Inleiding

Deze kroniek gaat over de in mijn beleving meest gedenkwaardige gebeurtenissen vanaf het moment dat ons gezin een aanvang nam. Dat was met de geboorte van Carolien op 15 juli 1972.

Ik wil het daarbij vooral hebben over die zaken die het hele gezin aangingen. Het verloop van mijn zakelijke carrière valt daar buiten. Dat is een op zichzelf staand hoofdstuk van mijn leven, net als mijn jeugd en mijn leven na Ina.

Het gaat hieronder dus om al die zaken die binnen ons gezin gespeeld hebben en die wat mij betreft het herinneren waard zijn. Ik zal dit zoveel mogelijk chronologisch doen, al zal het de leesbaarheid ten goede komen als dingen die met elkaar verband houden in één adem genoemd worden.

In dit deel gaat het om de periode vanaf de geboorte van Carolien op 15 juli 1972 tot de komst van Sandra op 21 juni 1982.

Voor zover van vakanties aparte verslagen zijn opgemaakt wordt daar door middel van een hyperlink naar verwezen.

1972: De geboorte van Carolien

Van de geboorte van Carolien kan ik me nog het volgende herinneren. Zij is in de nacht gekomen. Bij ons aan de Helperzoom 349 in Groningen. Het was dus een thuisbevalling.

Alles ging gelukkig goed. De vroedvrouw was er op tijd. En alles was in gereedheid gebracht. Inclusief de fles champagne die ik voor deze gelegenheid gekocht had en koud gezet. Maar toen het zo ver was en korte tijd later het wonder zich had voltrokken en ik de champagnefles wilde laten knallen, had de vroedvrouw gevraagd om een kopje thee. Dat was een lichte ontgoocheling geweest. Die champagne moest dus maar wachten.

Ina en Car als babyCarolientje was een mooie baby’tje. Dat vinden natuurlijk alle ouders van hun kind, maar in dit geval was dat ook echt zo. Iedereen die haar te zien kreeg zei het ook. Ze was een beetje aan de lichte kant. Dat was natuurlijk van haar sportieve moeder gekomen. Geen punt.

Die 15e juli 1972 was het hoogzomer. Sterker nog, er heerste een hittegolf. God wat was het warm. En wij woonden op een flat drie hoog. Het babykamertjes was aan de achterzijde. Dat is aan de westzijde. Maar ook daar werd het natuurlijk bloedjewarm. Ik weet nog dat ik het babybadje vol koud water heb laten lopen en er toen een ventilator, die ik daar toen speciaal voor gekocht heb, er op gericht heb om wat verdampingskoelte op te wekken. Deze hittegolf is voor mij de natuurlijke verklaring dat Carolien altijd een koukleum is gebleven.

Hans en Bep expNatuurlijk hebben we een heleboel foto’s van haar gemaakt. En niet alleen wij, maar ook onze buren Hans en Bep hebben zich niet onbetuigd gelaten. Hans was namelijk een enthousiast amateurfotograaf. Ze waren iets ouder dan wij en hadden zelf geen kinderen. Door de uitzending van Hans als elektrotechnisch ingenieur naar Suriname en later de Antillen was het er niet van gekomen. Carolien werd daardoor ook een beetje hun kind. Zodoende gingen we samen wel eens met Carolientje wandelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wandeltochtje bij Norg

 

Hans en Bep 2 expCarolien bleek een erg gemakkelijk kind. Het is vooral door haar dat ik mij wel afvraag of wij eigenlijk wel bewust iets aan opvoeden van onze kinderen gedaan hebben. Ze was bijvoorbeeld nooit dwars. Bep vertelde later wel eens hoe ze met Ina een keer een dagje naar het strand van Lauwersoog waren geweest, samen met Carolien en hun hond Schooier. Je kon Carolien dan rustig op een dekentje neerzetten en bij wijze van spreken een eindje gaan wandelen, ze zou aldoor rustig op haar plaatsje blijven. Je had er met andere woorden geen kind aan. Ze is dan ook altijd een bedaard type gebleven, evenwichtig.

Later, in haar puberteit, werd ze gelukkig, vond ik, ook wel enthousiaster. Dan kon ze zich opwinden over een wiskundeleraar, die er volgens haar met zijn duivelskapsel niet uitzag.

De verhuizing naar Eelde leverde voor haar ook geen problemen op. In het najaar van 1973 gingen we over. Toen was ze dus ruim een jaar en kon ze wel al kruipen, maar nog net niet lopen. Die gladde parketvloer aan de Schubertweg vond ze toen heel spannend. Dat kroop blijkbaar heel lekker.

 

Tochtje naar Garnwerd

Ik herinner me ook nog een voorvalletje met Carolientje toen ze ietsje ouder was. Ik denk twee, want het was al weer zomer. We maakten een tochtje naar Garnwerd. Daarbij deden we natuurlijk ook café Hamming aan. Naast dit etablissement is een klein zwembadje. Dit is een afgeschoten stukje van het Reitdiep. Rond het pierenbadje, want meer was het niet, was een smal plankier. Daar zette ik Carolientje op. Vervolgens maakte ik een foto van iets, vermoedelijk een voorbijvarend zeilschip. Ina stond een paar meter verder. Nu weet ik nog niet hoe of het gebeurde, maar geheel tegen haar gewoonte in maakte Carolien een onverhoedse beweging en daar viel ze om, plomp het water in. Ze lag meteen op haar rugje. En als ze nu nog gegild had, dan had ik haar natuurlijk ogenblikkelijk uit het water gehesen. Maar ze gilde niet. Ze bleef rustig liggen wachten, kennelijk in het volste vertrouwen dat iemand haar uit het water zou tillen, haar vader bijvoorbeeld. Daar hoefde je niet voor te gaan gillen. Toen ik dat zag stelde ik vast dat het een uitermate koddig gezicht was. En dat dat om een foto vroeg. Leuk voor later. Dus ik liet Carolientje nog even in het water liggen, ze ging niet kopje onder en het water was net zo warm als in een kinderbadje, pakte mijn camera en maakte een foto. Pas daarna zette ik haar overeind. Gek genoeg heb ik die foto niet meer kunnen terug vinden. Zeker ook in het water gevallen.

IMG 0001Een ander blijk van de bijzondere verstandhouding tussen vader en dochter meende ik te zien in een foto die ik eens van haar maakte toen ik tijdens een van onze zeer gezellige burenvisites, waarbij het nogal laat werd, een keer bij haar ging kijken. Het was een uur of drie en ze was klaarwakker. Toen ben ik natuurlijk even bij haar gebleven en heb wat tegen haar gepraat. Ze keek me aan op een manier of ze alles begreep en het goedkeurde. En dat voelde heel goed.  

We hadden het in onze flat goed naar de zin. Maar toch was een flat natuurlijk niet wat ik uiteindelijk wilde. De geboorte van Carolien maakte dat we er ook niet meer zo lang in wilden blijven.

