrijk deel weer teniet gedaan. Want later, toen mijn moeder kostgangers hield, had ze een keer een Ierse jongeman, ene Kevin.  In Ierland zijn ze bijna allemaal Katholiek en Kevin was dat dus ook. Maar blijkbaar was het er bij hem niet goed genoeg ingestampt, want Reina heeft hem heeft ze eens gezegd in één doorwaakte avond van zijn geloof af geholpen. Blijkbaar had ze veel indruk op hem gemaakt. Want hij zou zelfs met haar hebben willen trouwen. 

Dat ze toch niet zo’n  lieverdje was - want het is natuurlijk niet fraai om iemand van zijn geloof af te praten, hoewel -  blijkt echter ook uit het volgende citaat  uit de Kroniek van Oma 90.


 “In de tijd dat we aan de Vaart in Assen woonden  gingen onze ouders vaak buitenshuis bridgen en dan gebeurden er in huize de Vaart wel eens dolle dingen. Wim en Reina liepen dan door de dakgoot van de zolderverdieping naar de buren. Daar werden dan vreemde mensen opgebeld en dan ging de stofzuiger voor de hoorn. Soms zat Jan Reina tot de zolder aan toe achterna, maar het bleef altijd bij schelden.”

Nog even over die rijmpjes. Pestversjes waren het eigenlijk. Net als met Eppie met kleppie enz. hadden wij ook van die uitdrukkingen waar  je elkaar mee kon oplieren. Want daar ging het natuurlijk om.  Reina was een dankbaar object. Toen zij zich op zeker moment ”Akke” ging noemen  maakten ik daar  ”Jak” van en daarna werd het ”Reint Jak”. Het werd al mooier. Als je het helemaal bont wilde maken zei je van ”Reint jakt kakt gehakt”. Een dichterlijk hoogstandje was het niet, maar het allitereerde wel mooi.  Nou, dan waren de rapen gaar. Op het laatst kon je al volstaan met de eerste lettergreep, of je liet de R wat rollen, terwijl je haar doordringend aankeek. . Nou ja, dat gebeurde in bijna alle families. Ook in die van mijn oom Gezienus en tante Lugientje in Eexterveenschekanaal.  Daar was ook wel eens onmin tussen mijn neven Reint en Hans. Reint was de oudste en was ook goed in sarren. Tijdens een logeerpartij kreeg ik daar wel eens iets van mee. Namelijk dat Reint zijn jongere broer langdurig strak zat aan te kijken, waarop Hans na een tijdje begon te reren en zijn moeder huilerig aanriep met de gevleugelde woorden: “ Moe, hij kikt mie oan”.

Later toen Reina bij mij op school kwam, ik zat al in de hoogste klas en zij kwam in de eerste, werd ze ”Zussie Lampie” genoemd, maar dat was niet onaardig bedoeld.

De andere kinderen kwamen er wat gemakkelijker vanaf. Wim was vaak ”Wim P”. Wij waren een familie waar je aan weinig woorden genoeg had. Er werd af en toe zelfs wel eens een tijdje helemaal niets gezegd. De P hiervoor stond  voor Pestkop. Wie hij pestte weet ik niet meer. Zijn beide zussen waarschijnlijk. 

Waarom ze niet naar de HBS gegaan is net als ik weet ik niet. Het zal wel met motivatie te maken hebben gehad, want ze had best een goed verstand. Onze vader zat er echter niet erg achteraan. Misschien  dacht hij wel dat het met zijn kinderen net zo zou gaan als met hem zelf. Hij had zelf immers ook alleen maar MULO gehad, maar zich daarna met huisvlijt toch opgewerkt tot MO-B. Hij had toen wel voldoende motivatie gehad en dat was het verschil.

Reina gebruikte haar verstand daardoor niet altijd op een voor haarzelf nuttige manier.
Zo kon ze nogal ongezouten haar mening geven en die was meestal wel raak, maar niet vleiend voor degene die het betrof.

Reina en tante Mien

Dat leidde tijdens de logeerpartij van Reina en Wim bij onze tante Mien eens tot een heus familierelletje.  Volgens Reina zou het als volgt zijn gegaan. Tante Mien zou met haar logeetjes naar de bedriegertjes bij Kasteel Rosendael. Maar Reina wist al af van die verborgen fonteintjes die je van onderen natspoten en wilde om die reden een broek aan. Maar daar kon van tante Mien niets van inkomen. Meisjes van goede komaf dienden een rok te dragen. Reina echter bleef halsstarrig weigeren om een rok aan te doen en daarom had tante Mien er genoeg van en zette haar op de trein, met de mededeling dat ze mijn moeder zou verwittigen van de reden. Wim bleef alleen bij tante Mien achter en Reina vertrok met een buik vol zenuwen naar Assen. Want wat zou haar thuis wel niet te wachten staan.

Er waren immers nog een paar aanvaringen met tante Mien geweest. Zo had ze met het bidden tijdens het eten, wat ze thuis niet gewend was,  haar ogen niet dicht gehad en toen ze daar een reprimande van tante Mien over kreeg had ze een brutaal antwoord gegeven: Zo in de trant van dat als tante Mien dat gezien had, dat ze dan dus zelf haar ogen ook niet dicht had gehad.

Eigenlijk was de toon al gezet bij de aankomst. Reina en Wim hadden de fiets mee op de trein gehad, maar tante Mien ontfermde zich over hun bagage. Die had zeker fietstassen. Toen ze onderweg de weg omhoog gingen naar Alteveer, bleef tante Mien wat achter en vroeg of ze iets langzamer wilde fietsen want  ”zij had meer te dragen dan Reina en Wim” . Waarop Reina er plompverloren uitgeflapt had “Ja, dat kun je wel zien.”  Tante Mien was namelijk zacht uitgedrukt ietwat aan de gezette kant.

Op het station in Assen aangekomen zat Reina dus danig in de piepzak. Maar tot haar grote opluchting stond mijn moeder haar daar op te wachten met een gelaatsuitdrukking die iets van een lichte grijns had. Het was toen immers al lang de tijd van de rock ’n roll en Reina ging al naar schuuruitvoeringen van Cuby and the Blizzards. Maar ja, tante Mien had geen kinderen.

Reina is er thuis dan ook zonder kleerscheuren of erger van afgekomen. Terwijl tante Mien toch ook nog had verteld dat ze naar militairen gelonkt zou hebben. Daar kon ze tot op de dag dat ik dit schreef af en toe nog furieus over worden. Want dat was helemaal niet waar.

Leuker dan de logeerpartijen bij tante Mien waren onze gezamenlijke vakanties. Zoals toen we een keer met z´n zevenen en een tent in onze Volkswagen Kever naar het Neckartal trokken. 

Na de lagere school ging Reina naar de MULO. Daarover kan Wim misschien meer vertellen. 

Na de MULO heeft ze een beroepskeuzetest gedaan en daar is blijkbaar uitgekomen dat etaleuse wel iets zou kunnen zijn. Zodoende ging ze naar de DEVA in Almelo.  Hoe oud ze toen was weet ik niet. Mijn vader en ik reden haar zondagsavonds, na afloop van  het weekend, vaak weer naar haar kameradres. Op dat adres heeft ze een traumatische ervaring gehad met haar huisbaas. Mijn vader heeft haar daar toen vandaan gehaald. Toch heeft ze haar opleiding in Almelo wel afgemaakt.

