29 september 2010

Voor ons een heel bijzondere datum. Precies tien jaar geleden was het de dag dat wij niet langer met zijn vijven waren. Natuurlijk gedenken wij die dag nog elk jaar. Maar dit jaar was het natuurlijk helemaal een dag om niet zo maar voorbij te laten gaan. Daarom hadden wij besloten deze dag op een bijzondere manier door te brengen. Door een dag op dat eiland door te brengen waar we speciale herinneringen hadden liggen. Vlieland dus. Het eiland dat voor veel mensen trouwens iets bijzonders over zich heeft. Niet uit te leggen aan iemand die er nooit geweest is. Bijna tien jaar geleden heb ik het eens geprobeerd. Zie Vlieland idylle. In één woord samengevat is het wat de Duitsers Sehnsucht noemen.

Vlieland avondlucht met zon


Dit keer was Vlieland nog bijna meer Vlieland dan het in onze herinnering leefde. Er gebeurden deze dag namelijk enkele speciale dingen. Dingen die we er niet eerder ondergaan hadden, maar die nog meer betekenis aan deze dag en aan dit eiland gaven. Deels kwam het misschien omdat we ons er goed van bewust waren waarom we daar waren en waardoor we meer oog hadden voor bepaalde  bijzonderheden. Die dag leek de voorzienigheid iets goed te willen maken van wat ons tien jaar eerder was overkomen. Want we werden rijk bedeeld.

Maar eerst moesten we blijkbaar nog een beproeving ondergaan. We zouden de laatste boot naar het eiland nemen. Dat was die van 19.00 uur.  Omdat Rob nu al weer jarenlang in Amsterdam woont , konden we er niet gezamenlijk naar toe rijden. Want Harlingen  ligt zowat halverwege Amsterdam en Groningen. We gingen dus met twee auto´s.  
Ik had om tien voor vijf net mijn koffertje ingepakt en zou op tijd naar Carolien gaan. Dan kon ik haar nieuwe kamerindeling bekijken. Om halfzes zouden we dan met zijn drieën bij haar vandaan vertrekken. San zou vanuit haar werk rechtstreeks naar Car komen. Maar toen werd er gebeld.

Ik dacht dus dat Carolien zou bellen, maar het was Rob. Hij klonk gejaagd. Er was een probleem. Hij was al op weg blijkbaar, maar had een probleem met zijn auto. Die had er de brui aan gegeven. Het bracht meteen een nog diep zwerende herinnering in mij boven. Immers, tien jaar geleden, toen San en ik door de politie uit bed gebeld werden, had ik mijn auto niet kunnen gebruiken door een heel stom mankement en had ik met de auto van Gerard Brinkman naar het ziekenhuis moeten rijden. En nu had Rob pech. Soms lijkt toeval zo te moeten wezen.

Rob had intussen de wegenwacht al gebeld, maar dat zou nog wel een tijd duren en wat dan? Hij vroeg of ik hem dan van Hoorn kon komen halen. Mij hersens kwamen in een flinke versnelling.Wat was hier wijsheid? Want in iets meer dan twee uur naar Hoorn rijden en vandaar naar Harlingen leek me niet haalbaar. Naar Hoorn was toch wel 1,5 uur. Naar het begin van de Afsluitdijk was het immers al een uur. Ik belde gauw met het OV-bureau, omdat ik wist dat Maja wel eens van Leeuwarden  naar Alkmaar met de bus was geweest. Ik vernam dat je met O.V. om 17.26 vanuit Hoorn kon en dan zou je om 18.58 uur in Harlingen aankomen. De vraag was echter of Rob  Hoorn  wel zou halen, want hij was net voorbij Purmerend. Ik suggereerde hem om desnoods naar Hoorn te liften. Nou, hij zou wel zien.  
Goede raad was duur. Het hotel en de boot waren al betaald. Maar moesten we nu wel gaan dan? Car, San en ik besloten om het er toch op te wagen, we vertrouwden op Rob zijn wil om te slagen, zijn improvisatietalent en zijn geluk en wij begaven ons dus op weg. In mijn auto. We hadden er 1,5 uur voor uitgetrokken. Voor de zekerheid had ik nog even op de ANWB routeplanner gekeken of de route via Leeuwarden inderdaad de kortste was, wat ik dacht. Dat bleek het geval en de verwachte reistijd was 1 uur en 7 minuten.