Een goede collega van Gasunie tipte mij toen dat er bouwkavels in Eelde te koop waren. Maar dat was natuurlijk wel meteen een hele stap: Zelf iets gaan bouwen en dan ook nog een vrijstaande bungalow. Bovendien was het de vraag of we wel in Eelde wilden wonen en niet bijvoorbeeld in Vries of Haren. Dus ik reageerde daar niet onmiddellijk op. Het was ook niet iets om overnight over te beslissen. Maar toen hij een paar maanden later zei dat er nog maar twee kavels te koop waren, ging ik nog die zelfde dag kijken. Het ging om de kavels aan respectievelijk de Beethovenweg en die aan de Schubertweg. Vanwege de privacy koos ik voor het kavel aan de Schubertweg en nam daar direct een optie op. Want als het moet kan ik zeker snel handelen. Samen gingen we toen kijken en vervolgens heb ik de optie uitgeoefend.

Eelde lag voor mij gunstig. Ik zou eventueel naar mijn werk kunnen fietsen en er ging twee keer per uur een bus naar Assen voor Ina. Verder had ik als econoom uitgerekend dat verder weg wonen zoals in Vries duurder uitkwam. Tenminste als je daardoor dagelijks met de auto naar je werk moest. Ik had berekend dat de contante waarde van alle afstand gerelateerde toekomstige autokosten op f 1000 per kilometer kwam. Vries lag 10 km verder weg dan Eelde. Een huis in Vries moest dus f 10.000 goedkoper zijn dan een in Eelde om qua kosten even aantrekkelijk te zijn. Haren was natuurlijk ook een optie. Maar deze plaats vonden wij te bekakt. En daardoor ook nog eens onevenredig veel duurder.

Het werd dus Eelde. Voor ongeveer f 27.000 was ik de trotse eigenaar van een perceel van bijna 1000 m2. Ik had nog geen flauw idee wat er op moest. Totdat Dick ons attendeerde op een aannemerscombinatie, Drentse Burgerbouw. Die hadden gezamenlijk een architectenbureau in Assen ingehuurd. Dat had een basisontwerp gemaakt, waaraan je in overleg met de uit te kiezen aannemer een persoonlijke invulling kon geven. Dat leek ons wel wat. Toen nog een aannemer zoeken. Mijn oom Gezienus, die toen gedeputeerde van ruimtelijke ordening was, kende een aannemer Braams uit Annen. Die was wel goed dacht hij.

Nou, daar zijn wij toen mee in zee gegaan en met hem konden we aardig wat persoonlijke wensen realiseren. Zoals een bredere woonkamer. Die was namelijk slechts 3.60 meter, wat de afmeting voor een woningwetwoning was in die tijd. Daar deden we driekwart meter bij.Verder wilden we er absoluut een open haard in. Ook een inbouwbalkon aan de straatzijde was een wens. Dat maakte de bouwprijs natuurlijk wel hoger. Maar we hadden wel wat speling.

We hadden immers al drie jaar tamelijk zuinig geleefd. Ik was gewoon nog niet gewend aan het salaris dat ik bij Gasunie verdiende. Ik begon daar met f 19.500 per jaar. Dat kreeg je gewoon niet op. De eerste twee jaar had ik nog geen auto en Ina bleef ook nog werken. We hebben zelfs korte tijd een brommer gehad, zodat Ina wat sneller bij het station van Haren kon komen. Toen ik na drie jaar een auto kocht kon het dan ook meteen een nieuwe zijn. Ik weet het nog wel, mijn eerste auto. Dat was een Fiat 128. Een felle groene wagen. Trok lekker snel op. Heel wat anders dan die Opel Kadet van Ina’s moeder, waar we eerder mee op vakantie geweest waren. Die Fiat kostte f 7000. Ik heb hem contant betaald en dat heb ik met alle volgende auto’s ook gedaan. Dat is uiteindelijk het goedkoopst.

Al met al heeft het huis ons inclusief de grond zo’n f 130.000 gekost. We namen daarop een hypotheek van f 87.500. De rest was dus eigen geld. Voor een deel was dat afkomstig van de opbrengst van een huisje dat Ina samen met haar broer in Assen aan de Lange Dijk bezat en dat nog haar vaderlijk erfdeel was. Dat was iets van f 10.000 geloof ik. De rest hadden we toen zelf al bij elkaar gespaard.

De bouw begon ergens in het voorjaar van 1973

Bouw Ina met Car

 

Dat was natuurlijk best spannend. Regelmatig moesten we opdraven om ergens over te beslissen. Een nieuwigheid die ik wilde was muurisolatie. Dat was toen nog nauwelijks bekend. In ieder geval niet bij dorpsaannemer Braams uit Annen. Eigenlijk wilde hij er niet aan. Maar ik hield voet bij stuk. In die tijd was ik bij Gasunie al bezig met wat de Duitsers noemen die Umwelt. Dat was het gevolg van de studies van de Club van Rome van 1972. Die voorspelden dat als de toen bestaande trends van het verbruik van energie en grondstoffen zich zouden doorzetten de toen bekende bewezen voorraden fossiele brandstoffen nog voor het einde van de eeuw uitgeput zouden raken.

 

 

 

 

 

 

Bouwmeester Jan 1973

Dat was voor ons bij Gasunie reden om ons aardgasafzetbeleid bij te stellen en de consumenten te gaan wijzen op mogelijkheden om op het door ons geleverde aardgas te besparen. Ik hield mij als toekomstverkenner daar behoorlijk mee bezig. Ik zou wel gek zijn als ik daar in mijn privé te nemen investeringsbeslissingen geen rekening mee zou houden. En zo kwamen er dus steenwoldekens aan de binnenkant van het spouwblad. De oude aannemer Braams heeft bij na de oplevering van het huis nog toevertrouwd dat hij zeker wist dat het niet zou helpen. Profeten worden vaker niet geloofd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bouw Zo wordt het uitzicht

 

Zo werd dus het uitzicht vanuit de keuken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bouw waar we ook vooral voor deden

 

En voor deze dreumes deden we het natuurlijk ook vooral: een eigen huis kopen met ruimte

 

 

Als gevolg van de bouwbeslommeringen hebben wij dat jaar volgens mij geen grote vakantie ondernomen. Carolien was toen ook nog maar een jaar. We zijn toen in het voorjaar met vrienden van ons, Johan en Els Wagelaar, een week naar Parijs geweest. Daarvan herinner ik me vooral hoe verrekte koud we het daar toen gehad hebben. Ga nooit met Pasen naar Parijs. Carolientje was toen veronderstel ik bij mijn moeder.

NB Blijkens de datering van de foto’s moet dit uitstapje echter in 1972 geweest zijn. Dat wil zeggen een maand voor wij met onze grote vakantie naar Andalusië gingen.