Daarna heeft ze bij de luxe zaak ten Holder in Assen een keer de etalage opgemaakt, maar daar is het bij gebleven. Etaleren sprak haar kennelijk niet aan. Ze heeft er  nooit meer iets mee gedaan en had andere dingen in het hoofd.   

 

Een van haar eerste banen was die van receptioniste in het statige Hotel Willems, toen nog in de Herestraat. Dat ze daar terecht kon was niet zo verwonderlijk, want ze had toen een fraai voorkomen en ze was schrander genoeg dus. Ze had veel meer kunnen bereiken, maar dat moet je natuurlijk wel willen. De ambitie ontbrak haar.Waarom ze bij Willems weg ging weten we niet meer.

Ze kreeg daarna een baan als receptioniste in Bergen aan Zee en in `Noordwijk. Daar bezorgde ze haar zus Marjan, die toen 16 jaar was een vakantiebaantje in de horeca. In de winter was er geen werk en kwam Reina weer thuis wonen. 

Daarna ging ze naar Sneek waar ze een tijd in een bar werkte. Na een vervelende ervaring vertrok ze daar en ging  toen een tijdje bij pa op de manege wonen. Daar werd ze nog eens bezocht door een vroegere Duitse vriend, ene Rolf. Rolf was nogal een agressief type en die heeft haar vader toen zo kwaad gekregen als ze hem nog nooit gezien had.

Dat doet me denken aan mijn grootvader die ook eens heel driftig werd toen een van zijn kinderen belaagd werd en toen met een schoffel op de onverlaat was afgekomen. Dat was toen maar net goed gegaan. 

Kort na dit voorval kon Reina een woning in Groningen  krijgen op het Abel Tasmanplein. Daar heeft ze haar latere trouwe vriendin, Bertha, leren kennen.  Later verhuisde ze naar de   van Sijsenstraat. Dat was vlak bij Marjan, die toen al in de Nieuwstraat woonde. Toen Marijke haar Havo afgemaakt had , kwam die bij haar wonen. Bij haar grote zus had ze meer vrijheid dan thuis. In die tijd werkte Reina als administratieve kracht op o.a. het ziekenhuis. Daar kwam ze Joke de Boer tegen, met wie ze ook vriendin voor het leven werd.
Maar hoe dan ook, de banen waren geen van  alleen voor het leven. Reina had te veel onrust in haar lijf of was te veel gesteld op haar vrijheid. Daarbij was ze erg kritisch op haar omgeving. Omdat ze schrander was had ze gauw door wat er in haar omgeving minder goed was en dat liet ze ook wel eens te zeer blijken. Met veel tact begiftigd was ze niet.

Ze was echter niet alleen kritisch op haar werk, maar ook op haar wijdere omgeving. Nederland vond ze eigenlijk  maar niks. En dat gold ook voor de Nederlandse mannen.
Ik kan me niet herinneren dat ze ooit met een Nederlandse vriend is thuisgekomen. Ze trok veel op met de jongens uit de band Cuby en the Blizzards, maar dat ging niet verder dan vriendschap. Van Eelco Gelling , de toenmalige zanger, was ze zeer gecharmeerd. Maar toen Harry Muskee de  Cuby werd,  trok ze zich wat terug, want ze vond hem nogal grof.

Haar verkeringen begonnen met een Duitser. Günther heette hij. Tijdens een caravanvakantie met pa en ma in Wijk aan Zee hadden Marjan en Reina elk een vriendin mee. Vanwege het regenachtige weer vertrokken pa en ma voortijdig, maar de vier meiden bleven achter. Daar  deed Marjan toen een scharrel op. Maar deze scharrel werd al snel door Reina ingepikt. Dat was  Günther

De enige Nederlandse man waar ze  een keer mee op vakantie is geweest was een jongen uit Eext, een kostganger van Ma. Ik hoorde dat pas onlangs en het is aardig dat hier te verhalen. Dat ging zo.

Ik was naar een verkiezingsdebat voor de provinciale statenverkiezing van 2 maart 2011 naar Meppel om daar als tweede man van de Onafhankelijke Partij Drenthe in het strijdperk te treden tegen de lijsttrekkers van de andere partijen in Drenthe.
Meppel is voor mij helemaal aan het andere eind van de provincie en ik was daar dus een volslagen onbekende. In 1498 heeft er weliswaar een naamgenoot van mij gewoond, die met een partij hop naar Groningen getrokken was en daar belazerd werd door enkele notabelen. Maar er waren geen Lambersen in de zaal. Anders hadden ze zich wel gemeld.

Na afloop kregen we van de organisator, de Meppeler Courant, na de attenties zoals de locale likeur en een Meppeler Courant ook nog een drankje en hapje aangeboden. Nou, eentje dan en ik wilde net weggaan , want ik had die avond niet al te veel applaus geoogst, toen zich uit het gezelschap iemand losmaakte en naar mij toekwam.  Het was de vorige wethouder van Meppel en hij stelde zich voor als Harmjan Lanjouw. Hij had tijdens het debat een keer iets gezegd en toen had ik mij al even afgevraagd of het familie van de Lanjouws was die ik kende.

Hij viel meteen met een vraag binnen. Of ik misschien de broer was van Reina Lambers? Enigszins verbaasd antwoordde ik bevestigend. Hierop klaarde zijn gezicht aanmerkelijk op en hij ging er eens even goed voor staan. Toen ik hem omgekeerd vroeg of hij dan misschien familie was van mijn neef die Ger Lanjouw heette, vroeg hij eerst van wie die dan een zoon was en toen ik zei dat dat een Harm Lanjouw was en dat die uit Eext kwam, viel het kwartje direct. Zijn vader was een neef van mijn oom Harm. Daarmee was de interesse in elkaar gewekt en bleef ik nog maar even. Het kwam goed uit dat de juffrouw met de hapjes net langs kwam.

Daarmee kwam het gesprek op hoe hij mijn zus Reina dan kende. Nou dat zat zo. Mijn moeder had kort na haar scheiding af en toe kostgangers om haar inkomen wat aan te vullen.  Daaronder was ook ene Jacob Pepping. In die tijd was mijn zus Reina nog thuis of ze kwam het weekend thuis. Nou, dat moest dus toch minstens veertig jaar geleden zijn. In  die tijd was Harm Jan Lanjouw een vriend van Jacob Pepping. En samen kenden zij ook mijn zus. En blijkbaar kenden zij elkaar wel zo goed dat zij op een goede dag besloten met elkaar op vakantie te gaan. Naar Zuid-Frankrijk. In twee tentjes. In het ene tentje sliepen de beide vrienden. Het andere tentje was voor Reina.

Hij vertelde het in geuren en kleuren; alsof het vorig jaar gebeurd was. Ik wist helemaal niet dat deze keurige heer, tot voor kort wethouder van Meppel en voorheen belastinginspecteur, ooit met Reina vakantie gevierd had. Hij vertelde er nog een saillante bijzonderheid bij. Toen ze terug naar huis zouden was Reina naar hen toegekomen en hen gezegd iets te willen opbiechten. Dat was en mijn gespreksgenoot liet zijn stem licht dalen, dat ze zei dat zij met de campinghouder een relatie had gehad. Ze waren daar toen hoogst verbaasd over geweest. Zijn verhaal maakte dat er snel een vertrouwelijkheid tussen ons groeide.  Terwijl hij voor mij eigenlijk een wildvreemde was.