Maar we waren Groningen nog niet uit of er bleek ergens verderop iets gebeurd te zijn, want de boel stond plotseling bijna stil. En dat bleef maar duren. Onze speling smolt als sneeuw voor de zon weg. Gvd. Dit is nou al de derde keer in vier weken  tijd dat ik door drukte op de weg veel langer nodig heb dan normaal. De stemming in de auto ging al een beetje lijken op die keer dat we, toen nog met zijn vijven, in Amerika door allerlei oponthoud in het donker nog een bergtraject moesten afleggen, waar zich naar ons verwachting grizzly’s ophielden, die je auto makkelijk, als ze kwaad wilden, van de weg af konden duwen. Maar toen was het ook goed gegaan en hadden we de laatste kamer in het laatste motel kunnen krijgen.

Nu weer die zelfde spanning. Zou Robbie het halen? Zouden we die boot een poosje kunnen ophouden? Er waren vast niet veel passagiers en in zo’n geval als dat van ons zouden San en Car dat kapiteintje toch wel kunnen vermurwen de trossen niet prompt om 19.00 uur los te gooien. Het zijn allebei beauties en ook nog eens goed van de tongriem gesneden. Ik zou me daarbij wel even op een afstandje houden. Mensen die naar Vlieland gaan hebben toch niet echt haast. Want anders ga je gewoon toch niet naar Vlieland?

Maar ik kneep hem toch wel. Had ik al niet eens eerder de boot naar Vlieland gemist?  Dat eind lopen van de parkeerplaats naar de boot had ons toen de kop gekost. En die afstand moesten we straks ook weer overbruggen. En erger nog, Rob moest dat ook en die had nog minder speling. We hadden intussen via onze hotline van hem begrepen dat de wegenwacht nu bij hem was. Dat was het goede nieuws. Het slechte nieuws kwam er direct achter aan en dat was dat er aan die oude schicht van hem niet veel meer te doen was. Maar Rob liet zich niet voor één gat vangen en had een auto gehuurd. 

Dat had hij met zijn Iphone van Apple gedaan. Een verlosser in bijna elke nood. Want dank zij dat ding had hij met de internetaansluiting waarmee die is uitgerust de dichtstbijzijnde autoverhuurder kunnen vinden. Daar had hij met een slakkengang nog kunnen komen en wel via de kortste weg, omdat hij op dit fabuleuze apparaat  ook nog een navigator had kunnen downloaden. Die navigator had hem vervolgens na het huren van de auto verteld dat hij om 19.05 in Harlingen zou arriveren, als hij de maximale snelheid van 120 km zou aanhouden. Hij kon dus precies uitrekenen hoeveel harder hij moest rijden om precies op tijd aan te komen. De volgende dag schijnt er in de Fryskje Koerier een stukske gestaan te hebben over automobilisten die de vorige avond  boven de Afsluitdijk een Unidentified Flying Object zouden hebben waargenomen.

Wij zelf moesten nog stevig doorlopen vanaf het langparkeerterrein. Dat was nog zeker vijf minuten doorlopen. Toen we bij de boot aankwamen hadden we niet meer dan een paar minuten speling. Maar Robje flopje vla was nog niet te bekennen. Er kwam nog niets aanvliegen. Car en San probeerden met het kapiteintje in contact te komen. We kregen echter niet de indruk dat een gezapig wachten tot Rob zou opdoemen er in zat. Maar het werd wel aan de brug door gegeven. De spanning steeg ten top. Om drie minuten voor zeven nog geen Rob. Na zestig angstige seconden, nog niet. Car en ik stonden al op de loopplank. Die zouden we niet laten optrekken voor Rob er was. Maar ik had niet de indruk dat we veel in te brengen hadden. De deuren werden in ieder geval al gesloten. Maar er was nog een ingang. En toen, daar kwam hij aan: De verlosser van onze angsten. We wisten toen al dat hij op het parkeerterrein was aangekomen. Maar ja, was de brug bij de sluis nu wel of niet open? Toen, het was klokke zeven uur, daar kwam hij in zicht! Maar hij was nog niet bij de loopplank. Dat was pas een minuut later en toen lag de boot er nog dus. Ze hadden ons gematst. Goed volk, die Friezen.