 

 

 

Onze eerste vakantie als gezinnetje

De eerste vakantie met Carolien was dan ook een jaar later. Dat was in Cadzand, dat wil zeggen in 1973. Een van de redenen om naar Cadzand te gaan was dat we van daaruit eens naar Brugge konden. En Zeeuwsch Vlaanderen is toch ook haast een beetje buitenland.

In Cadzand hadden we een pensionnetje. Ik weet niet meer hoe het heette. Interessant was dat je op het strand van Cadzand haaientanden kon vinden.

Brugge heeft veel indruk op me gemaakt. Er waren straten waar je je in de Middeleeuwen waande ,als je de er geparkeerde auto’s weg kon denken. Vanuit Cadzand zat je ook al gauw bij de slufter “Het Zwin”, de verzande monding van de getijdestroom, die ooit de vaarweg naar Brugge vormde. Pas in het najaar van 2013 zou ik Brugge weer zien, samen met Maja. Brugge voor bijna babyboomers

Verder hebben we een bezoek gebracht aan Oost-Kapelle, waar een rommelmarkt was.

Carolientje vond alles leuk zo leek het. Maar misschien was dat ook omdat ze zo klein als ze was zich mooi liet fotograferen. Maar dat had ze natuurlijk van haar moeder.

Ina met Caro lopend op het strand van Cadzand

Ina en Carolientje op het strand van Cadzand Exp

Een fotogeniek kleutertje.We zaten natuurlijk het meest op het strand. Voor zover ik weet met mooi weer. Het doorgaans wat betere weer in Zeeland ten opzichte van de rest van de kust was trouwens ook een van de redenen geweest om naar dit deel van het land te gaan. Naast Brugge dus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1974

Leusden dierentuinAan de hand van de foto’s kan ik nagaan dat we toen een reünie met onze bootvrienden in Leusden hebben gehad. Van een vakantie als gezin kan ik me niets herinneren, wat toch eigenlijk wel vreemd is. Want waarom zouden we niet gegaan zijn? Ik denk eigenlijk dat we wel geweest zijn, maar dat ik er alleen geen foto’s van heb. Dat is dan ook de voornaamste reden dat ik altijd veel foto’s tijdens mijn vakanties maak:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leusden zwembadje

Wel zijn er dit jaar veel foto’s van de opgroeiende dreumes gemaakt. Samen met familie. Zo kwamen we ook bij oom Marten en tante Sien. Tante Sien was een schoonzuster van Oma Hertjes. Want zo werd de moeder van Ina al gauw genoemd. Immers er woonden twee Oma’s in Assen. De moeder van Ina woonde in de Emmastraat, die uitkwam op de Hertenkamp. Daar werd Carolientje voor het eerst dierenliefde bijgebracht: hertjes voeren.  

 

 

 

Aan Tante Sien en oom Marten is speciale aandacht besteed in de levensbeschrijving van Ina

{Het was wat je noemt een nogal apart stel. Toen ik met Ina verloofd was werd ik langzaam ingewijd in de familiegeheimen. En zo namen Dick en Riek mij eens een keer ietwat besmuikt terzijde. Want Dick was toch zo’n beetje de pater familias en die moest dus bepalen wanneer het gezegd mocht worden. Het ging dus over Oom Marten en tante Sien. Ik had zeker wel al opgemerkt dat oom Marten een beetje apart was.

Nou ja, om die reden en alleen om die reden noemden zij tante Sien en Oom Marten: “ Ot en Sien”. Van de gelijknamige schoolboekjes dus. Hoe ging dat ook al weer in die schoolboekjes? Was Ot niet soms een beetje dom of stout? Of allebei tegelijk? En dat Sien hem dan op het rechte pas moest zien te houden. Zo van “niet doen Ot?”. Maar zo kwam oom Marten niet op mij over. Het was juist een man die nooit maar dan ook absoluut nooit naast de pot zou piesen. Hij was boekhouder bij de firma Zwartsenberg in Groningen en geheel onkreukbaar. De Ot uit het boekje deed vaak ondeugend, maar de Ot van Sien was een doodgoeie man. En dodelijk saai. Vaak gaat dat samen, helaas.

Het was wel zo dat hij een beetje moeilijk uit zijn woorden kwam. Met veel vijven en zessen. Hij gebruikte altijd een van zijn aanloopjes: ”Ik zal maar zeggen”, of ”Om eens wat te numen”. Vaak meende Sien het dan over te moeten nemen. Zij behoorde meer tot het kordate type. Die twee vulden mekaar dus goed aan. Beetje het type vrouw dat de clou van de mop al verteld nog voordat de man goed en wel op zijn praatstoel zit.

Marten was in zijn vrije tijd penningmeester van de Motorclub Assen en Omstreken. Daar ging veel geld in om, want tijdens de jaarlijkse TT-races op het circuit van Drenthe kwamen vaak meer dan 100.000 mensen af en met de sponsoren en adverteerders brachten die heel wat geld binnen. De TT-tijd was dan ook oom Martens’ periode van grootste opwinding. Ze hebben vast een heel beste aan hem als penningmeester gehad. Met een penningmeester moet je altijd een beetje uitkijken, met wat voor vlees zo iemand in de kuip heeft. Is hij graag een big spender, kijkt hij naar de vrouwtjes? Nou Marten was meester kniepstuver in eigen persoon en net zo precies als zuinig. Het was dat bedragen altijd met twee decimalen geschreven worden , anders had hij het in drie decimalen achter de komma uitgerekend. En of hij naar de vrouwtjes keek? Ik heb begrepen dat Sien hem heeft genomen en niet andersom. Hoe dat precies zat weet Dick nog wel. Dus met zo’n penningmeester zit je als vereniging gebeiteld.

Dus Dick en Riek noemden hen Ot en Sien. Daar moest je natuurlijk wel mee oppassen, want de kinderen zouden hem maar zo met die naam kunnen aanspreken in een onbewaakt ogenblik. Hij was een beetje een droogkloot, sprak niet veel en als hij sprak kwamen de woorden er vaak wat moeilijk uit. Hij was altijd boekhouder geweest. Een heel precieze. Daarom was hij in zijn betere tijd ook penningmeester van de Asser Motorclub geweest. Hij leek een beetje op de echtgenoot uit die Engelse serie ”Appearances”. Alleen leek Sien niet direct op de deftige Hyacinth.

Ik heb eens ontzettend gelachen toen we bij ze weggingen. Dat zat zo. Ze lieten ons uit aan de voordeur. Sien stond vooraan royaal te zwaaien, terwijl Marten wat bescheiden achter haar stond. Dat was Sien echter zeker vergeten na het gezwaai, want toen we een eindje weg waren deed ze een forse stap achteruit en ging met haar grote platvoeten boven op de glimmend gepoetste Engelse schoen van Marten staan, die hij bij het House of England gekocht had en die hij die ochtend vast nog met een zijden doek had opgewreven. Met haar hele gewicht en dat was nogal wat. Marten gaf geen krimp. Of hij evenmin een kik gegeven heeft weet ik niet, want wij zagen het alleen nog net en konden het niet meer horen. Maar misschien heeft hij ook wel ”Thank you” tegen Sien gezegd, net als die vent die ik in de Londense metro een keer op zijn tenen ben gaan staan. Ook Marten was nogal flegmatiek. De hele rit naar huis ben ik blijven lachen, ik had gewoon de slappe lach gekregen. Waarschijnlijk tot lichte ergernis van Ina, want het was natuurlijk wel haar oom, die zo te pas was gekomen.