In die tijd had je in Assen, waar absoluut voor de jeugd niets te doen was, de beginjaren van de rockband Cuby and the Blizzards. Dat begin van hun carrière  speelde zich af in fietskelders in de buurt van ons ouderlijk huis. Reina was daarbij ook vaak van de partij. Zij vormde als het ware het eerste publiek van C&B. Volgens mijn  moeder waren het toen nog heel verlegen jongens.  Later toen ze iets bekender werden gingen ze naar Grollo. Ik zei dat ik van een relatie met Eelco Gelling nooit iets vernomen had. Nu, een paar weken later, vraag ik mij af of deze Harm Jan Lanjouw indertijd niet zelf een oogje op Reina gehad heeft, maar dat hij toen te verlegen was om werk van haar te maken.”

Thijs , die samen met Sandra in 2005 bij Reina op bezoek is geweest, herinnert zich dat Reina het toen ook over dat campingverhaal gehad heeft.
Thijs: “Het verhaal van de twee Nederlandse jongens waarmee ze naar een camping (volgens mij in of in de buurt van Bandol) is gegaan komt me bekend voor. Mij staat bij dat ze inderdaad verliefd is geworden op de campingbaas, tot grote spijt van haar reisgenoten, en ook is gebleven om te werken. Geld om de camping te betalen was er toen niet.”  Dat laatste had mijn gespreksgenoot er geloof ik niet bij verteld: Dat ze verteld had dat ze niet met hen mee terug zou gaan. 

Als ze toen echter met die latere wethouder van Meppel in  zee was gegaan, zou haar leven natuurlijk  een heel andere loop gehad hebben en zou ze vermoedelijk nu nog geleefd hebben. Maar ja, ze was nu eenmaal niet gecharmeerd van Nederlandse mannen. Ook dat onderwerp kwam tijdens het bezoek van Thjjs en Sandra ter sprake.


Thijs:  "Bij ons eerste bezoek ging het gesprek al snel over Nederlandse mannen. Nederlandse mannen zijn saai, grijs en qua humeur helemaal passend bij het weer: miezerig en druilerig. Volgens Reina s observatie. Maar de echte reden waarom Nederlandse mannen niet aantrekkelijk zijn is vanwege hun kont: die hebben ze namelijk niet vanwege de stoffige kantoorbanen en het vele zitten. Afrikaanse mannen hebben tenminste konten: sterk, gespierd en mahonibruin”.

Ze had trouwens meer aan te merken op het eigen land. Het weer natuurlijk en wat niet meer. Misschien had ze dat zelfde onbestemde in haar bloed als de broer van  haar grootvader, die om onbekende reden indertijd naar Indië was vertrokken en daar in het onderwijs is gegaan.  Maar Indië was nu geen optie meer.

Op een bepaald moment gingen Marijke, mamma en Reina op vakantie naar Frankrijk. Op het strand leerde Reina een Amerikaan,Mike, kennen. Het klikte blijkbaar meteen. Want toen ze terug was in Nederland kwam hij haar opzoeken. Hij was geloof ik fotograaf want hij heeft in die tijd een heleboel van Carolien als baby gemaakt. Plannen om naar Amerika te gaan ketsten af op de weigering van een visum vanwege lidmaatschap van een of andere club. Dat zal wel de vereniging vrienden van  de USSR geweest zijn, want daar was ze geloof ik lid van om voor mij duistere redenen. Misschein wel hetgeen ik vermoed vooral om daarmee in de contramine te kunnen zijn.

Porquerolles

Daarop ging ze nogmaals naar Zuid- Frankrijk op vakantie.  De aanleiding was het eiland Porquerolles,dit is een van de Isles d’Or, die tegenover Hyères liggen. Ze had daar tijdens haar baan als vertaalster bij uitgeverij Born in Assen een keer een reisgids van zien liggen en was helemaal gegrepen door de foto van dit prachtige eiland op de omslag. Het deed Caribische aan, vooral vanwege het azuurblauwe water en de bijna witte stranden die aan de Noordzijde langzaam aflopen in de zee. Thijs en Sandra zijn zelf meerdere malen naar het eiland geweest en vonden het inderdaad exotisch mooi.

Reina heeft toen blijkbaar besloten om daar een keer heen te gaan. Ik weet niet zeker meer of ze toen ook heeft besloten daar te blijven maar het is zeker mede aanleiding geweest om te gaan.
Of dat ook het doel van de vakantie met haar moeder en zus naar Zuid-Frankrijk was weet ik niet. Maar tijdens die vakantie leerde ze op het strand een Italiaanse Fransman  kennen. Ene Gil Verselino. Het was blijkbaar liefde op het eerste gezicht. Hij woonde in La Cadière, een gehucht in de bergen, vlak achter Bandol.

Volgens Marjan heeft  Gil haar in die tijd in Groningen bezocht. Kort daarna is ze opnieuw naar Zuid-Frankrijk gegaan en bij hem in getrokken.  Ze was toen 27. Trouwen was blijkbaar niet nodig. Het was toen 1975 en in die tijd moest dat al kunnen.

De familie in Bandol
Vrij kort daarop zijn wij met vakantie naar haar toe geweest. Eerst in september 1976 met Wim, Trijnie en Ma, daarna nog een keer als gezin. De eerste keer logeerden we in Hotel des Galets in Bandol. Dat hotel bestaat nog steeds. We maakten er kennis met Gil , met zijn broer Victor en met zijn buurman. De conversatie ging in houtjestouwtjesfrans, maar het Franse spraakwater dat daar rijkelijk geschonken werd hielp wel.

Overdag maakten we met de luxe BMW van Wim ,waarmee we in een dag naar Bandol waren gereden, 1400 km, en waarin  hij toen al bandjes kon afspelen, fraaie tochten door de bergen. Bijvoorbeeld naar ” Le Plan de Castellet”. Het “plannetje van Castellet” zoals  Wim het noemde. Wim was in die tijd een succesvolle vertegenwoordiger van computers. Vandaar die dikke BMW.

Boulevard Bandol

In de ochtend en namiddag was het goed   toeven  op en langs de boulevard van Bandol. Daar hebben we van Gil pastis leren drinken.

's-Avonds ging Reina eten maken in het huis van Gil en kwamen Gil, zijn broer en een buurman en diens  vrouw op bezoek. Daar hebben we verschillende foto’s van.

 LaCadiere 1976

 LaCadiere 1976

Gil was een jaar of tien ouder als Reina en hij was als hartpatiënt afgekeurd voor zijn werk. Maar dat hield niet in dat hij niets meer kon. Hij was toen al bezig om zijn stulpje flink te renoveren. Het kwam nog van pas dat ik er was , want dan kon ik ook een handje helpen. Zo hebben we ook nog een foto van mij aan de betonmolen. Overigens was dat de vakantie erop, toen wij onze kinderen mee genomen hadden. We logeerden toen in een huisje van een vriendin van Reina, Francoise. Robje was toen twee of drie en kreeg daar toen nog last van zijn keeltje, een soort angina leek het.

Bij Gil in La Cadiere aan het werk

We hebben daar toen ook een paar nachten bij Reina en Gil gelogeerd, want toen was zijn huis al grotendeels klaar. Ik weet nog dat er toen nog geen horren waren en dat wij flink last van  muggen gehad hebben. Carolien en Rob zaten er echter helemaal onder. Carolien kan het zich nog met een rilling herinneren.