Het was een buitengewoon luxe boot. Tenminste vergeleken met de keren dat wij vroeger naar het eiland gingen. Daaraan kun je zien hoeveel de welvaart in ons land toegenomen is.
Omdat er maar heel weinig passagiers waren, konden we aan de boeg een soort kajuit voor ons zelf innemen, van waaruit we een mooi vooruitzicht hadden. Na een mooie vaart van een kleine anderhalf uur legde de boot aan in de haven van Oost-Vlieland. Ons stond niemand op te wachten. Tijdens onze vakantie in 1977 hadden we er de moeders nog verwelkomd.


We hadden geboekt in Hotel Zeezicht. Dat was vroeger nog een gezellige oude meuk geweest,  dat er om bekend stond dat je er van die lekkere wafels met kersen en slagroom en Apfelstrudel kon krijgen.
We hebben er in 1999 met onze bootvrienden van vroeger nog gezeten. Dat was de laatste reunie met Ina er bij. Toen was het er ook nog zo als vroeger en hebben we er opnieuw de bekende wafels met gegeten.

Vlieland 1999 reunie

 

Vlieland 1977 verwelkoming
















Vlieland reunie 1999We hadden geboekt in Hotel Zeezicht. Dat was vroeger nog een gezellige oude meuk geweest,  dat er om bekend stond dat je er van die lekkere wafels met kersen en slagroom en Apfelstrudel kon krijgen.


We hebben er in 1999 met onze bootvrienden van vroeger nog gezeten. Dat was de laatste reunie met Ina er bij. Toen was het er ook nog zo als vroeger en hebben we er opnieuw de bekende wafels met gegeten. Ik nog met mijn baard van de vakantie met Rob in Australië, waarvan ik net terug was.





Net zo als in 1977 met de beide Oma's van onze kinderen.




Vlieland 1977 Zeezicht

 

Vlieland 1977 wachten op de boot

















Vlieland 2010 Geuzennest


Van die mooie meuk was niets meer over. Er stond een gloednieuw hotel en de kamers kostten 50 Euro per nacht, per persoon. Ik kon me nog herinneren dat Ina en ik zo’n dertig jaar geleden samen nog dertig gulden per nacht in Pension de Wadden moesten betalen, het kan ook veertig geweest zijn. Het was nu dus meer dan vijf keer zo duur! Maar het bood ook heel wat meer comfort. In "de Wadden" waren de tussenwandjes zo dun als karton geweest en ook niet veel sterker. Je kon er je buren horen ademen.

Dit hotel was helemaal als een boot ingericht, zeer smaakvol. Ook de eetzaal , ’t Geuzennest, was als boot ingericht. We hebben er buitengewoon smakelijk gegeten. Rob en ik tekenden voor het captains diner, wat uit ingrediënten van het eiland zelf bestond. We werden er ook buitengewoon aardig bediend  en dat mag ook wel eens worden gezegd. Na afloop maakten we nog even een ommetje door de dorpsstraat en buitenom weer terug.



Vlieland 1977 Dorpsstraat Vergeleken met dertig jaar geleden en ook met 1999 waren er heel wat horecagelegenheden bij gekomen. Gelukkig was de sfeer er niet door aangetast. Er liep buiten ons trouwens vrijwel niemand op straat.

Een van de kleine verfraaiingen die het dorp had ondergaan was een standbeeld van  Willem de Vlamingh aan de ingang van de haven. Met Willem de Vlaming hadden Rob en ik kennis gemaakt tijdens onze fietstocht op Rottnest Island, precies aan het andere eind van de aarde, tijdens onze omzwervingen in West-Australië. Hij moest daar drinkwater innemen en de vreemde beesten die hij daar toe aantrof leken veel op ratten, vandaar de naam van dat eilandje even voor de kust van Perth.