Te meer omdat het toch zo’n goeie man was en hij het beste met ons voor had. Hij beheerde lange tijd de administratie van Ina en haar moeder. Ik heb nog eens een hele partij brandhout in zijn garage mogen opslaan , die ik met zijn buurman na die verschrikkelijke storm van 1972 uit het Asser bos had mogen oogsten. Tante Sien was een best mens. We kregen altijd ”sniebonen” van haar mee die we dan met Nieuwjaarsdag opaten , samen met een verse worst. Dat was Drentse traditie.

En de kinderen kregen onveranderlijk een ijsje als we weer bij hen vandaan gingen.}

 

1975

Dit jaar stond natuurlijk in het teken van de geboorte van Robert Jan. Hiermee werd een rijkeluiswens vervuld. Rob kwam halverwege de middag op de Schubertweg. Carolien was van te voren naar Nella en Piet van Baasbank. Piet was een vriend en collega van mij bij de Gasunie en woonde een paar huizen verder.

Alles ging weer goed. De enige kleine schaduw was dat hij op 4 mei kwam en niet op 3 of 5 mei. Het zou altijd een beetje lullig blijven dat de viering van zijn verjaardag samenviel met de nationale dodenherdenking.

We kregen een woepserd van een kraamhulp. Een fors vrouwspersoon uit Nieuw Roden, die er zo haar eigen methode van haartjes kammen op nahield. Een paar dagen later kwam er echter een andere kraamhulp, hoewel we ons dacht ik toch niet beklaagd hadden.

Carolientje was erg ingenomen met haar broertje. Bij mijn weten is dat altijd zo gebleven. Robje kon zich dan ook geen betere zus wensen.

Vanwege de geboorte van Rob zijn we dat jaar niet met vakantie geweest. Dat was ook niet nodig want er waren nieuwe indrukken te over.

 

1976

In dit jaar gingen we voor het eerst met Carolientje op buitenlandse vakantie. Robert Jan logeerde toen bij Hanneke en Karel Setz, waar we in die tijd veel mee omgingen. Zij hadden zelf twee dochters en gingen in de zomer met een caravan en tent op vakantie. Robert Jan ging toen met hun mee.

Onze vakantie voerde ons naar de Vendée. We hadden daar een hotel geboekt: Hotel l’Océan.

Maar voordat we daar heen trokken brachten we eerst een weekje door met onze vrienden Guus en Yvonne Larsen en hun dochter Emily. Guus had hiertoe een hotel geboekt in Jullouville. Dit ligt in Normandië, in de buurt van Granville, in het westen van Normandië.

Doordat deze plaats aan de Kanaalkust ligt was er een groot eb-en vloedverschil. Dat vernam je goed in je hotelkamer. Ons hotel lag pal aan het strand en wij hadden onze kamer ook aan de strandzijde. ‘s-Morgens vroeg werden we een paar keer wakker van het aanzwellende gedruis van de vloed die de branding meevoerde. Dat gaf cachet aan ons verblijf daar.

In dit hotel heb ik kennis gemaakt met de ”fruits de mer” zoals dat in het Frans heet. Elke dag was er iets anders, dat ik niet kende en dat ik mij in het algemeen goed liet smaken. Alikruikjes en vooral de langoustines.

 

Onze vakantie in de Vendée

Na deze pre-vakantie hier gingen wij door naar de Vendée,

Hier hadden we geboekt in een mooi, modern en licht hotel, hotel L ’Ocean. Ik herinner me dat Carolientje er helemaal verrukt van was en dat ze alsmaar de stenen trappen op en af liep. Het hotel lag vlak aan het strand en had ook een eigen stukje van dat strand. Het was voor kinderen een veilig strand, omdat het enigszins in de luwte lag van het Ile de Ré . Daardoor was het water er ook wat aangenamer van temperatuur. Het achterland van de Vendée was echter niet zeer bijzonder. Het was dus puur een strandvakantie hier. In mijn herinnering was dit de vakantie dat Robje, toen ruim een jaar, bij Hanneke en Karel Setz gelogeerd heefd.. Die namen hem toen mee op hun caravanvakantie. Daar hebben we nog een paar fraaie foto’s van. Op een daarvan ligt Robje tegen de poten van die geweldige grote hond van hun.. Die hond waar Ina zo bang voor was omdat hij vaak in volle vaart de trap af kwam denderen als je bij hun huis naast de garage aan de Paterswoldseweg aanbelde en dan tegen je opsprong.

 

1977

Dit was de eerste echte vakantie met ons vergrote gezin. We bleven nog wel dicht bij huis: Vlieland. De grootste gebeurtenis tijdens die vakantie was dat de beide oma’s een paar dagen kwamen logeren. Dat was in de Tobbedanser, een vrijstaand huisje in de duinen dat we voor veertien dagen gehuurd hadden. We hebben er wel goed weer gehad en dan is een vakantie op een van onze Waddeneilanden altijd geslaagd. Een van de hoogtepunten van de vakantie was het bezoek van de beide oma’s. Ik weet niet meer hoe we dat toen geritseld hebben, maar ze moeten toch tenminste een nacht zijn gebleven, want op een dag kun je niet heen en weer.  Zie  Sentimental journey op Vlieland.

 

 

Reis naar Bandol

In de herfst van dat jaar, 1977, zijn Ina en ik , samen met Wim en Trijnie, in september naar de Riviera geweest. Naar zus Reina. Wim had in die tijd een goede baan als vertegenwoordiger bij een computerbedrijf - tegenwoordig zouden we dat accountmanager noemen-  en reed daarvoor in een grote BMW. Daarmee reden we in één dag naar Bandol, 1400 kilometer.

We hadden een aardig appartement aan een wat rustiger deel van de boulevard van Bandol." Les Galets" heette het. Dit bestaat nog steeds. Reina was in die tijd samen met Gil Vercellino, die een eind buiten Bandol langs het bergweggetje dat naar La Cadièrevoerde. In zijn auberge daar maakten we kennis met Gil , met zijn broer Victor en met zijn buurman. De conversatie ging in houtjestouwtjesfrans, maar het Franse spraakwater dat daar rijkelijk geschonken bracht ons een stuk verder. Gil was een verfranste Italiaan.  Gil was druk bezig om het huis uit te breiden en te moderniseren. Officieel was hij afgekeurd voor werk. Hij had iets met zijn hart. Gil was een stuk ouder dan Reina. Ze hadden elkaar een jaar eerder ontmoet op een vakantie van Reina in de buurt van Bandol. Volgens Marjan is Gil nog een keer bij Reina in Groningen  geweest en daarna is ze met hem meegegaan en bij hem ingetrokken.