Na het verstrooien van de as van Reina in de buurt van het huis van Gil, die daar nog steeds woonde, hebben Marijke, Marjan, Win enTrijny nog een bezoek aan Gil gebracht. Die leefde dus nog en zag er zelfs zeer goed uit voor zijn leeftijd. Hij bleek zeer ingenomen met het bezoek en vertelde nog een mooi verhaal over een bezoek  dat Pa en Mia indertijd hadden gebracht.  Pa had toen een emmertje kleine rode pootaardappeltjes meegenomen. Net wat voor hem met alle tuinen die hij in Assen had gehad. Gil had echter niet een lapje grond gereed en zo toog hij met een geleende schop naar het buitengebeuren van Gil en zocht een naar hem leek geschikt lapje uit. Dat zou hij dan wel even pootrijp maken. Hij zette de schop in de grond en liet die toen bijna uit zijn handen vallen, want  hij was ermee op een steen gestoten.

”Godverdemme”  was het geweest. Bleek het één grote stenenakker te zijn. Hij had echter geen  krimp gegeven. Maar de engeltjes die er rondzweefden waren geschrokken vertrokken, zo’n gevloek en getier had onze vader afgegeven. Gil vertelde dat ze er toen smakelijk om hadden gelachen en nu, na 35 jaar, kende hij dat Nederlandse woord nog precies. Pa had dat woord zeker vaak herhaald toen en Gil had zijn gevoel voor taal toen gedemonstreerd. Dat was dus opnieuw lachen geblazen. Hij wist ook nog te vertellen  dat het met die aardappeltjes niks geworden was. Ze waren niet eens opgekomen. Het was zeker te droog geweest. Maar er zal ook wel geen zegen van boven op gerust hebben.  Eerder een vloek dus.


Toen Marijke me dat vertelde wist ik  meteen van wie ik dat heb, van onze Pa dus. “Ik heb mijn vader altijd geëerd en van  hem het vloeken dus geleerd” zal ik maar zeggen.
Overigens heb ik het daar dus niet van  hem  geleerd, want ik was er toen niet bij. Ik had het al veel eerder van hem geleerd. In  het bosje bij Norg, waar we nieuw bos aangeplant hebben. Daarvoor moest je nog veel grotere gaten graven dan voor die aardappels. Er zaten dan wel niet zo veel stenen in de grond, maar de hele oppervlakte van ons bos in wording was  vergeven van dat ongelooflijk taaie bentegras. Daar was ook zo wat  geen doorkomen aan, alleen met uiterste krachtsinspanning en dus met veel gevloek. Ik denk trouwens dat ik in die tijd mijn goede conditie heb opgebouwd.

Ik weet niet hoe lang Reina bij Gil gewoond heeft. Maar op een dag ging Reina bij hem weg. Aan de ene kant was dat omdat Reina graag een kind wilde en Gil daar geen trek in zou hebben. Ze heeft er echter wel  een buitenbaarmoederlijke zwangerschap opgelopen,  waarbij ze na een bloeding op het nippertje werd gered. Aan de andere kant ergerde Gil zich vreselijk aan de mateloze slordigheid van Reina. Mijn moeder kan zich dat ook nog goed herinneren, die haast pathologische rommelzucht. Een enkele keer heb ik Sandra daar ook wel eens op betrapt. Lagen al haar spullen op de grond. Maar bij Reina ging dat later van kwaad tot erger.


Reina vertrok en wilde naar een vroegere vriend van haar, die ze bij mijn moeder had leren kennen. Dat was niet die Jacob Pepping. Mijn moeder had namelijk ook nog andere kostgangers gehad. In dit geval ging het om de hierboven al genoemde Kevin. Kevin was een verlegen Ierse jongeman van Katholieke huize die als accountant in den vreemde klussen voor bedrijven moest doen. Een soort expat heb ik begrepen. Mijn  zussen hadden nog contact met hem onderhouden en in die tijd zat hij in Zambia. In  Afrika dus.
Dus Reina wilde naar Kevin in Zambia met in haar achterhoofd dat ze bij hem wel een kind zou kunnen krijgen. Want had hij niet eens gevraagd met hem te trouwen?  Dat was misschien wel op die avond gebeurd dat Reina hem van zijn Katholieke geloof had afgepraat.


Nu wilde ze dus naar hem toe. Ze wou een vliegticket naar Zambia kopen maar  bedacht zich. Wat haar daarbij bewogen heeft zullen we nooit meer weten. Ofschoon Gil haar gezegd dat ze niet weg hoefde wilde ze toch niet bij hem terug komen. Dat zou geweest zijn omdat hij haar hondje dood had laten gaan. De echte passie van Reina ging namelijk uit naar dieren.


Die passie voor dieren  had ze van haar vader. We hebben thuis  namelijk altijd een hond gehad. Gil had in haar ogen dan ook een doodzonde begaan. In Groningen had ze ook al eens  een ziek mormeltje uit een dierenwinkel gekocht. Dat was of werd Monky. Later heeft mamma zich er over ontfermd.


Na haar vertrek bij Gil maakte ze gebruik van  de gastvrijheid van een vriend die haar zijn huis aanbood. Toni heette hij en hij was homo of bi zoals mijn moeder zei te vermoeden. Wat Reina daar nou in zag. Misschien was het een noodsprong. Ze heeft hem echter wel  een keer meegenomen naar Nederland en met hem en ons de Kerst gevierd. Dat was in 1994, maar zelf noemt ze 1996.

In die tijd werkte Marijke met haar vriend Greg, die ze in een kibboets in Israël had ontmoet,  bij Reina in Les Lesques, toen Reina bij Gil woonde. Greg was een Australiër.
Ze werkten echter zonder arbeidsvergunning en werden na een tijdje betrapt en aangehouden. Daarop zijn ze naar vrienden van Greg in Londen gereisd. Vervolgens zijn ze vandaar op de tickets van iemand anders naar Rhodesië gereisd. Maar hier werd hun na een tijdje de grond ook te heet onder de voeten. In dit geval had dat echter een politieke oorzaak. Het broeide in dat land nog meer dan het normaal in Afrika al deed. Dus leek het raadzaam dit land te verlaten. De Victoria Falls hadden ze toch al gezien en dat was het meest spectaculaire daar. Maar dit even terzijde.

Daarop ging Marijke met Greg (?)  naar Kevin, die toen in het veiliger Zambia werkte. Na een verblijf hier wilde ze op de ticket van Reina terug naar Nederland om daar werk te zoeken. Marijke wilde namelijk met Greg een wereldreis maken. Maar die gaf er op het laatste moment de voorkeur aan die reis met vrienden te maken Daarop verviel voor Marijke de grond voor die reis en is ze nog een tijd bij Kevin gebleven.

Intussen was Reina dus bij Toni in getrokken. Maar toen diens zuster zich na een tijd bij hem vervoegde voor intrek was er voor Reina geen plaats meer. Ze kwam terug naar Nederland en ging weer bij haar moeder wonen. Daar vond ze de leukste baan van haar leven, werken bij de noodoproepdienst, nu 112.

Na verloop van tijd begon Zuid-Frankrijk echter weer te trekken. En als volwassen meid bij je moeder wonen is ook niet alles. Marjan was zo goed om via een vriend een busje te regelen. Haar hondje Aika, die ze van Toni had gekregen,  had intussen een nest jongen gekregen en zo trok het hele gezelschap, Reina, vriend van Marjan en vier honden, naar Zuid-Frankrijk.   