Vlieland 2010 Willem de Vlamingh






standbeeld van Willem de Vlamingh







Vlieland fietsenDe volgende ochtend was het prachtig weer aan worden. We konden zelfs een paar foto’s van de opgaande zon maken. Na een prima ontbijt besloten we fietsen te gaan huren bij Jan van Vlieland om daarmee het eiland grotendeels opnieuw te verkennen.











Allereerst kwamen we door het bos aan de oostzijde van het dorp. Het was een mooi bos. Behalve fraaie zeedennen was de ondergrond ook rijk begroeid met nog bloeiende bodembedekkers.

Vlieland 2010 flora bos

Vlieland 2010 zeedennen







 









Na een paar kilometer kwamen we aan de oostzijde van het eiland, vanwaar we  een mooi uitzicht op Terschelling hadden. Het tussen gelegen zeegat leek niet meer dan drie kilometer. Maar vanaf de boot gezien leek het veel verde


Vlieland zandinscriptieOp de weg naar een duinovergang deden we een bijzondere ontdekking. Hé, daar stonden letters in het zand. Behoorlijk goed leesbaar. Het bleken Loveletters in the sand. Samen vormden ze een strofe uit een liefdesgedicht. De complete strofe was:

LIPPEN BRANDEN VAN VERLANGEN NAAR HET ZILTE VAN DE JOUWE
DE WIND MAAKT RUIMTE EN IN VRIJHEID KAN IK VAN JE HOUDEN

Het bijzondere eraan was dat wij deze loveletters op onze hele tocht over het eiland bleven tegen komen. Heel apart.  Het gaf een speciaal cachet aan onze tocht. Een beetje geheimzinnig ook. Het was een speciale toepassing van de boekdrukkunst. Waarschijnlijk heeft iemand met een jeep of tractor een extra rubberband om een van zijn banden gelegd en daar de letters ingeëtst. Een bijzondere aansprekende vondst.




Vlieland 2010 Jan en kinderenVervolgens hebben we vele foto's gemaakt op het mooie, bijna verlaten strand van Vlieland.





















Vlieland 1977 Ina met Robje

Vlieland 2010 Rob voor kader



 

 


 




Vlieland 1977 Rob en Car















Vlieland 1977 Ina en Robje















Vlieland 2010 San op strand
















Vlieland 2010 Car in het duin

















 

Vlieland fietsen door het duin

 

Minder fraai daartegenover oogden de overal liggende dooie meeuwenkarkassen. Het waren er honderden. Dat had ik ook nog nooit op Vlieland gezien. Overal lagen ze, langs het fietspad, in de duinen. Alleen niet op het strand. Al weer een geheimzinnigheid van het eiland. Vlieland, Dodevogeleiland zou het ook kunnen eten. Beetje unheimisch.


 

 

 


 




Vlieland strandpaviljoen 1977Voorbij Duikersoord gingen we het strand op en verpoosden ons een tijd in het strandpaviljoen. Je kon er op het terras heerlijk in de zon zitten. Er zaten meer mensen nog van de herfstzon te genieten; de meesten waren ook al in de herfst van hun leven, net als ik.   
Lekker realaxed. Geen vervelende muziek, geen mensen met luide stemmen en ook geen rokers geloof ik. Indertijd was het voor ons trouwens ook al een aangename plek om te verpozen geweest. 

Vlieland 2010 Strandpaviljoen

















Hierna besloten we dat het moment was aangebroken om serieus op zoek te gaan naar huisje Tobbedanser.

Vlieland 1977 Huisje in de duinen


Huisje Tobbedanser
Tobbedanser had het huisje geheten waar wij 32 jaar geleden onze zomervakantie hadden doorgebracht. Het was een mooi witgekalkt huisje, het lag midden in de duinen van  Duinkersoord, samen met nog een stuk of tachtig andere huisjes. Ik wist nog wel ongeveer waar het lag. Ik had al op Google gezocht of het nog bestond en Tobbedanser Vlieland ingetikt. Ik had het meteen. Het bestond nog en het zag er op de foto nog bijna precies zo uit al in mijn herinnering. In 1977 was Carolientje vijf en Robje twee jaar geweest.