La CadiereMaar dat hield niet in dat hij niets meer kon. Hij was toen al bezig om zijn stulpje flink te renoveren. Het kwam nog van pas dat ik er was , want dan kon ik nog een handje helpen. Zo hebben we ook nog een foto van mij aan de betonmolen. Overigens was dat de vakantie erop, toen wij onze kinderen mee genomen hadden. Verder hield hij van  jagen, waarvoor hij dan de bergen introk. Daar schoot hij onder meer kwartels. Die kon Reina bij thuiskomst klaar maken. Ze verfranste zo al snel en bracht zoals de meeste Franse vrouwen  Reina was in die tijd al behoorlijk verfranst en bracht dus een groot deel van haar leven in de keuken door. Zo hebben een foto dat Reina een hele grote pot had klaargemaakt voor de hele familie en de buren.

 

 

 

 

Overdag maakten we met de auto van Wim tochten door het mooie en bergachtige achterland. Zo bezochten we onder andere ook het middeleeuwsche bergdorpje le Castellet.

 

In de ochtend en namiddag was het goed toeven op en langs de boulevard van Bandol. Daar hebben we van Gil pastis leren drinken.

La CadiereVolgen Marjan is Pa ook nog eens bij Reina en Gil op bezoek geweest. Als verrassing had hij toen een maaltje pootaardappelen meegenomen. Gil wist niet of hij daar blij mee moest zijn. Hij had er op dat momen namelijk geen stukje grond voor klaar liggen. Nou dat was niet een probleem vond Pa.  Als Gil een schop had dan zou hij zelf wel eeen stukje grond pootijp maken. Ik geloof dat ze toen bij een  buurman een schop geleend hebben en daarmee trok Pa de tuin in om een geschikt hoekje uit te zoeken. Daar begon hij te graven.Gil en Reina hadden er in het begin niet zo'n acht op geslagen, maar al gauw werd hun aandacht getrokken. Het was Pa die woest in de weer was met de weerbarstige bodem. Hij haalde de ene steen na de andere boven.  Het gekletter van de stenen werd daarbij begeleid door een steeds heviger knetterend vloeken. 

Gil wist dat zich vorig jaar bij het bezoek dat Wim, Marjan en Marijke hem brachten  naar aanleiding van  het overlijden van Reina, nog heel goed te herinneren. Het was een moment van grote hilariteit geweest. Hij zei nog dat hij er indertijd weliswaar niets van had verstaan, maar dat hij donders goed had begrepen dat daar op zijn landje niet tot de Lieve Heer gebeden werd. Het meest schrijnende voor Pa was nog wel geweest dat die pootaardappelen helemaal niet waren opgekomen. Ze hadden zeker niet al te veel zegen meegekregen. In ieder geval waren ze niet met liefde gepoot en dat kan een hoop schelen.

 

Uit dit  verhaal wordt me intussen duidelijk dat ik mij het vloeken niet zelf heb aangeleerd.

 

1978

In dit jaar gingen we samen met de kinderen opnieuw naar de Riviera. Dit keer logeerden we in een huisje van een vriendin van Reina, Françoise. Francoise was een mooie française. Ze was getrouwd en zij en haar man en Reina en Gil hebben nog een keer gezamenlijk bij ons gegeten. Het was ook de vakantie dat we een prachtige botanische tuin ergens bezocht hebben waar nog steeds hele mooie foto’s van Ina van zijn.

Behalve Françoise kan ik me van die vakantie ook nog Niçoise herinneren. Die vormde ook een bijzondere attractie. Niçoise was de salade die ik in het pittoresque haventje van Sanary had besteld. Het was mijn eerste kennismaking met een salade niçoise. Daarna heb ik in mijn beleving nooit meer een zo lekkere gehad.

Minder mooi was dat Robje toen twee of drie in Sanary wat ziekig was en last van zijn keeltje, het leek op angina..

Tijdens deze vakantie hebben we ook een paar nachten bij Reina en Gil gelogeerd, want toen was zijn huis grotendeels klaar. Ik weet nog dat er toen echter nog geen horren waren en dat wij flink last van muggen gehad hebben. Carolien en Robje zaten er helemaal onder. Carolien kan het zich nog met een rilling herinneren.

Tijdens onze reis in september 2014 in St Cyr hebben we nog gepoogd het huis van Gil terug te vinden. Het was tevergeefs, maar we hebben wel genoten van de mooie omgeving tussen Bandol en la Cadière. Bezoek aan St Cyr en omgeving 

In 1992 zijn we naar het resort van Hapimag in la Madrague geweest. Zie deel 2  Kroniek familie Lambers.

1979

Dit was vermoedelijk het jaar dat we naar Port Barcarès geweest zijn. In die tijd maakte ik nog dia’s. In Port Barcarès hadden we een appartement van Vrij Uit geboekt. In de omgeving hebben we een safaripark bezocht, waar ik een aantal mooie dia’s heb kunnen maken.

Foto’s.

Verder hebben we een tocht gemaakt naar Perpignan, dicht bij de Spaanse grens. Een mooie stad vonden we dat. Ook Collioure en Banjul hebben we toen aangedaan. Schilderachtige plaatsjes.

Het was op het balkon van het appartement dat ik na het grotendeels of mogelijk zelfs geheel nuttigen van de op de foto zichtbare fles Côtes de Rousillon een zo hoge graad van poëtische geladenheid bereikte dat het maar goed was dat ik een stukje papier bij mij in de buurt zag en daar toen met een klein potloodje de volgende historische ontboezeming op kon schrijven.

”Ik laat een wind als mij dat zint . Een poëtische knaller niet? Ja, de combinatie van vin, pain met paté en olijven maken je gemoed doorluchtiger. Ik zit onsamenhangend op twee stoelen en vraag me al een onbepaalde tijd af of die twee grote tenen die ik aanschouw aan mij toebehoren.”

Een nadeel van deze streek was dat het er periodiek erg hard waaide. Het betrof hier de tegenhanger van de Mistral. Die waaide dan een dag of drie. Je kon dan niet op het strand zijn. Tenminste als je niet gezandstraald wilde worden.  

1981

Karinthië, Arnoldstein

Hier hadden we een hotel geboekt. Kamperen of een caravan was toch niet zo aan ons besteed. Ik weet nog dat we vlak bij aan de Faakersee de familie Payens opgezocht hebben. Die stonden daar ergens wel met een caravan. Het was een heel drukke camping. Je stond er dus mannetje aan mannetje. Ik vond dat helemaal niks en was blij dat wij tenminste wat privacy hadden. Maar ja, het tegenargument was dat de kinderen op een camping veel sneller vriendjes hebben. Dat betekende dan echter dat ze vaak niet ergens heen wilden en ik vond dat de vakantie er toch ook vooral was om wat van de wereld te zien. Mijn baan bij de Gasunie was niet dermate vermoeiend dat ik in de eerste plaat rust wilde. Je zat het hele jaar op je reet bij het raam en daar las je veel, je schreef veel en je praatte veel. Daarbij kwam dat ik voor de zaak niet heel vaak de deur uit hoefde. Een of twee keer per week hooguit. En daarbij een paar keer per jaar naar het buitenland. Daarmee verruimde je je blik op de wereld niet echt.