Ze kwam terecht in een huisje in de Rue de la Chapelle in het naburige St Cyr les Lecques. Het huis heette Vila l’ Olivetti, maar het was eigenlijk een verbouwde garage en zeker geen villa. Hoewel les Lesques een mooi breed zandstrand had was het volgens Reina niet half zo gezellig als Bandol.

In die tijd had Reina schoonmaakbaantjes en op een gegeven moment had ze een eigen schoonmaakbedrijfje. Tot haar bedrijfsuitrusting behoorde een brommer, die ze op dienstreis vol hing met de nodige attributen. In die hoedanigheid had ze  de verantwoordelijkheid voor de schoonmaak van  de Hapimag-appartementen in La Madrague. Op zich is dat best een prestatie. In 1992 hebben wij daar een week verbleven.  Carolien en een vriendin waren toen met ons mee. Zij waren toen op de camping van St Cyr, dat er op loopafstand vandaan lag  en zij hebben Reina toen een paar dagen  meegeholpen. Zelf was Reina meewerkend voorvrouw. Maar helaas liet ze de administratie te veel slingeren en liep het later fout.

Tijdens die vakantie liepen we een keer met haar over het strand van Les Leques, met Reina en haar vier poedels. Het viel me op dat dat toen zo veel bekijks trok. Vier opgemaakte poedeltjes. Sandra, die toen tien was, was er helemaal lyrisch van.
In die vakantie zijn we nog een keer met haar in de heuvels achter St Cyr wezen picknicken.


Vanuit villa  l'Olivetti begon ze een schoonmaakbedrijf. Met haar brommer vol gehangen met schoonmaakartikelen reed ze de regio af. We hebben allemaal wel eens meegeholpen de appartementjes schoon te maken.

Het schoonmaakbedrijfje van Reina ging echter failliet. Niet omdat ze niet hart genoeg werkte, maar omdat ze haar werksters te veel betaalde en haar administratie niet op orde had. Ze heeft nog jaren  nodig gehad om haar schulden af te betalen.


Vervolgens had ze losse  schoonmaakbaantjes, zoals in een restaurant in Les Lesques.

Maar haar vier poedeltjes bleef ze trouw verzorgen. Reina had indertijd gedacht hen voor goed geld te kunnen verkopen, maar dat viel tegen. Ze bleef er mee zitten. Samen met Aika had ze dus nu vier dwergpoedels en deze moesten van Reina het beste van het beste hebben.  Het heeft haar klauwen geld gekost, maar dat wilde ze niet weten. Ze kregen stuk voor stuk een uitstekende verzorging, bij wijze van spreken beter dat zijzelf. In die tijd heb ik haar een keer geld geleend, dat was vlak voor de dood van onze vader. Daarna kon ze het een tijdje uitzingen, maar een vetpot was het niet. Wel voor de hondjes echter. Want die kregen bief.

Reina vormde  tegelijk ook nog een toevluchtsoord voor de zwerfkatten van St Cyr. Ze kreeg echter nooit ondersteuning van de dierenbescherming, omdat ze daar een conflict mee had. Waarom dat was weten we niet. Misschien vond ze dat de dierenbescherming niet goed genoeg voor de beestjes was.

Die beesten hebben haar veel geld gekost. Daar bleef ze mee doorgaan toen ze bij Pappi introk en verhuisde naar Les Pradeaux. Dat kon waarschijnlijk omdat Pappi zelf ook een liefhebber van  katten was , getuige de videocassette met het filmpje die ze mij in 1998  heeft meegegeven. Na het verscheiden van Pappi heeft  een of andere onverlaat een keer een kat die niet eens van hen was  mishandeld. Daar ging Reina toen mee naar de dierenarts en liet het beestje voor honderden Euro’s weer opkalefateren. Maar zelf had ze kort daarna  geen geld meer om de olierekening voor de verwarming te betalen. Dat was Reina.

Wij als broers en zusters konden daar maar weinig begrip voor opbrengen. Ik heb nog een keer  aan een brief aan haar als Ps toegevoegd.
PS
"Gelet op je gezondheid raad ik je dringend aan de katten van La Cadière  aan zichzelf over te laten. Een kat redt zich in principe zelf ook! Een kat is geen hond. Als je niet meer komt opdagen, gaan ze zeker zelf achter voedsel elders aan en zullen niet omkomen. Stel je prioriteiten."
Maar in die tijd hadden wij nog niet van het Diogenes-syndroom gehoord. Waar Reina mee behept was was ongenezelijk.



De tijd met Pappi
Ergens in 1995 of 1996 heeft Reina de oude gepensioneerde kolonel van de Franse geheime dienst leren kennen. Volgens Marjan zou hij ingenieur geweest zijn. Hij woonde in een fraaie doch verwaarloosde villa langs een uitvalsweg van Les Lesques, niet ver van de strandboulevard. Deze meneer Guerrier was al omtrent de 90 jaar en had vanwege zwakke longen verzorging nodig. Een deel van de dag lag hij aan het zuurstof. Daarnaast moest het huis natuurlijk schoon gehouden worden.

Tot dan had een andere vrouw dat gedaan , maar deze had Mr Guerrier in december 1995 ontslagen vanwege “dévergondage”, wat zoveel betekent als onfatsoen, immoreel gedrag. Die vrouw had namelijk Magali, zijn aangenomen kleindochter, meegenomen naar McDonalds. Mr Guerrier was kennelijk iemand van de oude stijl. Net wat voor Reina dus, maar niet heus.

Zijn buurvrouw, Mme Giraud,  had hem toen geadviseerd om Reina te vragen. Zij kende Reina namelijk  al sinds haar komst naar Frankrijk in 1977 en wist dat zij een harde werkster was..  Dat gebeurde en blijkbaar klikte het daarna tussen de oude man en Reina zo goed, dat hij in december 1996  mevrouw Giraud had gevraagd wat zij van zijn voornemen vond om Reina ten huwelijk te  vragen. De buurvrouw had dat vervolgens het hele dorp rond geklept zonder dat Reina ergens iets van wist.

Volgens Reina in de latere brief aan haar advocaat zou dat geweest zijn omdat hij een waardig levenseinde wilde en omdat hij leed onder zijn eenzaamheid. Want zijn aangenomen klein dochter Magali, de kleindochter van zijn tweede vrouw, zag hij te weinig.

Toen hij het daadwerkelijk aan Reina vroeg was ze te verbaasd geweest om te kunnen antwoorden. Daarop had hij gevraagd om er over na  te denken gedurende haar verblijf in Nederland om daar de Kerst met haar familie door te brengen. Volgens mij was dat echter in 1994, maar misschien is ze in 1996 nog een keer geweest en hebben we daar alleen geen foto’s van.  

Kerst 1994

 

De Hondsrug 1994

Kerst 1994

Bij terugkeer had ze zijn aanbod echter afgeslagen. Maar ze beloofde hem wel om zich tot zijn dood om hem te  zullen blijven bekommeren. 

Daarna vroeg ze Magali om vaker bij haar pleegvader te zijn en zei er bij dat Pappi haar, Reina,  ten huwelijk had gevraagd omdat hij zich eenzaam voelde.                                             

Ze schreef dit allemaal om zich  te verweren tegen de beschuldigingen van Magali en haar moeder dat het haar om de erfenis van Pappi te doen zou zijn.