In mijn  herinnering hadden we toen mooi weer gehad. En daarmee stond huisje Tobbedanser voor het geluk van vroeger. Het was het huisje waar Car en Rob nog in de tobbe, die er inderdaad was, verschoond waren geworden en waar Carolien voor het eerst van  haar leven nassie had gegeten. Ze hadden er ook samen in de bolderkar gezeten. Waar we de beide oma’s , Oma Hertjes en Oma Hondjes, mee van de boot hadden gehaald en waar we gelukkig waren geweest.  Maar dat laatste beseften we toen minder dan nu , ruim dertig jaar later. En daarom werd de zoektocht naar de Tobbedanser een kleine bedevaart.

We kwamen langs Duinkersoord. Er stonden veel meer huisjes dan er in mijn herinnering stonden. Maar er konden natuurlijk ook heel wat bij gekomen zijn in al die jaren. Het eiland was zo hier en daar toch al ingrijpend van aanzien veranderd. Het dorpje was veel groter dan in  mijn gedachten. Hadden we dat nooit eerder gezien of was dat er allemaal sindsdien bijgekomen? In mijn herinnering was het dorp toen niet veel meer dan die ene lange dorpsstraat , met een parallelstraat en nog wat ongeregeld bouwsel er tussen in. Maar nu stond er aan de oostzijde van het dorp een behoorlijk uitgedijd uitbreidingsplan.  

Vlieland 2010 TobbedanserZo ook hier dus. In hotel Seeduyn heb ik bij de receptie gevraagd of ze een kaartje hadden van  de locatie der huisjes en dat hadden ze. Het was de tweede weg links en dan voorbij de derde kruising rechts. Toch verder van de weg af dan ik gedacht had. We hadden al een paar keer gezocht.  Maar met deze vingerwijzingen hadden we het gauw. We liepen er zowat tegenaan. Daar stond het huisje.

Tobbedanser stond er op de schroten voorwand geschilderd in kleine letters. Nog steeds witgekalkte bakstenen muurtjes. Het was niet groot. Het was net zo groot als het knus was. Het leek wel of dit huisje in die dertig jaar helemaal niet veranderd was. Het leek niet bewoond. Dus liepen we er omheen en keken naar binnen.




Vlieland 2010 TobbedanserToen ik aan de achterkant liep en net naar binnen wilde kijken werd er tegen het raam geklopt. Ik schrok,want het huisje was toch niet bezet hadden we gezien? Wie kon daar dus nu voor het raam staan? Ik keek op een schok ging door mij heen. De vrouw die daar aan de andere kant van het raam stond…. Dat kon toch niet? Nee, het was Carolien. Wat lijkt ze toch veel op haar moeder. Maar hoe kon die daar nu staan? Wat bleek? Ze had een ingeving gehad dat het huisje misschien wel open zou zijn. Onzin natuurlijk. Zo’n beheerder laat zo’n huisje toch niet onbeheerd open staan?  Maar Carolien had toch even  aan de deur van de keuken gevoeld en die was toen vanzelf open gegaan.  Alsof we verwacht werden. Maar door wie dan? Daar hadden we alle drie zo onze gedachten bij natuurlijk. Dat maakte dit het meest bijzondere moment van deze dag. Al weer geheimzinnig.




Ik dacht aan de vallende ster die ik op de avond voorafgaande aan de uitvaart over ons huis had zien gaan, heel laag over ons huis in een baan oost naar west. Dat had ik toen als een teken gezien dat het goed met haar was en dat had een goed gevoel gegeven. Alsof ze in je nabijheid was. Dat zelfde gevoel kregen we nu ook. En alsof het allemaal nog niet duidelijk genoegen was verscheen er, toen wij aanstalten maakten om weg te gaan, een vlinder. Het was een grote vlinder. Sandra zag hem of haar het eerst. Zij vloog om het huis heen. Een keer, twee keer, wel drie keer vloog zij om het huisje heen. Het voelde als een afscheid. Ook dat was een bijzonder moment deze dag.