Dus wilde ik tijdens mijn vakanties graag wat van de wereld zien. En zo maakten wij vooral veel tochtjes in onze vakanties, wat niet altijd tot vermaak van de kinderen was. We gingen iets bekijken of ontdekken. Een wandeling maken. Zodat je als je terug kwam kon vertellen wat je allemaal gezien en gedaan had.

Een zo’n wandeling maakten wij met een gids van het hotel. Robert Jan weet nog hoe die heette. Er gingen nog een stuk of tien andere gasten mee. Ik geloof dat onze kinderen de enige van het gezelschap waren. Het was wel een mooie wandeling. Op een gegeven moment kwamen we bij een uitzichtspunt en bleef het gezelschap even staan om de omgeving wat te kunnen bekijken.

Nog weet ik niet wat het manneke er toen toe bewoog om ineens uit te roepen. “Kijk daar, ik zie een walrus” en hij wees met zijn kleine vingertje in een bepaalde richting. Alsof hij hem echt zag. Het hele gezelschap keek verwonderd op en richtte de blik prompt in de hen aangewezen richting. Het was echter op zijn minst toch wel een beetje vreemd dat zich daar ergens een walrus zou ophouden. Sterker nog, het was hoogst onaannemelijk. En toch keek iedereen. Waarop het jonk doodgemoedereerd vervolgde met zijn uitspraak “Alle apen kijken”. Sommige mensen voelden zich voor aap gezet, anderen waren licht verstoord, dat dat kleine snotneusje hen voor aap zette. De rest had hem gelukkig niet verstaan, omdat het niet allemaal Nederlanders waren die mee waren. Als vader en opvoeder moest ik natuurlijk optreden. Maar eigenlijk vond ik dat hij ze aardig tuk had en liet het bij een lichte berisping. Hij was toen zeven jaar of daaromtrent.

 

1982

Dit jaar stond natuurlijk in het teken van de komst van San. Om precies te zijn kwam zij tussen lente en zomer in. ”Een flonkrend nieuw begin” had ik op het kaartje laten zetten.

Dit jaar was ook het jaar waarin ik veertig werd. Het jaar waarin Sandra geboren werd. Dat zal altijd bij elkaar horen; een onvergetelijker markering van het jaar waarin ik veertig geworden ben kan ik me namelijk niet denken.

Natuurlijk is er meer gebeurd dan de komst van Sandra. Maar Sandra vormt voor mij het bewijs dat je nog niet alles hebt gehad als je eenmaal veertig bent. Dat nog weer een nieuw begin mogelijk is en ook altijd zal blijven.

Omdat ze verder zo aandoenlijk mooi was en tegelijk al direct vanaf het begin het fris sprankelende van een pril bergbeekje had vond ik dat haar geboortekaartje iets meer mocht bevatten dan de gebruikelijke woorden die blijdschap of dankbaarheid uitdrukken.

”Tussen lente en zomer in een flonk’rend nieuw begin”

Zij inspireerde me later tot nog enkele poëtische uitingen.

Een reactie die ik bij mijzelf gewaar werd en die mij zelfs enigszins verraste was dat mij een soort gevoel van meerwaarde overviel ten opzichte van mannen die ”maar” twee kinderen hadden. Niet zozeer een gevoel van trots als wel van gestegen verantwoordelijkheid. Zo’n gevoel dat je stem bij verkiezingen toch iets zwaarder zou mogen wegen dan van degenen die minder achter zich hadden staan.

Gelukkig had ik er nog geen grijze haren van gekregen. Belangrijk toch wel, vind ik. Want als je er nog jong uitziet en je ook zo voelt, kun je voor jezelf toch nog altijd de illusie koesteren nog eens helemaal opnieuw te kunnen beginnen, als je dat zou willen. Wat dat betreft kon ik mijzelf erg goed herkennen in het boek ”Kees van Kooten Veertig”. Een van de genoegen gevende geschenken die ik dit jaar bij mijn verjaardag mocht krijgen. Meestal krijg je dingen die je je later nooit meer kunt herinneren.

Een van de verhalen uit dit boekje waarin ik mij ook sterk kon herkennen was dat de hoofdpersoon, Koot zelf, meende dat hij op zijn leeftijd nog best een kans bij een vrouw , anders dan zijn eigen vrouw, zou kunnen wagen. En hoe het dan zo anders uitpakt als hij zich gedacht en gedroomd had. Met een eigen vrouw op de achtergrond die dat wel zo’n beetje door had , maar dat alleen niet laat merken en hem in haar tolerantie best in die illusie wil laten. Het risico dat hij inderdaad een kortstondig succes zou boeken neemt zij dan op de koop toe .

Nou ja, ik zou wel heel iets bijzonders moeten tegenkomen, wil ik daar vrouw plus drie kinderen voor inleveren. En als ik het misschien al een poosje zou willen dan staat er nog een hele wereld tussen iets willen en het ook werkelijk doen.

Vakantietechnisch was de komst van Sandra wat minder goed gepland. Want met een pasgeboren baby ga je natuurlijk niet op vakantie. Tenminste wij niet. Maar het was wel de zomervakantie van Car en Robje. En je kunt die kinderen toch niet al die tijd bij huis hebben? Het zou ook wel mooi zij als Ina zich de eerste weken helemaal kon wijden aan het nieuw verkregen moederschap en zo besloten wij dat Paps een weekje met de kids op stap zou gaan. Carolien was toen negen of tien en Robje was zeven.

De Papvakantie

Achteraf vind ik het een van de leukste vakanties die ik heb beleefd. Zo alleen met de kids. Wij hadden een tent mee. Van wie die was weet ik niet meer, maar zelf hadden wij geen tent. Misschien dat we hem van Dick geleend hebben.

De eerste dag reden we naar Geeuwbrug. Dit ligt aan de oostelijke kant van de Drentse Hoofdvaart, tegenover Diever. Daar had de toen nog latvriendin van Dick, Nicky, een klein Drents boerderijtje en op het weitje dat erbij hoorde konden wij mooi onze tent opzetten. Dick was er natuurlijk ook en met hem zijn beste vrienden Jan en Gerda Boelens. Er was ook familie van Nicky. :s-Avonds hadden we er een barbecue en ik denk ook een kampvuur. Dus dat vonden de kinderen wel leuk.

De volgende dag zijn we naar Giethoorn gereden, waar we uiteraard met een bootje aan net varen geweest zijn. Of we daar ook gekampeerd hebben kan ik mij niet meer herinneren. Misschien deden we dat wel vanuit Geeuwbrug.