Intussen was het natuurlijk verre van vreemd dat Mr Guerrier iets tegenover de goede zorgen van Reina wilde stellen. Hij zal ook wel gezien hebben dat Reina nauwelijks middelen van bestaan had.
Hij zou wel niet heel lang meer te leven hebben, hij was al 90 of daaromtrent. Na zijn dood zou Reina dan een deel van zijn staatspensioen krijgen. Mijn moeder vertelde dat hij haar toen een brief geschreven heeft waarin hij uitlegde waarom hij Reina graag wilde huwen en of zij daar mee instemde. Grappig, een man van 90 die een moeder van 80 om de hand van  haar dochter vraagt.
Jammer dat onze moeder die brief van  Pappi heeft weggegooid. Die had misschien  nog wel een belangrijke rol in het proces tegen Magali kunnen spelen, dat Reina heeft moeten voeren.
Maar dat speelde pas na de dood van Pappi.
Toch heeft ze uiteindelijk ingestemd, ook vanwege advies vanuit haar omgeving, en werd ze Madame Guerrier. Daarmee begon een nieuwe fase in haar leven.

Op 24 januari 1998 zijn ze getrouwd. Aanvankelijk wilde Pappi Reina als huwelijkscadeau zijn huis schenken. Daartoe waren ze zonder dat Reina er van afwist naar de notaris gereden. Maar de notaris adviseerde hem om eerst te trouwen. Dat gebeurde en daarop gingen ze een paar weken later opnieuw naar deze notaris. Deze adviseerde echter om Reina slechts het huis als vruchtgebruik te geven. Daar was Pappi niet blij mee en hij vroeg Reina om een  andere notaris te zoeken. Doch de keuze van deze notaris heeft Reina later betreurd. Deze notaris bleek namelijk malafide.

Hoe het verder is verlopen is niet meer na te gaan, want Reina heeft deze bij mij niet afgemaakt.  
In 1998 hebben Ina en ik het kersverse echtpaar een paar dagen bezocht. Dat was na onze vakantie in de Ardèche. Ik heb toen kennis gemaakt met Pappi en hem als een charmante oude heer leren kennen. Ik vond het grappig dat hij Reina met “mon chérie” aansprak en zij hem met Pappi. Blijkbaar noemde ze hem zo vanwege het grote leeftijdsverschil. Want Pappi betekent “Opa”. Zijn voornaam was Alexandre.
Bij die gelegenheid heb ik van Reina een videoband mee gekregen met filmpjes van Pappi en haar. Gelukkig hebben we deze weten te digitaliseren en er een paar leuke fragmenten uit kunnen overnemen. Daaruit blijkt dat ze elkaar zeker toegedaan waren. Het is jammer dat hij het jaar daarop al is overleden. Pappi is 23 maart 1999 overleden en was toen 92. Reina is dus maar amper een jaar met hem getrouwd geweest.
Na die vakantie in 1998 heb ik Reina nog een brief geschreven waaruit ik het volgende overneem:

Uit brief 5 augustus 1998
“Gisteravond zijn we goed aangekomen.  Het was bij jullie een plezierige tijd. Wij vonden onze nieuwe zwager erg aardig en gastvrij. Sandra vond ook het huis erg geschikt om er iets moois van te maken. Nog bedankt voor jullie gastvrijheid. Doe hem onze groeten.
Vandaag ben ik maar meteen aan de gang gegaan om de financiële zaken voor jou nog eens zo duidelijk mogelijk om een rij te zetten. Hopelijk heb je er steun aan. In ieder geval zien de zaken er toch niet zo somber uit als wij steeds de indruk kregen. Zie bijlage.
Als je al deze actiepunten uitvoert  -en zoveel werk is dat in de grond niet- dan ziet je financiële toekomst er helemaal niet slecht uit en dat vormt toch een belangrijke voorwaarde om het ook in andere zin wat prettiger  te kunnen hebben.”  Het belangrijkste was dat ik hun huis zou kopen om het vervolgens aan hen te verhuren. Dan zou Reina zeker van huisvesting zijn na de dood van Pappi.                                                   

Maar de uitvoering van actiepunten is nooit Reina’s sterkste punt geweest. Na de door van Pappi in 1999  kon ze als weduwe wel in zijn huis blijven wonen, maar het is niet de beste tijd van haar leven geweest. Ze verslonste er volledig in. Hulp wilde ze echter niet aannemen. Marjan  is er nog een keer van een koude kermis thuis gekomen, toen ze er heen gegaan was om haar te helpen. En haar vriendin Joke uit Nederland mocht niet eens komen. Zo schaamde zij zich blijkbaar voor wat die daar zou aantreffen.

Achteraf is het wel bijna zeker dat  Reina  leed aan het zogenaamde Diogenes –syndroon. Diogenes was in de Griekse oudheid een man die in een ton leefde.  Aangezien hij leefde als een hond, kreeg hij uiteindelijk ook de bijnaam “hond”. Zijn enige bezittingen waren een mantel, een kom om uit te eten en een nap om uit te drinken.
Daarom is het syndroom, waarbij iemand zichzelf ernstig verwaarloost naar hem genoemd. Volgens Wikipedia herken je het syndroom aan een groot aantal kenmerken, die bijna allemaal in meer of mindere mate op Reina van toepassing zijn.
Zo wordt als eerste kenmerk een verregaande veronachtzaming van de persoonlijke hygiëne en  stelselmatige zelfverwaarlozing genoemd. Het  laatste was zeker het geval. Op het laatste functioneerde haar keuken niet meer en kon ze dus niet meer koken.

Ook  het kenmerk “ verregaande veronachtzaming van de hygiëne in en rondom de eigen woning en  stelselmatige woningvervuiling” is van toepassing. Ook het huis was in een slechte staat van  onderhoud. Die keer dat wij er een paar nachten gelogeerd hebben, in 1998, is Ina bijna geëlektrocuteerd in de badkamer. Alle leidingen moesten worden vervangen.  
Alleen de  verzamelwoede, waarbij de woning systematisch wordt volgestouwd met volstrekt 'onbruikbare rotzooi', zodanig dat de woning op een gegeven moment feitelijk onbewoonbaar wordt,  was bij Reina minder het geval. Maar haar echtgenoot  Pappi had wel een hele  schuur vol met  oud en waardeloos spul. Het is ook vreemd dat deze eigenschap bij het Diogenes-syndroom zou behoren, want  wie met een ton  als huis genoegen neemt  heeft niet veel te verzamelen.
Afwezigheid van schaamtegevoel over het eigen gedrag, zou ook een kenmerk zijn. Maar dit  was echter niet op Reina van toepassing, want zelfs haar beste vriendin wilde ze niet op bezoek hebben.

In dit verband kunnen we echter een aardige anekdote van Thijs verhalen. Thijs en Sandra waren in 2005 met vakantie met de kinderen in Frankrijk en na afloop van hun gezamenlijke vakantie met de kinderen  gingen  ze met z’n tweeën nog een weekje door naar Reina in St Cyr.

Half uur op proef                                                                                                                               

“Het eerste bezoek van ons aan Reina was op haar verzoek een korte. We mochten een half uurtje langs komen om kennis te maken. Daarna zouden we wel zien. We mochten het huis niet van binnen zien en enkel naar het toilet als we maar geen blik in de kamer en keuken zouden werpen. Daarop volgde uiteraard de uitleg van alle paparassen die daar lagen in verband met de zaak over het eigendom van het huis. Een deel van de paparassen lag overigens verspreid in de tuin. Volgens Reina was dit te danken aan de Mistral die de weken daarvoor had gewoed.