Vlieland 1977 Tobbedanser
















Vlieland 1977 bolderkar bij Tobbedanser






met de bolderkar bij de tobbedanser









Vlieland 1977 slepen


een kar vol kinderen door het mulle zand slepen














de tobbedansers van 1977Vlieland 1977 Tobbedansers















Deze dag had echter nog een paar verrassingen voor ons. Wat ik niet wist is dat op Vlieland ook cranberrystruiken voorkomen. Toen wij er waren was net de periode aangebroken dat je ze als publiek vrij mocht plukken. In een groot veld in de duinen zagen we enkele mensen  gebukt door het struikgewas gaan. Cranberryplukkers. Dan wij ook dachten wij en ook wij hebben er een paar geplukt. Maar ze zijn alleen maar te eten als je er eerst van alles mee uitvreet. Zodat  er cranberryjam van maken  bijvoorbeeld. Dat is dus lekker bij een wildschotel.

De volgende verrassing was dat  toen wij bij een volgende strandafgang het strand op gingen, wij twee zeehonden in zee zagen. Die heb ik aan de hele Nederlandse Noordzeekust  nog nooit gezien. Het is natuurlijk geen whale-watching, maar het is toch wel een mooie ervaring. Dit strand deed me trouwens sterk denken aan dat prachtige strand in West Australië tijdens de vakantie met Rob in 1999. Dat was het strand bij Lancellin, even boven Perth, waarvan ik toen vond dat we er elk jaar een weekje heen zouden moeten. Maar hier heb je dat dus ook. Die wijdse ongereptheid was nagenoeg het zelfde. Ook de duinen, de zonnigheid,  het zand , de breedte van het strand, de branding en de duinen waren bijna identiek. Alleen al daarom wil ik dit stuk strand  nog wel eens vaker zien. Maar dan alleen in het voor-of naseizoen. Want als er meer dan tien mensen te zien zijn is de betovering er niet.

Vlieland 2010 wijdse ongereptheid


Het strand van Vlieland, in 2010 nog net als in 1977, alleen de mensen waren anders.













Toen wij weer verder fietsten in de richting van de Vliehors en op weg naar het Posthuis hoorden wij ineens het angstaanjagende gegier van twee F16’s.  Het was vanochtend blijkbaar menens, want na verscheidene overtrekkende bewegingen hoorden wij ineens een zware plof en even later nog een. Dit werd gevolgd door een opkringelende zwarte rookwolk in de verte. Ze waren aan het oefenen in het afwerpen van oefenbommen. ”Toe maar jongens” dacht ik en ik moest  aan onze missie in Afghanistan denken. Jammer genoeg bleef het bij die twee oefenbommen. We hadden ze graag van dichterbij bezig willen zien. Maar het was nog een heel eind weg en je mag er ook helemaal niet dicht bij komen.

Het was nog een paar kilometer naar het Posthuis en daar was het einde van het fietspad. Daar hebben we onze laatste consumptie op het eiland genuttigd. Dat was tegen een uur of vier. Om kwart over vijf zou de laatste boot vertrekken en die mochten we dus niet missen. Het werd trouwens toch behoorlijk wat kouder nu de zon langzaam wegtrok.

Vlieland 2010 witte paardVanaf het terras van het posthuis keken we uit op de Waddenzee. De oever van de Waddenzee was daar een beetje kliffig en ruig begroeid. Maar er waren ook wat stukken gras. En daar stond een wit paard.  Het was een prachtig gezicht: Dat witte paard dat afstak tegen het zwerk van het Wad. Het leek wel een paard uit de Griekse mythologie. Ik fluisterde snel naar de fotografen onder ons. Dat zou voor hen de foto van het jaar kunnen worden. Het paard keek precies in de goede richting en het licht was bijna bovenaards. Natuurlijk gaat het dan toch door je heen: het leek wel een reïncarnatie, daar dertig meter voor ons.  






Vlieland 2010 paddestoelenDe laatste verrassing op Vlieland was een klein veldje naast de weg terug dat helemaal vol stond met prachtige vliegenzwammen: de kabouterpaddenstoel. Een buitengewoon gaaf plaatje leverde dat gezelschap op. Ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien.