Ik had toen mijn derde auto. Een Golf. Nieuw gekocht was die. De tweede was een tweedehands geweest. Een Simca van garage Setz. Niet verkeerd, maar deze rode Golf was pas echt een gaaf wagentje.

Die dag of de volgende zijn we naar het Shetland Ponypark geweest. Ook dat was een geslaagde move. Aan de foto’s te zien was het toen ook mooi weer. De kinderen hebben uiteraard ook pony gereden, maar dat was niet het spannendste. Allemachtig wat een sloom gesjouw was dat. Ik denk niet dat Carolien dáár de motivatie heeft opgedaan om een paar jaar later te willen gaan paardrijden.

Het hoogtepunt van deze kort maar wel intensieve vakantie was echter het bezoek aan ”oom” Guus en ”tante” Yvonne. Deze woonden vlak bij de rivier de Maas, in Kerkdriel. Ze hadden ook kinderen van de zelfde leeftijd: Emilie en Otto. Car en Rob kenden hen wel, want ze waren een keer een paar dagen bij ons in huisje Gees wezen logeren. Ik had daar toen twee vakantiebungalowtjes waarvan ik de ander voor hun kon reserveren. We waren daar toen nog langs de jaknikkers van Schoonebeek gereden en in het dorp Gees had ik enthousiast gefilmd, zittend op het dak van Guus zijn auto. Later trof hij toen daar twee kleine gave deuken aan, vermoedelijk afkomstig van mijn billen. Daar heeft hij me nog jaren plagend aan herinnerd.

Wat het verblijf bij oom Guus en tante Yvonne echter spannend maakte dat was dat oom Guus een boot had en dat wij daar mee op de Maas zouden gaan varen. Nou , dat is de belevenis van deze vakantie geworden. Het was een mooie boot, een motorboot. Met een kajuit. Ottootje, zo noemden we hun jongste, ging ook mee. Zo waren we met ons vijven.  Het ging allemaal voortreffelijk. Het instappen, het zwaaien naar andere bootjes en het weer heelhuids terugkomen en aan de wal stappen.

Na dit hoogtepunt kon deze vakante niet meer stuk.

 

1983 Zeeland

Zie Een familievakantie in Zeeland

1984

Ik kan me niet meer voor de geest brengen waar wij in 1984 met vakantie zijn heen geweest. Daarom heb ik de Hapimag-administratie er nog eens op nageslagen. Deze geeft trouwens een mooi beeld van hoe ik met die aandelen gevaren ben. Ik heb de eerste twee rechtstreeks van Hapimag gekocht. Dat was begin 1982. Ik heb daar toen Sfr 6936 voor betaald. De Zwitserse frank stond toen op ongeveer f1,25. Dus die aandeeltjes hadden mij ruim f 4300 per stuk gekost. Direct die zelfde winter hebben we geboekt voor onze wintersportvakantie in Zell am See. Dat was met vijf personen. Mijn moeder was toen ook mee.

Daarna heb ik er via een advertentie in Arts en Auto nog vier bijgekocht van een zekere heer Santman. Interessant was dat dit een chirurg was die in ons land niet aan de bak kon komen en ging emigreren.

Korte tijd na de aankoop van Santman kwam ik nog een advertentie in Arts en Auto tegen. Dus nog een arts. Deze bood zes aandelen aan voor f 2000 per stuk plus nog eens 300 vakantiepunten. Dat was dus voor minder dan de helft van de afgifteprijs. Nou, die kon ik gewoon niet laten lopen en heb die er ook nog bijgekocht. Toen had ik 12 aandelen Hapimag. Ik ging er vanuit dat ik er in de loop van de tijd wel weer een achttal van kwijt zou raken. Ik wilde voor mijzelf niet meer dan vier aandelen hebben. Anders zouden de jaarlijkse Betriebskosten te veel in de papieren gaan lopen. In 1982 waren die SFr 139 per stuk.

Die doorverkoop is ook aardig gelukt. Al het volgende jaar, toen wij met onze wintersportvakantie bij Hapimag Kanzelhohe bivakkeerden, ontmoeten wij daar een Hollands stel, dat zeer geïnteresseerd bleek in twee aandelen Hapimag. De overeengekomen prijs werd f 8150 inclusief 26 vakantiepunten. Op een zondag nadien zijn ze vanuit Noord-Holland naar ons in Eelde gekomen en hebben ze mij dat bedrag contant betaald.

De volgende gegadigde was onze aannemer, Egge Elzer. Deze zou bij ons een verbouwing gaan uitvoeren. Dank zij San vonden wij ons huis te klein worden. Een semi-bungalow was wel mooi natuurlijk, maar je zat boven met die schuine wanden, die eigenlijk niet hoog genoeg begonnen . Eerder hadden wij ons huis te koop gezet en waren op zoek gegaan naar een ander huis. Nou, dat viel allebei geweldig tegen. Je kreeg wel kijkers, maar geen kopers.

Daar was zelfs een type bij dat zo enthousiast over de plek was dat hij niet eens binnen hoefde te kijken. Hij moest het alleen nog met zijn bank regelen. Die bank zag hem zeker niet zitten, want we hebben hem nooit weer gezien. Hoe enthousiaster de mensen doen, hoe minder serieus ze achteraf blijken. Je moet juist de mensen hebben die zeurderig overkomen. Maar hoe dan ook, we hebben geen enkel bod gehad.

Omgekeerd viel het aanbod ons ook zwaar tegen. We hebben heel wat huizen bezichtigd. Zoals een huis aan de Felix Timmermanlaan in Groningen. In de dure buurt dus. Toen ik in de kamer stond had ik niet direct door wat er aan mankeerde, maar wel dat er wat aan mankeerde. Ineens zag ik het. Er zat geen open haard in. En die kon er vanwege de aard van de bouw, houtskeletbouw, ook niet in. Wegwezen dus. Ook in Haren gingen wij kijken. Aan de Potgieterlaan stond ook een bungalow te koop. Maar daar was op de bovenverdieping geen stromend water, laat staan een douche. Wel een mooie trap die in de hal uitkwam met een glazen buitenwand, zodat je nooit zo maar even in je niksje van de slaapkamer naar de badkamer kon. En in een andere moderne woning was de keuken geheel inpandig zonder een raam. En dat waren dan de geselecteerde objecten.

We waren er na het zesde of zevende huis zo flauw van dat we besloten dan maar te gaan verbouwen De bestaande garage zou worden omgebouwd tot een riante studeerkamer en er kwam dus een nieuwe garage naast met daarbij extra berging.

Met Elzer ben ik toen overeen gekomen dat hij vier aandelen van mij zou overnemen tegen 2/3 van de officiële afgifteprijs van dat jaar. Die bedroeg toen Zfr3800. Bij een koers van toen f1,30 was de overnamesom daarmee f 13.800 plus nog 96 punten à f 25. Samen f 16.200. Contant zou hij mij f 5000 voldoen en daarnaast kreeg ik een korting op de aanneemsom van f 10.000., waarbij de BTW er buiten zou vallen. Feitelijk een korting dus van f 11.800.