We kregen een uitgebreide rondleiding in de tuin waarbij we uitgebreid kennis konden maken met haar trots: de bonenstaken. Dit was het meest verzorgde stukje grond van de hele kavel. Bijzonder dat bonen het op zulke droge grond  zo goed doen. We konden dan ook niet huiswaarts keren zonder verse bonen voor Oma mee te nemen”.
Dit stukje doet mij denken aan het excuus dat Reina eens aanvoerde om niet naar de verjaardag van haar moeder te komen. Dat was op 14 juli en toen zouden net de bonen plukrijp geweest zijn. Of dat het enige excuus was weet ik niet meer, maar het maakte wel indruk.

“Het geplande half uurtje werd al gauw vier uur. De champagne kwam op tafel met allerlei hapjes van krab of inktvis. Weet ik niet meer heel zeker. In ieder geval ook ganzenlever.

Na het eerste bezoek zijn we dagelijks geweest met uitzondering van de woensdag. Ook zijn we uit eten geweest bij de lokale pizzeria, waar Reina als goede bekende ('local') werd ontvangen. Het was de pizzeria die het hele jaar geopend was en niet alleen in het seizoen. Ook hebben we uitgebreid bij haar thuis gegeten waarbij we de tuinset eerst even hebben moeten boenen alvorens de tafel te kunnen dekken.”

Tegenover haar familie en goede vrienden toonde  ze dus wel schaamtegevoel. Dat past dus niet in het syndroom. Alleen op het laatste liet ze de man van het winkeltje bij haar in de buurt  en een buurmeisje het interieur zien.  Maar toen die haar geschrokken wilden helpen met het opruimen van de rotzooi had ze dat resoluut afgewezen en dat past weer wel in het beeld, namelijk dat van “steevaste weigering van alle soorten van goedbedoelde hulp; ook weigering van professionele hulp; een hardnekkige en consequente zorgweigering.
Bij het syndroom zou verder een bovengemiddeld intelligentie-niveau horen.  Het is moeilijk te verklaren, maar het klopt wel.

Gelukkig stond er bij de beschrijving van dit syndroom dat het moeilijk te genezen is en een multidisciplinaire aanpak vraagt. Anders hadden wij ons als familie achteraf misschien meer schuldig gevoeld.
Ook met haar financiële beslommeringen liet ze zich feitelijk niet helpen. Zelfs niet toen ze  er helemaal in verstrikt leek te raken. In 2007 is ze voor het laatst in Nederland geweest en heeft toen een week bij mij gelogeerd. Daar werkte ze aan haar pleidooi voor haar advocaat in haar zaak tegen Magali en haar moeder. Haar Pappi zaliger had namelijk een spoor van kwesties achter gelaten.

Deze zaak heeft sinds de dood van Pappi gesleept en uiteindelijk heeft ze het proces verloren.
Verder was er een jaren lang lopende controverse tussen hem en de gemeente Toulon over een kasteeltje dat “Pappi” zou bezitten. La Valette heette het en het lag vlak aan de autoroute. We zijn er in 1998 eens  heen gereden. Het was best een charmant kasteeltje. Alleen ook zwaar verwaarloosd. Er zat niet eens  een deugdelijk slot op de poort. Dus iedereen kon er zo maar in. De huurder was er toen al uitgetrokken, met een flinke achterstallige huurschuld. Die moest dus ook nog geïnd worden.

Waarschijnlijk waren het op zichzelf best oplosbare zaken, maar ze plegen wel een psychische roofbouw op je en Reina was daar helemaal niet tegen opgewassen. Want vanwege dat syndroom, dat ook met angststoornissen gepaard ging, zat ze onder de tranquilizers.
Ik heb trouwens  in 1998 tijdens ons bezoek aan haar al eens geprobeerd enige systematiek in de te volgen aanpak aan te brengen. Zoals allereerst een slot laten aanbrengen op de poort van  het kasteeltje, want anders keert de verzekering bij brandschade niet uit.  Enzovoort.

Ze had in die tijd overigens wel een adviseur. Ene Jean Pierre Gazet. Die had een botenbedrijfje gehad, maar verhuurde zich nadien als adviseur. Of hij veel heeft geholpen weten we niet, maar wel dat Reina hem er een keer uitgegooid heeft. Hij dronk in ieder geval meer dan goed dan goed voor hem was en dat zal zijn adviezen mogelijk niet ten goede zijn gekomen.

Ze had echter een bijna ingebakken wantrouwen en dat is ook nog een kenmerk van het Diogenes-syndroom: “Afstandelijkheid, teruggetrokkenheid, dominantie, achterdocht, paranoia, agressie en koppigheid “. Dominant en koppig was ze ook. Ze had een “sterk karakter” noemde haar omgeving dat. Hiermee hangt samen de “Steevaste weigering van bijna iedere vorm van communicatie” Laisse –moi` was haar steevaste antwoord op aangeboden hulp vanuit haar omgeving. Dit maakt misschien duidelijk waarom  ze de laatste tijd telefonisch vaak niet bereikbaar was.
Maar over achterdocht gesproken, ze bezat toch ook wel mensenkennis. Want de tweede notaris die ze in de arm had genomen , daar had ze geen goed gevoel bij. Blijkt later dat die ook  malafide gehandeld heeft. Er heeft een heel stuk over hem in de krant gestaan. De bankdirecteur vertrouwde ze ook niet en hem heeft ze een proces aangedaan. Maar dat heeft ze verloren, waarop hij een schadeclaim wegens smaad zou hebben  ingediend. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen gelijk had. Ik denk dat ze de pech in haar leven gehad heeft vaak tegen verkeerde mensen te zijn aangelopen.

Als Reina mij belde moest ik me altijd even schrap zetten. Want ik wist wat er zou gaan komen. Ik zou weer een hele jeremiade over me heen krijgen van de zaken waar ze mee bezig was en waarbij ze haar wantrouwen meestal de vrije loop liet. Vaak moest ik alles twee of drie keer horen. Blijkbaar zag ze mij voor vergeetachtig aan of ze was het zelf. Maar ik kon er dan nooit tussen komen. Ze praatte gewoon door. Terwijl ik er niets aan zou kunnen veranderen, als ik de zaken al goed op een rij zou kunnen krijgen, want ik ken bijvoorbeeld de Franse wetgeving niet.
 De laatste jaren zat ze vaak op zwart zaad. Maar lenen aan zo iemand is dweilen met de kraan open. In de tijd dat ze even in goede doen was, dat was toen ze met Pappi getrouwd was en het beheer kreeg over diens rekening, had ze Wim een keer een schenking gedaan van f 20.000 . Maar later kwam ze daar op terug en zei dat het een lening was geweest.
Trouwens, wil je iemand die voor het opkalefateren van een vreemde kat die door een buurman was mishandeld, honderden  Euro’s voor de dierenarts betaalt, geld lenen? Ik had haar al eens geleend, maar dat  nooit terug gezien, omdat zij zei dat het verrekend was.  