Vlieland 2010 paddestoel










Vlieland 2010 fietsen over dee waddendijkTen slotte fietsten we over de waddendijk terug naar het dorp. Het weggetje was hier en daar omgeven door zilverwilgen. Zo noem ik ze maar, omdat ze- al aangedaan door de voortschrijdend herfst-  door de  dalende zon als zilver in de herfst oplichtten.





Vlieland 2010 vuurtoren








Onze laatste move was een snelle klimtocht naar de vuurtoren. Die staat op het hoogste punt van Friesland, het Vuurboetsduin. Dat duin is 42 meter hoog. Vandaar had je een majesteitelijk uitzicht op het eiland.

De enige dissonant die we daarbij zagen is het afzichtelijk lelijke hotelcomplex aan de zeezijde van  Duinkersoord.  De gemeenteraad die dat heeft goedgekeurd moest levenslang van het eiland verbannen worden. Wat ons betreft mochten die F16’s na evacuatie van de gasten en het personeel dat misbaksel met de duinen gelijk maken. Het detoneert daar volkomen in de Vlielandse duinen. Dit in tegenstelling tot die mooie rode vuurtoren.




Vlieland 2010 dorp achter de dijkTen slotte reden we over de dijk langs het achter de dijk verscholen dorpje naar de haven.


op de foto is het dorp vanaf een duin genomen













Vlieland 2010 HarlingenNa de oversteek naar Harlingen hebben wij in Harlingen nog een aanbevolen eetcafé aangedaan. De aanbeveling was volkomen terecht. Dit was café Nooitgedacht, dat gevestigd was in een van die charmante 17e eeuwsche panden die Harlingen rijk is.











Om iets van halftien scheidden zich onze wegen. Rob weer naar Amsterdam en wij weer naar Groningen.  Vlieland was een gouden greep geweest. Maar ja, dat was het eigenlijk altijd al. Alleen nu hadden we er werkelijk fantastisch weer bij. Het was de mooiste dag van die week.
Dat hadden wij weer. Die vakantie met de Oma’s was het ook zulk mooi weer.
En dat gold ook de reünie die we er in 1999 met de vriendenclub nog gehouden hadden. Dat was de laatste reünie in de oorspronkelijke samenstelling van de groep en daarmee voor mij de meest bijzondere.

Geen wonder dus dat ik iets met Vlieland heb. Ik heb dat in 2001 geprobeerd onder woorden te brengen. Dat was als volgt:


De Vlieland idylle

Vlieland is kijken naar de wind die met het helmgras speelt.
Vlieland is luisteren naar het krijsen van de vogels tegen de branding,
Vogels van velerlei pluimage
Vlieland is een beetje gezandstraald worden bij windkracht zes.
Vlieland is beschut in een duinpan liggen met een arm om je geliefde heen.
Vlieland is zout op je huid.
Vlieland is de zon die het van de wolken wint,
of andersom, maar steeds anders.
Vlieland is het schimmenspel van water en lucht en van licht en donker
Waar het water eindigt en de lucht begint
Vlieland is de branding, soms licht en lustig,
soms donker en dreigend.

Vlieland is het kneuterige knusse straatje, soms zo vol, dan weer zo leeg.
Het is Brusselse wafels met warme kersen bij Zeezicht.
Het is de vrije lucht opsnuiven
die de geur van zeedennen en wilde rozen met zich voert.
Het is fietsen over een knisperend schelpenpad
naar het in de zon blinkende Wad,
of langs een welig begroeide duinrand
naar een doorgang naar het strand

Vlieland is je eenzaamheid delen op de Vliehors met alleen de verre branding,
die je bindt met die ander die bij je is, of juist niet.
Vlieland is het wijdse uitzicht vanaf het Vuurboetsduin over Noordzee en Wad.

Ik lig ergens onbespied en denk gewoon aan niets.
Of aan hoe het vroeger was met mij  
Ik ben er los van de wereld
Het nieuws gaat aan me voorbij.
Je wilt er eigenlijk nooit meer weg,
gewoon blijven liggen in de zon.
Het is het eiland zonder haast
Later mogen ze verstrooien van wat er van me rest.
en zal ik eeuwig spelen met de wind.

3 september 2001

Vlieland Het Wad

 Einde