In 1987 heb ik nog weer twee aandelen doorverkocht aan Jan Oosterhaven. Ik neem aan dat dit voor ongeveer tweederde van de toen geldende afgifteprijs geweest is.

Ten slotte heb ik door Hapimag ook nog 2 aandelen laten terugkopen. Dit was naar aanleiding van een onprettig voorval in Kanzelhöhe in de wintersportvakantie van 1985. In die week werd Carolien ziek en moest enige dagen het bed houden. En op een van die dagen sprong toen spontaan een groot raam in de andere kamer dan waar zij lag. Dit werd een bijzonder onverkwikkelijke zaak, want de Hapimag-beheerder wilde mij daarvoor aansprakelijk stellen. Daar was ik het uiteraard helemaal niet mee eens. Want hoe kon een ziek kind dat op bed lag dat nu veroorzaakt hebben. Hapimag liet zich bij deze gelegenheid echter van een zeer onaangename kant zien en ik moest het Haftenformulier ondertekenen. Omdat ik niet wist hoe het met Carolien verder zou gaan heb ik dat toen onder protest gedaan en daarmee hing ik natuurlijk. Maar ik heb het er niet bij laten zitten en een boze brief naar Baar gestuurd . Hierin stelde ik dat als men niet op de zaak zou terugkomen ik mijn aandelen Hapimag allemaal voor terugkoop zou aanbieden. Het hoofdkantoor heeft toen gereageerd dat voor hen de zaak moeilijk te beoordelen was. Je moet echter vier jaar wachten voor je je de aandelen, onder bepaalde voorwaarden, weer aan hun kunt terugverkopen. Dat gebeurde dan uiteindelijk in 1990. Deze aandelen zijn toen teruggenomen voor f 13355, 56.

Al met al zijn mijn extra aankopen van Hapimag-aandelen dus een zeer profijtelijke belegging geweest.

Na het incident in 1985 zijn we zijn natuurlijk niet weer naar Kanzelhöhe geweest. Overigens blijkt die beheerder later te zijn ontslagen. Het zou heel goed kunnen dat mijn klacht daar iets mee te maken heeft gehad.

1984

Zie Tour de sentiments naar Kanzelhöhe

 

Wintersport in Kanzelhöhe

Dit was de eerste week van maart.

Het voordeel van Kanzelhöhe was de sneeuwzekerheid, ondanks de niet eens zo hoge ligging. De top was maar ruim 2000 meter. Verder was het er niet zo druk als in Zell am See. Vanwege die drukte daar gingen we toen naar Thumersbach, maar de pistes waren daar niet zo spannend.

Het nadeel van Kanzelhöhe was echter dat het een verrekte eind rijden was. Het was zeker 1200 km. Dat lukte niet op een dag; dus  moesten we een tuusenstop maken.

Vervelend was ook dat je het laatste stukje unbedingt sneeuwkettingen nodig had. Dat was namelijk een zeer steile bergweg. Kanzelhöhe was namelijk een plaatselijke top van ongeveer 1000 meter hoog. Gelukkig was er beneden in het dal vlak bij de berg een Tankstelle en daar legden ze voor f 15 je sneeuwketting er om. Want als ik ergens een teringhekel aan heb dan is het aan sneeuwkettingen omleggen. En ook het weer van afhalen is geen pretje. Vooral niet als de ketting om de as is geslagen. Dat is me een keer overkomen. Gvd wat heb ik toen gevloekt. Maarten ’t Hart heeft eens gezegd dat als je wil leren vloeken je een computer moet kopen. Dan heeft hij vast nooit sneeuwkettingen om moeten leggen.

Dus als het niet echt nodig was deden wij die krengen niet zelf om. Ook niet die ene keer dus boven op de Kanzelhöhe. Er lag toen geen sneeuw in het dal. Wij hadden nog wel aan de pomphouder gevraagd of het nodig was. Hij zei van niet. Dus togen wij opgelucht op weg omhoog naar Hapimag. Het was 6 km. Na drie kilometer passeerden wij een dunne streep sneeuw langs de weg. Een kilometer kwamen we over een heel klein sneeuwruggetje. We moesten nog 2 kilometer. Vijftienhonderd meter voor de finish. Ja hoor, een heel sneeuwdek.

Wat nu? Als het nu nog een vlakke weg was. Dan kon je het er op wagen. Een beetje gas geven en dan zou onze Passat er wel door heen ploegen. Maar dit was een bergweg. Hij helde dus, was smal. En er was geen balustrade. Keren was geen optie. Terugruggelen eigenlijk ook niet. Dus moesten we die lamme sneeuwkettingen uit de kofferbak opdiepen en proberen die te bevestigen. Probeer dat maar eens op een hellend vlak. We hadden wel een mooi uitzicht op de bergen rondom ons. Dat wel. Daar konden de kinderen zich aan vergapen als ze dat wilden. Maar dat deden ze niet. De spanning was te snijden. Zou het Pa en Ma lukken? En zo niet wat dan?

Net toen ik de sneeuwkettingen had uitgelegd kwam er een gezelschap de weg op, dat we even daarvoor waren gepasseerd. Zij vroegen wat er aan de hand was. Nou ja, sneeuwkettingen omdoen he? Nou, was dat wel nodig vroegen ze zich af. Wat voor auto hebt u? Een VW-Passat. Maar die moet daar toch zo door heen kunnen komen? Een van hen bood aan om te rijden, want hij had genoeg ervaring. Na enig aarzelen stemde ik daarmee in en ging naast hem zitten. Nou , dat ging van dik hout zaagt men planken. Slingerend zijn we door de sneeuw heen gekomen. Iedere keer dat de rand van het bergweggetje angstig dicht naar mij toe zag komen, moest ik goed mijn sluitspier in bedwang houden. Ik keek over de rand van de weg heen en zag in de diepte Villach liggen. Het was een déjà vu gevoel van die keer dat ik -voor een onderzoekproject voor Gasunie- in Sarajevo was geweest.

Maar goed het lukte. Als je er maar in gelooft. De rest van de familie was wijselijk gaan lopen en daar kon ik nu even op wachten. Maar toen moest ik zelf nog naar de parkeerplaats. Dat was nog een klein eindje. Wel steil en ook sneeuw. Maar hier was je tenminste van die rottige bergweg af. Dus hier durfde ik ook wel gas geven. Ik wist nu hoe het moest. Een flinke aanloop, veel gas blijven geven. Ik was bijna boven, maar nog niet helemaal. Zou het lukken of zou het niet lukken. Nee , het lukte verdomme niet. Ik gleed meters terug. Totdat de banden goddank weer grip kregen en daarna haalde ik het net wel.

einde deel 1