Haar liefde voor dieren ging dus wel ver, vonden wij. Te ver. De aanloopkatten die ze kreeg, het waren er wel een stuk of vijf, kregen geen kattenbrokjes, maar vlees van de slager: biefjes. Net als die poedeltjes indertijd. Die waren successievelijk overleden. Het waren nu alleen maar katten.
Het leek er op dat Reina niet alleen aan het Diogenes –syndroom leed, maar tegelijk aan het wat wel het hulpverlenerssyndroom genoemd wordt. Ook dat is, evenals het Diogenes-syndroom een psychische aandoening. Het is alleen minder duidelijk of dit ook op Reina sloeg. Want bij het hulpverlenerssyndroom gaat het om mensen die een dwangmatige neiging hebben om anderen te helpen, of die anderen dat nu nodig hebben of niet. Vaak zoeken ze mensen of dieren op die dan afhankelijk van hen worden. De diepere drijfveer zou behoefte aan erkenning zijn. Dat laatste vraag ik mij echter af bij Reina.

Het voor anderen willen zorgen had voor ons intussen ook een positieve zijde. Ze was altijd een royale gastvrouw. Ik citeer nog even  Thijs die verhaalt van  hun bezoek. “Het geplande half uurtje werd al gauw vier uur. De champagne kwam op tafel met allerlei hapjes van krab of inktvis... Weet ik niet meer heel zeker. In ieder geval ook ganzenlever.
Na het eerste bezoek zijn we dagelijks geweest met uitzondering van de woensdag. We zijn uit eten geweest bij de lokale pizzeria waar Reina als goede bekende ('local') werd ontvangen. Het was de pizzeria die het hele jaar geopend was en niet alleen in het seizoen. Ook hebben we uitgebreid bij haar thuis gegeten waarbij we de tuinset eerst even hebben moeten boenen alvorens de tafel te kunnen dekken.


Rode wijn drink je ook koud                                                                                                           

Thijs: "Bij ons tweede bezoek aan Reina werd de sfeer al wat losser. Sterker nog, we werden er even op uit gestuurd wat extra boodschappen te halen: de wijnboer op de parkeerplaats voor haar huis. "Zeg maar dat je van mij komt". De wijnboer begreep het uitstekend en haalde een fles gekoelde wijn van achteren en gaf deze aan ons mee. Bij terugkomst gaven we aan dat de wijn wel aan de koele kant was. "Tuurlijk", zei ze "dat hoort zo".


Sandwich eendenborst                                                                                                                       

Ter voorbereiding van onze terugreis heeft Reina sandwiches eendenborst gemaakt. We reisden ‘s- nachts en het is van belang dan goed te eten was haar devies. We hebben de bereiding van de sandwiches helemaal mogen volgen. De truc bij het maken van eendenborst is dat je het vet van de borst laat zitten. Met haar oude, licht verroeste mes sneed ze banen in het vet. Het vlees zou dan goed doordrenkt raken van de smaak van het vet bij bereiding in de oven.”. Ook ik herinner me dat ze heel lekker kon koken en dat er dan niet op de kleintjes gelet werd.
Kortom, hier komt overduidelijk naar voren hoe goed ze voor anderen dan zichzelf zorgde. Maar voor zichzelf dus niet. In de winter zat ze soms in de kou omdat ze de olie voor de verwarming niet kon  betalen. Maar misschien was de oliekachel dus ook wel stuk.

Van een combinatie van beide syndromen in een persoon heb ik echter nog niet gelezen. In zoverre was Reina uniek. Het paradoxale in Reina’s handelen ben ik nog niet tegen gekomen, namelijk dat zij voor anderen des te meer zorgde. Toen Marjan haar eens vroeg wat zij doen als zij rijk zou worden door de erfenis van Pappi,  antwoordde zij dat zij dan het liefst een groot toevluchtsoord zou openen voor verwaarloosde dieren en mensen.

Zwartgalligheid                                                                                                                         

Wat nog buiten de beide genoemde syndromen staat, was haar zwartgalligheid over Nederland. Ze vond Nederland maar een truttig, burgerlijk land. En de Nederlandse mannen, die waren ook niks.  Dat onderwerp kwam ter sprake tijdens het bezoek van Thijs en Sandra. Nederlandse mannen.
Thijs: “Al bij ons eerste bezoek ging het gesprek snel over Nederlandse mannen. Nederlandse mannen zijn saai, grijs en qua humeur helemaal passend bij het weer: miezerig en druilerig. Volgens Reina’s observatie. Maar de echte reden waarom Nederlandse mannen voor haar niet aantrekkelijk zijn is vanwege hun kont: Die hebben ze namelijk niet vanwege de stoffige kantoorbanen en het vele zitten. Afrikaanse mannen hebben tenminste konten: sterk, gespierd en mahonibruin.”

Geen wonder dus dat ze nooit een Nederlandse man gehad heeft. Die aankomende belastinginspecteur maakte indertijd bij voorbaat geen kans. Die voorkeur of liever gezegd afkeer heeft ze op haar twee jongere zusters overgebracht. Want die hebben bij mijn weten ook geen Nederlandse mannen gehad. Maar ik weet natuurlijk niet alles.

Vooral ook vanwege haar afkeer van Nederland is het gedicht van J.G.Slauerhoff  “In Nederland” op Reina van toepassing. De grote Friese dichter, die in zijn tijd een grote levenslange platonische relatie heeft gehad met Heleen Lambers, een verre voorzaat van Reina, die toevallig of niet toevallig haar levensvervulling ook in de zorg voor anderen  had gevonden. Misschien zat het dus in de familie. Haar vader was de bekende dominee van Jorwerd en had ook een zorgend ambt.
 
J.Slauerhoff
In Nederland…
In Nederland wil ik niet leven,
Men moet er steeds zijn lusten reven,
Ter wille van de goede buren,’
Die gretig door elk gaatje gluren.
‘k Ga liever leven in de steppen,
Waar men geen last heeft van zijn naasten:
Om ’t krijsen van mijn lust zal zich geen reiger reppen,
Geen vos zijn tred verhaasten.

In Nederland wil ik niet sterven,
En in de natte grond bederven
Waarop men nimmer heeft geleefd.
Dan blijf ik liever hunkrend zwerven
En kom terecht bij de nomaden.
Mijn landgenoten smaden mij: “Hij is mislukt.”
Ja, dat ik hen niet meer kon schaden,
Heeft mij in vrijheid nog te vaak bedrukt.

In Nederland wil ik niet leven,
Men moet er altijd naar iets streven.
Om ’t welzijn van zijn medemensen denken.
In het geniep slechts mag men krenken,
Maar niet een facie ranslen dat het knalt,
Alleen omdat die trek mij  niet bevalt.
Iemand mishandlen zonder reden
Getuigt van tuchteloze zeden.

Ik wil niet in  die smalle huizen wonen,
Die lelijkheid in steden en in  dorpen
Bij duizendtalen heeft geworpen…
Daar lopen allen  met een stijve boord
-Uit stijlgevoel niet, om  te tonen
Dat men wel weet hoe het behoort-
Des Zondags om elkaar te groeten
De straten door in zwarte stoeten.

In Nederland wil ik niet blijven,
Ik zou dichtgroeien en verstijven.
Het gaat mij daar te kalm, te deftig,
Men spreekt er langzaam, wordt nooit heftig,
En danst nooit op het slappe koord.
Wel worden weerlozen gekweld,
Nooit wordt zo’n plompe boerenkop gesneld,
En nooit, neen nooit gebeurt een mooie passiemoord.


Einde